Presenteren per video: richt je op de camera, niet op het scherm

Videovergaderen Presenteren is al lastig, via een beeldverbinding nog lastiger. Hoe bereik je je publiek? Tips van presentatietrainer Serge van Rooij.

Illustratie Marien Jonkers

‘Zorg ervoor dat je stopt met spreken voordat je publiek is gestopt met luisteren.” Met dat citaat van de Amerikaanse operazangeres en musicalactrice Dorothy Sarnoff (1914-2008) begint communicatietrainer Serge van Rooij zijn gratis e-book Waar laat ik mijn handen online. Hij schreef het in coronatijd, als aanvulling op zijn in maart verschenen boek met de ‘vijfentwintig meest gestelde vragen’ over presenteren.

Van Rooijs oorspronkelijke boek had dezelfde titel, alleen toen nog zonder dat laatste, nu zeer relevante woordje: online. Opeens is het voor miljoenen Nederlanders belangrijk hoe ze via een computerscherm overkomen – of dat nou is als ze kort hun standpunt vertolken tijdens teamoverleg, of bij het geven van een webinar met honderden, misschien wel duizenden deelnemers.

„Online is het nóg belangrijker om je toehoorders te boeien”, zegt Van Rooij in een telefonisch interview vanuit Eindhoven, een locatie van Bex Communicatie, waar hij hoofd is van de trainingsdivisie. Want anders dan op kantoor of in een zaal kunnen mensen „met één druk op de knop” jouw beeld en stem uitzetten en iets anders doen: „Terwijl jij zo je best doet, kunnen zij ander werk gaan doen, eten bestellen of hun neushaar verwijderen.”

Hoe voorkom je dat? Drie tips van Van Rooij, die onder meer trainingen gaf aan bestuursvoorzitters, ambassadeurs en deelnemers aan presentatieprogramma TedX-Eindhoven.

TIP 1
Wees een oplossing voor de problemen van je publiek

Een aantal zaken werken „180 graden anders” bij online vergaderingen en presentaties dan in het echt, stelt Van Rooij. Maar de basis niet, die blijft hetzelfde. Namelijk: presenteren draait om het oplossen van de problemen van je publiek. „Mensen zijn niet zozeer geïnteresseerd in jou, maar in wat je komt brengen.”

Denk dus vooraf goed na over je publiek en wat je het kan bieden, of het nou collega’s zijn of wildvreemde deelnemers aan een digitale presentatie. Wat zoeken ze? Inspiratie? Informatie? Ideeën? Lessen en adviezen? Van Rooij: „De beste vorm van interactie is inhoud die interessant is voor je publiek.”

Lees ook: Is Zoom wel veilig? En vijf andere vragen over videobellen

Online kunnen sprekers nóg zenuwachtiger zijn dan bij echte vergaderingen of presentaties, merkt Van Rooij. Dat vergroot het risico dat mensen het belang van de ander uit het oog verliezen en vooral bezig zijn met hoe ze zelf overkomen. „Als je met mensen in dezelfde ruimte bent, kan je maar één persoon tegelijk in de ogen kijken. In Teams of Zoom zie je daarentegen opeens de ogen van negen, tien of nog veel meer mensen naar je staren. Dat kan intimiderend voelen.”

Een goede voorbereiding is de beste remedie. Weet wat je wil zeggen, zelfs al gaat het om iets kleins, zoals het inbrengen van een idee tijdens een brainstorm.

In zijn papieren boek over presenteren in een normale setting benadrukt Van Rooij dat het belangrijk is om je boodschap zo simpel mogelijk te houden. Online geldt dat al helemaal, omdat mensen sneller afgeleid zijn. „Je kunt het beste alle nice to know-informatie weglaten en je beperken tot de need to know-informatie.”

TIP 2
Verschijn in beeld. Maar niet voor jezelf

Het kan verleidelijk zijn je camera uit te houden, zodat mensen je niet zien. Of om zo weinig mogelijk in beeld te komen door je scherm zo lang mogelijk bezet te houden met slides en grafieken. Doe dat niet, adviseert Van Rooij in zijn e-book: „Je publiek moet je lichaamstaal kunnen lezen. Dat hebben mensen nodig om te kunnen inschatten of ze jou kunnen vertrouwen”.

Zet dus je webcam aan, ook al zou jij jezelf liever verstoppen. Gebruik een standaard of een stapel boeken om je camera op ooghoogte te zetten. Staat de camera te hoog, dan kijken mensen tegen je (uitdunnende) haar aan, waarschuwt hij. Te laag, dan kunnen ze zien wat er zoal in je neusgaten zit. „Wat niet bevorderlijk is voor de aandacht.”

Zorg ook voor goede verlichting. Daglicht werkt goed, tenzij het te fel is. Dan ga je met je ogen knijpen en krijg je „een gemene of chagrijnige uitdrukking”, zegt Van Rooij. Geen goed natuurlijk licht? Voor een paar tientjes koop je één of twee ledstudiospots die ervoor zorgen dat je goed bent uitgelicht.

Nadat je hebt gecontroleerd dat je goed in beeld komt, schakel je het deelschermpje waarop je jezelf ziet uit. Zoek vooraf uit hoe dat werkt in de software die je gebruikt. Want anders ga je ongemerkt je eigen uiterlijk beoordelen en dat schaadt je concentratie, zegt Van Rooij. „Voor je het weet, ga je naar jezelf kijken en beseffen dat je een andere outfit had willen dragen.”

TIP 3
Maak de ervaring zo offline mogelijk

Van Rooij vond het aan het begin van de coronatijd best goed gaan, al dat overleg via webcams, ook binnen zijn eigen organisatie. „Maar naarmate deze situatie langer duurt, begin je het gevoel te missen van écht menselijk contact.” Zijn advies is dan ook om online contact zo offline mogelijk te laten voelen.

Hoe je dat doet? Belangrijk is dat je je handen vrij kunt bewegen. Bij online praten ben je al snel gefocust op het scherm, waardoor je op je armen gaat leunen. Doe dat niet! Uit onderzoek door Susan Goldin-Meadow, professor in de psychologie aan de Universiteit van Chicago, blijkt dat mensen vloeiender praten als ze hun handen gebruiken. Ook het publiek heeft er baat bij: handgebaren zorgen ervoor dat ze je beter kunnen volgen en langer geboeid blijven.

Lees ook: Vergaderen via video, dat is een kwestie van gewenning

Oogcontact is ook belangrijk. Het gevaar van online communicatie is dat de spreker naar de andere mensen op het scherm kijkt. In het echte leven een geweldige manier om contact te maken. Maar online zijn ‘de ogen’ de camera. Een tip van Van Rooij: verklein het beeld met alle hoofdjes en sleep het naar vlak onder je camera. „Zelfs als je de neiging hebt om naar de presentatie of de deelnemers te kijken, lijkt het toch of je in de camera kijkt.”

Als er veel van afhangt dat je online zo persoonlijk mogelijk overkomt voor je toehoorders, bijvoorbeeld omdat je een online sollicitatiegesprek of een webinar geeft aan honderden mensen, nodig dan een écht publiek van één of twee mensen uit. Die zet je achter de camera van je laptop, of de losse camera(’s) die je gebruikt. Zo natuurlijk als je tegen hem of haar praat, doe je dat ook voor je online publiek. Je houdt oogcontact en voorkomt dat je tegen het scherm gaat schreeuwen, iets wat Van Rooij online vaak ziet misgaan en wat hem zelf ook overkomt.

„Ook met een piepklein publiek voel je wat er gebeurt in de zaal. Die menselijke verbinding kunnen we met de huidige stand van de techniek nog niet ondervangen.”