Reportage

Sinds de ‘sherry-crisis’ viel Jerez niet meer zo diep

Jerez de la Frontera De instorting van de sherry-industrie in jaren 90 vaagde de middenklasse weg in Jerez. En na de bouwcrisis is er nu corona die het toerisme stillegt. De stad lijkt symbool voor Spaanse misère. „Het ontbreekt aan stabiele banen.”

Francisco Jose Mancilla, 44, in zijn kledingwinkel in Jerez de la Frontera met een onverkoopbare voorraad van 8.000 euro.
Francisco Jose Mancilla, 44, in zijn kledingwinkel in Jerez de la Frontera met een onverkoopbare voorraad van 8.000 euro. Foto Javier Fergo

Stapje voor stapje komt de bar van vereniging Rociera el Tamboril de Doñana weer tot leven. Vanaf deze maandag mogen de ‘leden’ weer in de omgebouwde loods op een industrieterrein van Jerez de la Frontera een biertje drinken en een hapje eten. Uitbaatster Isabel Jiménez Nieto is als een kind zo gelukkig dat er weer geld binnenkomt. „We hadden deze zaak net drie maanden toen we op 14 maart van de ene op de andere dag moesten sluiten”, vertelt ze vanachter de bar. „Een paar dagen later hadden we al geen geld meer. We moesten de afgelopen maanden voor ons eten aankloppen bij [hulporganisatie] Caritas.”

Het was alsof de 40-jarige Andalusische een flashback beleefde naar 2009, toen ze met haar man en drie kinderen één van de talloze slachtoffers werd van de bouwcrisis. „Destijds verloren we ook heel snel vrijwel al onze inkomsten. Mijn man verdiende goed als bouwvakker, maar kreeg opeens geen contracten meer. En mijn werk als schoonmaakster hield abrupt op. Maar we hadden wel drie kinderen te voeden”, legt Jiménez uit. „Op de overheid hoef je hier niet te rekenen als je geen vaste baan hebt gehad. Toen kwamen we voor het eerst in aanraking met de hulp van de Katholieke Kerk.”

Isabel Jiménez en haar echtgenoot António behoorden jaren achtereen tot het enorme leger aan werklozen in Jerez de la Frontera. In de Andalusische provinciestad kwam de financiële crisis dubbel zo hard aan als in de rest van Spanje en was daar nog niet van hersteld toen de coronacrisis uit het niets alles stillegde. Caritas kreeg er de afgelopen maanden honderden ‘klanten’ bij. In Jerez de la Frontera is een economische recessie veel sneller zichtbaar dan in de rest van Spanje. De oorzaak daarvan ligt deels bij de zogenoemde ‘sherry-crisis’.

Stad is symbool van segregatie

Jerez de la Frontera staat symbool voor de segregatie in Spanje. De stad met 220.000 inwoners heeft nauwelijks een noemenswaardige middenklasse. Die verdween grotendeels toen de lucratieve sherry-industrie in de jaren negentig instortte. Verschillende wijnhuizen sloten noodgedwongen hun deuren en grote delen van de bevolking bleven in armoede achter. Sindsdien is de gemeente Jerez de la Frontera, waar van oudsher de sociaal-democraten van de PSOE aan de macht zijn, de belangrijkste werkgever van de stad. Daarnaast leeft de bevolking grotendeels van het toerisme. En dat is uitgerekend de sector die in Spanje door de coronacrisis de hardste klappen oploopt. De werkloosheid in Jerez bedroeg in maart al 36 procent en zal waarschijnlijk fors gaan stijgen.

Na het omvallen van de bouwsector in 2008 treft de coronacrisis nu keihard de toerisme-industrie. De gevolgen daarvan zijn amper te overzien. „De ene crisis is niet met de andere te vergelijken”, stelt de Spaanse econoom José Canseco via de telefoon. „Maar opnieuw wordt wel de zwakte van de Spaanse economie blootgelegd. Er is een structureel gebrek aan voldoende stabiele banen. De politiek slaagt er maar niet in om een gedegen plan voor de toekomst van de arbeidsmarkt te maken. En met het plotselinge verlies van mogelijk anderhalf tot twee miljoen arbeidsplaatsen zal Spanje dat opnieuw opbreken.”

Isabel Jiménez bij de heropening van haar bar. Foto Javier Fergo

‘Spanje had huiswerk moeten doen’

Volgens Canseco, als docent verbonden aan de EAE Business School in Barcelona, was de huidige crisis weliswaar niet te voorzien, maar was Spanje er beter bestand tegen geweest als het de afgelopen jaren „beter haar huiswerk had gedaan” en „structurele oplossingen voor werkloosheid en de ongelijkheid had gevonden”. De Spaanse economie zat na de diepe crisis van 2008 weer enige jaren in de lift en leek mede door de almaar stijgende stroom van toeristen te blijven groeien. In 2019 werd met 83,5 miljoen buitenlandse gasten een record gevestigd. Het toerisme was goed voor 12 procent van het bruto binnenlands product. De werkloosheid, in 2013 met 26 procent op een hoogtepunt, daalde tot 14,8 procent. Het was de verwachting dat die eind 2020 verder af zou nemen tot ruim 12 procent. Spanje zou dan voor het eerst sinds 2007 weer minder dan drie miljoen werklozen tellen.

En toen kwam de coronacrisis. Het land leek de ernst van het virus aanvankelijk ernstig te onderschatten en greep pas in toen Covid-19 met name in grote steden als Madrid en Barcelona al verspreid was onder de bevolking. De maatregelen van de linkse regering van premier Pedro Sánchez waren zo rigoureus dat het land vanaf 14 maart vrijwel volledig stil kwam te liggen.

Op overheid hoef je niet te rekenen als je geen vaste baan hebt gehad

Isabel Jiménez Nieto uitbater bar

Weken achtereen maakten de 47 miljoen inwoners zich vooral grote zorgen om de gezondheidszorg, maar inmiddels heeft de dreiging van de enorme economische ramp het Zuid-Europese land in haar greep. Het protest tegen de regering zwelt aan, vooral van rechts. Sánchez maakte zaterdag een paar uur na demonstraties in Spaanse steden bekend dat er in juni 3 miljard euro wordt uitgetrokken voor 850.000 noodlijdende huishoudens.

De voorbije maanden zijn 3.400.000 Spanjaarden die hun baan door de coronacrisis niet meer konden uitvoeren in een zogenoemde ‘ERTE’ terechtgekomen. Het komt erop neer dat de Spaanse overheid het grootste deel van hun salaris voorlopig voor haar rekening neemt. Inmiddels zijn 280.000 van hen weer aan de slag. Dat aantal zal flink groeien als Spanje in juli weer de grenzen opent voor toeristen. „Het is nu maar zeer de vraag hoeveel van deze miljoenen mensen hun baan terug zullen krijgen”, legt Canseco uit. „De helft? Of misschien zelfs minder? Toerisme is een prima bron van inkomsten zolang alles goed gaat. Deze sector is gevoelig voor invloeden van buiten. De overheid zou het werkgevers aantrekkelijk moeten maken arbeidsplaatsen te garanderen.”

Kledingverkoper Fran Marcilla, diens echtgenote en hun drie kinderen van negen, vijf en twee jaar zijn vooralsnog afhankelijk van de ERTE. „Anders zouden we helemaal niets meer hebben”, legt de 43-jarige ondernemer uit Jerez de la Frontera uit. „Tijdens de vorige crisis verloor ik mijn baan als inkoper bij de universiteit. Om niet steeds van het ene contract naar het andere te gaan, besloot ik in 2012 een winkel met herenkleding te openen. Dat liep heel goed. En mijn vrouw was in dienst van een juwelierszaak. Tot in maart beide zaken opeens dicht moesten. Ik had alleen nog uitgaven en mijn vrouw krijgt 70 procent van haar loon.”

Jerez de la Frontera is een van de Spaanse steden met de hoogste werkloosheid. In de Calle Honda, een belangrijke winkelstraat, is de helft van de winkels gesloten. Foto Javier Fergo

Geen processies dit voorjaar

Volgens Marcilla zal het nog maar de vraag zijn of hij zijn winkel Azul Stoque in het oude centrum van de sherry-stad kan houden. De zaak behoort tot de 98 procent van de Spaanse bedrijven waar tien of minder mensen werken. „De eerste maanden van het jaar zijn in Jerez altijd het beste. Dan zijn hier de Paasdagen met alle processies, de feesten van de stad en de heilige communies. Daar koop je op in. Ik denk dat ik in totaal circa 13.000 euro aan inkomsten ben misgelopen en ik zit bovendien met een grotendeels nog onverkoopbare handel”, verzucht hij. „Op steun van de overheid hoef ik niet te rekenen. Als zzp’er heb ik 600 euro gehad. Daar kan ik nog niet eens mijn huur van betalen.”

Het was voor Marcilla wel een opluchting dat zijn zaak inmiddels weer open mocht. Met een mondkapje op ontvangt hij druppelsgewijs zijn klanten. „De verkoop gaat langzaam, maar ik heb geen alternatief”, stelt Marcilla. „Laten we hopen dat de Heilige Maagd ons beschermt.” Een paar honderd meter verderop schuift Isabel Jiménez een flesje bier over de bar. Aan de muur hangt een beeltenis van Onze Lieve Vrouw van El Rocio aan wie ze haar toekomst toevertrouwt. „Ik maak me geen illusies meer hoor. Daarvoor heb ik al te veel ellende meegemaakt”, zegt ze lachend. „In Jerez kun je het beste maar van dag tot dag leven.”