Ook de slachters zitten op een kluitje

Besmettingen slachthuizen Het coronavirus waart rond in slachthuizen, waar veel arbeidsmigranten werken. Ze wonen „hutjemutje”, zegt de FNV.

Het slachthuis van slachter en vleesverwerker Vion is per direct gesloten vanwege een uitbraak van het coronavirus. Van de 212 geteste medewerkers zijn er 45 positief getest op het longvirus.
Het slachthuis van slachter en vleesverwerker Vion is per direct gesloten vanwege een uitbraak van het coronavirus. Van de 212 geteste medewerkers zijn er 45 positief getest op het longvirus. Foto Vincent Jannink / ANP

Het coronavirus waarde al door Amerikaanse slachthuizen: duizenden medewerkers raakten besmet, enkele tientallen overleden, minstens dertig slachterijen gingen dicht. Ook in Duitsland kampten verschillende vleesverwerkers met personeelstekorten door grote aantallen coronabesmettingen. Een slachthuis in Coesfeld, net over de Gelderse grens, moest begin deze maand tijdelijk dicht.

En nu is het ook in Nederland raak. Bij een slachterij van vleesgigant Vion in Groenlo bleek ruim een vijfde van de ruim 600 medewerkers besmet met het coronavirus, werd zondag bekendgemaakt. Eerder moesten 28 medewerkers van een Vion-locatie in Scherpenzeel in quarantaine na besmetting. De Vion-slachterij in Groenlo is dicht: die werd woensdag al per direct gesloten, nadat 45 mensen bij een steekproef positief getest waren.

Minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) is kritisch op de sector, goed voor een jaaromzet van ruim 10 miljard euro. Ze wil dat slachterijen uiterlijk dinsdagavond plannen presenteren voor betere bescherming van hun werknemers, anders trekt ze toezichthouders van de NVWA terug – dan mag er niet meer geslacht worden.

Ronald Lotgerink, topman van Vion, zegt „erg verrast” te zijn door het hoge aantal coronabesmettingen in het slachthuis. „We hebben alle maatregelen genomen die je moest nemen.” Volgens Lotgerink bleek uit GGD-inspecties dat het bedrijf aan de RIVM-regels voldeed. Vion zegt dat geen van de besmette werknemers ziekteverschijnselen vertoonde. Het bedrijf wil, net als Schouten, op grote schaal preventief testen.

Maar de vakbonden zijn helemaal niet zo verrast over de vermoedelijke oververtegenwoordiging van coronagevallen in de vleessector. Zij zien de besmettingen als het logisch resultaat van een kostenefficiënt, maar kwetsbaar productiesysteem gebouwd op flexwerk en arbeidsmigranten.

Het werk in de vleessector is in de loop der jaren opgeknipt in kleine, eenvoudige stappen aan een lopende band, zegt John Klijn, bestuurder voedingsindustrie bij FNV. „Dat betekent dat je mensen in de laagste schalen kunt belonen”, zegt Klijn. „Ook al is het nog steeds heel zwaar werk.”

Gevolg is dat buitenlandse flexkrachten tegenwoordig veruit het grootste deel van het productiewerk in de vleesverwerkende sector voor hun rekening nemen. Naar schatting twee derde van ‘vloermedewerkers’ in slachterijen is arbeidsmigrant, voornamelijk uit Oost-Europa, en in dienst van een van de talloze uitzendbureaus die personeel leveren aan de Nederlandse vleesindustrie. Sommige flexwerkers rouleren tussen de verschillende slachterijen, afhankelijk van waar op dat moment het meeste werk is.

Lees ook: Corona en arbeidsmigranten: de keuken delen ze met z’n vijftigen

Bij het werk aan de lopende band is het moeilijk om voortdurend anderhalve meter afstand te houden, vertellen vakbondsbestuurders. Bovendien zouden medewerkers vaak „op een kluitje” door hygiënesluizen gaan, zich omkleden en handen wassen.

Buiten de fabriek is het besmettingsrisico voor flexwerkers eveneens aanzienlijk, denken de vakbonden. Uitzendbureaus vervoeren de flexwerkers in busjes van en naar het werk en nemen in veel gevallen de huisvesting voor hun rekening. Transport zou veilig moeten zijn, maar Ilja Philippen van CNV ziet nog steeds dat „busjes worden volgeladen”. Bovendien delen arbeidsmigranten vaak met tientallen tegelijk een onderkomen – soms in Nederland, soms in Duitsland – waarbij iedereen gebruik maakt van dezelfde keuken en badkamer. Ze wonen „hutjemutje”, zegt Klijn van FNV. „Dat is het echte probleem.”

Lotgerink van Vion verwacht inderdaad dat de oorzaak van de besmettingen „deels ligt bij de flexwerkers en hun woonsituatie”. Het bedrijf zegt dat Vion nu hun woonomstandigheden gaat onderzoeken. Ook worden ruimere bussen ingezet voor vervoer. Al zegt Lotgerink dat „het uitgangspunt” is dat alleen mensen die een kamer delen – en die dus ‘een huishouden’ zijn – een busje delen. „Dat is formeel de situatie. Maar wij maken gebruik van uitzendbureaus, ik sluit niet uit dat daarbij fouten kunnen worden gemaakt.”

Horizon Meat Services, een uitzendbureau voor de vleesindustrie, levert 185 buitenlandse flexwerkers aan de Vion-fabriek in Groenlo, ongeveer een kwart van het totaal. Ruim de helft van hen woont verdeeld over vier locaties over de grens in Duitsland, laat een woordvoerder weten. Ze erkent dat „meerdere mensen op een relatief klein oppervlak” samenwonen, maar benadrukt dat de accommodaties aan alle eisen voldoen en zijn gecertificeerd door de Stichting Normering Flexwonen (SNF).

Is het veilig? Dat is „moeilijk te zeggen” volgens de woordvoerder, omdat er nog veel onduidelijk is over de verspreiding van het coronavirus én het bedrijf geen zicht heeft op gedrag van zijn flexkrachten.

Omstandigheden op de werkvloer zijn de verantwoordelijkheid van Vion, stelt de woordvoerder van Horizon, maar „ik kan me voorstellen dat 1,5 meter afstand houden in de fabriek niet altijd mogelijk is”.