In de kloosters is het nog stiller dan normaal

Corona in kloosters Kloosters en abdijen zien veel van hun oude inwoners overlijden aan het coronavirus, ook al houden ze zich aan alle voorzorgsmaatregelen. „Wij vormen een uiterst kwetsbare groep. We moeten die kwetsbaarheid onder ogen zien.”

Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven bij Tilburg, bekend van het La Trappe bier.
Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven bij Tilburg, bekend van het La Trappe bier. Foto Merlin Daleman

Kloosters en abdijen worden zwaar getroffen door het coronavirus. „We hebben een verschrikkelijke periode achter de rug”, vertelt zuster Agnes Vos, algemeen overste van de Congregatie van de Zusters van Liefde in het Noord-Brabantse Schijndel. In vier weken tijd zijn 10 van de 97 zusters overleden. „We proberen het nu een plekje te geven, maar het is heel heftig geweest. Het ergste was dat we niet bij onze stervende zusters mochten komen. Terwijl we in onze gemeenschap gewend zijn voor elkaar te zorgen.”

Van de achttien zusters die in een verpleeghuis woonden, zijn er zes overleden. vertelt Vos. „We hebben niets voor hen kunnen doen. Je krijgt een telefoontje en vervolgens kun je de begrafenisondernemer en het mortuarium bellen.”

De bron van de besmettingen is voor Agnes Vos een grote vraag: de vier zusters die buiten het verpleeghuis, in het klooster, zijn overleden, hadden geen contact met elkaar. „Heel vreemd.” De zusters hebben gewerkt in het onderwijs en de zorg. Hun gemiddelde leeftijd is 87 jaar; de oudste is 106.

Het bewaren van anderhalve meter afstand is volgens de overste „voor oudere zusters erg ingewikkeld”. Dus zit iedereen in het eigen appartementje, alleen. „We kunnen niet meer samen bidden in de kapel. We kunnen niet meer samen eten in de refter. Niet meer samen zingen. Je wordt op jezelf teruggeworpen. Het laatste wat ons rest is het persoonlijk gebed. Daarvoor bieden we de zusters teksten aan. Zo proberen we elkaar hier doorheen te dragen.”

Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven bij Tilburg. Foto Merlin Daleman

‘In alle stilte weggedragen’

Nederland telde vorig jaar 3.800 kloosterlingen en dat aantal daalt elk jaar, door sterfte, met 400. „Maar nu ligt het tempo hoog en vooral Brabant krijgt harde tikken”, zegt abt Bernardus Peeters van abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven, even buiten Tilburg. Bernardus is voorzitter van de Konferentie Nederlandse Religieuzen, het samenwerkingsverband van 190 ordes en congregaties in Nederland. Bernardus: „Wij vormen een uiterst kwetsbare groep. Ongeveer 90 procent is ouder dan 75 jaar. De gemiddelde leeftijd ligt even boven de 80. Deze crisis maakt nog eens duidelijk dat we die kwetsbaarheid onder ogen moeten zien.”

Er zijn naar schatting de afgelopen twee maanden ongeveer honderd kloosterlingen overleden. Bij sommige congregaties heeft het virus hard toegeslagen. Zo stierven in korte tijd zeker drie zusters en een broeder in Huize Bijdorp, het klooster van veertig dominicanessen in Voorschoten. „Het is tragisch dat ze na een zó vol leven in alle stilte moesten worden weggedragen”, schreef zuster Baptiste Tuin onlangs op de website dominicanen.nl. Het gevolg is strikte quarantaine, „onwerkelijk en bizar”. Toch hebben we ons vanaf begin maart strikt aan de voorschriften en de protocollen gehouden: afstand bewaren, handen wassen, niet van het terrein af, mondkapjes voor de medewerkers.” Bij een ander klooster, de Zusters van Liefde in Tilburg, bezweken vorige maand binnen twee weken 13 van de 128 zusters.

Ook instellingen voor bijvoorbeeld gehandicapten hebben op een bijzondere manier te maken met het coronavirus

Dienst op anderhalve meter

De abdij Koningshoeven, onder bierliefhebbers vooral bekend door La Trappe, heeft één dode te betreuren, en ook zijn er enkele monniken positief getest op corona. Abt Bernardus: „Het is als een griep die maar niet de deur uit wil.” De kerk van de negentien trappisten is dicht. „Alleen wij zelf houden de dagelijkse diensten. Met anderhalve meter afstand. We hebben een groot monumentaal gebouw dat veel onderhoud vergt en erg duur is. Het is groot genoeg om anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Dat is een geluk bij een ongeluk.”

Het gastenverblijf is dicht. De economische gevolgen zijn groot. De bierbrouwerij is dicht. Het restaurant is gesloten, net als de abdijwinkel. „Alles ligt stil.”

Van de overheid krijgen de religieuzen weinig steun. „Wij zijn voor de overheid een te verwaarlozen groep. We komen bijna nooit in aanmerking voor overheidssteun.” De steun moet komen van de solidariteit uit de eigen trappistenorde. Maar ook de rest van Europa is getroffen. Het is een „ingewikkelde puzzel” om de eindjes aan elkaar te knopen. „Dus dit moet niet te lang duren.”

Niet overal heeft het coronavirus toegeslagen, blijkt uit een rondgang langs de religieuzen. Bij de trappisten in de abdij Maria Toevlucht in het Noord-Brabantse Zundert is geen enkele besmetting aangetroffen. „We hebben nu tijd om klusjes te doen waar we normaal gesproken niet aan toe komen”, vertelt overste Guido Van Belle. De Belg spreekt over de telefoon vanuit de kleermakerij. „Ik ben mondkapjes aan het naaien, voor als we straks weer met de deeltaxi en het openbaar vervoer mogen reizen.”

Het gastenverblijf is ook in Zundert gesloten. Net als de kerk. Dat zal nog wel even duren. „We mogen met dertig mensen samen zijn. Maar we leven met vijftien monniken, van wie er tien in de abdij wonen. Dat zou betekenen dat we maar heel weinig gasten kunnen ontvangen. En hoe zouden we kunnen openen zonder ten onder te gaan aan alle protocollaire voorschriften? Ik ben geen monnik geworden om de hele dag alles te ontsmetten.” Hij lacht: „We zouden eigenlijk iemand met smetvrees in ons midden moeten hebben.”

Het klooster van de Zusters Van Liefde in Schijndel. Foto Merlin Daleman

De vaten met wijwater zijn leeg

De monniken houden geen anderhalve meter afstand van elkaar. „We wonen in dezelfde bubbel.” Ze loven vijf keer per dag de Heer en daarbij gelden wel enkele maatregelen: er staat een ontsmettingspompje in de kamer waar de monniken hun kovel, hun gebedsmantel, aantrekken, en alleen nog op zondag is er de viering van de eucharistie, de heilige maaltijd. „Met het uitreiken van de communie loop je toch risico. Net zoals met het drinken van wijn uit dezelfde beker. En ook de vaten met wijwater staan nu leeg. Want je wilt niet dat iedereen z’n vingers daarin doopt.”

De abdijwinkel is sinds kort weer open. Verder is het rustig in de abdij. „De stilte nodigt uit tot meer gebed. We bidden voor de buitenwacht. We bidden voor de wereld.” Daarnaast is er tijd om het adressenbestand op te schonen. En er is tijd voor de bijenhouderij. „Want ik ben ook imker.” Het brouwen van bier gaat door. „De verkoop is niet stilgevallen. Mensen drinken kennelijk thuis hun biertje. Thuis drinken is misschien ook maar beter, niet?”

De zeventig franciscanen in Nederland hebben vier doden te betreuren, vertelt de minister-provinciaal van de orde in Nederland, Theo van Adrichem. „Maar niet door corona.” Ook hier ligt vrijwel al het werk stil. Schoolklassen komen niet naar de bezinningscentra. Studenten blijven weg. Cursussen zijn geschrapt. „Een groot gemis”, zegt Van Adrichem. „De gasten zijn de reden van ons bestaan. Voor ons gaat het dagritme door, maar er kunnen geen mensen meer aansluiten.”

Voor ons verschilt de situatie niet zo veel als voor mensen die op tien hoog wonen

Bernardus abt

De stilte en de rust brengen de mens wel tot een besef waar het in het leven werkelijk om draait. „Onze innerlijke ruimte wordt groter.” Veel werkzaamheden vallen weg en toch gaat het leven door. „Deze periode doet een appèl op ons vermogen niet in paniek te geraken of radeloos te worden, maar te vertrouwen dat we door deze periode heen worden gedragen.”

De franciscaan hoopt dat de coronacrisis ertoe leidt dat we niet voortdurend denken in termen van oplossingen voor problemen. „Sommige mensen vragen hoe lang het nog duurt voor we op ons oude niveau zitten. Dan zeg ik: moeten we wel terug naar dat niveau? We hoeven niet alles in handen te hebben. Wij zijn geen heer en meester van de natuur, wij maken er deel van uit.”

Lees ook het interview met zuster Monica, die op haar vijfenveertigste non werd

‘Eenzaamheid is onze biotoop’

Je zou zeggen dat kloosterlingen minder moeite hebben met de afzondering en eenzaamheid die de maatregelen tegen de coronacrisis met zich meebrengen. Broeder Guido van Belle uit Zundert: „Wij zwemmen in afzondering, eenzaamheid is onze biotoop. Dat is heel wat anders dan bewoners van een grote stad die ineens het entertainment van restaurants en terrassen en bioscopen missen. Ik moet er zelf niet aan denken! Dat mensen ineens thuis moeten blijven, kan natuurlijk ook leiden tot meer familiaal geweld.”

Toch zijn de overeenkomsten tussen burgers en religieuzen groter dan de verschillen, zegt abt Bernardus Peeters van de trappisten in Tilburg. „Voor het leven van bezinning hebben wij vrijwillig gekozen. Voor ons is het verschil tussen toen en nu niet zo groot als voor mensen die tien hoog in de stad wonen. Maar ook wij missen het contact met onze gasten. Ons gastenhuis is de opening naar de wereld waarin wij leven. Wij zitten allemaal in hetzelfde schuitje.”

Zowel binnen de muren van de kloosters als daarbuiten signaleert Peeters wel een „gevoel van solidariteit”, een „wij-gevoel” om gezamenlijk deze tijd door te komen. „Als we dat gevoel vast zouden kunnen houden, dan is deze crisis toch nog ergens goed voor geweest.”