Brieven

Louis van gasteren

Verre van een verzetsheld

Foto uit biografie

De biografie van Louis van Gasteren door Jan Willem Regenhardt zit vol onjuistheden (Filmen met de trauma’s van vroeger, 15/5). In 1989 claimde Van Gasteren dat hij de Joodse onderduiker Walter Oettinger in 1943 had moeten liquideren omdat die een gevaar was voor hem en anderen in het verzet. De conclusie van mijn boek: Van Gasteren heeft zich een verzetsverleden aangemeten over de rug van de man die hij zelf heeft doodgeslagen. Hij probeerde mijn boek te verbieden, maar wist niet één fout te noemen. Dus klopt het dat Van Gasteren in de oorlog op kamers ging bij een leraar die lesgaf in NSB-uniform en in 1944 nog bij de Waffen SS wilde. Regenhardt maakt er 1939 van. Van Gasteren woonde in een Joods pand gevorderd door de bezetter en deelde het bed met iemand die voor de bezetter gestolen Joodse panden verhuurde. Regenhardt zuivert haar blazoen. Vanuit de Beethovenstraat 146 – ook een Joods pand, waar Van Gasteren sinds eind 1942 woonde – werden via advertenties in o.a. de Deutsche Zeitung tapijten, schilderijen en antiek te koop aangeboden. En dáár pleegde Van Gasteren dus zijn verzetsliquidatie. Tijdens etenstijd. Zo luid dat de buren kwamen kijken. Toen Van Gasteren in 1992 een verzetspensioen aanvroeg, zei hij van Leendert van der Graaf – die ik in mijn boek ontmasker als Gestapo-agent – geleerd te hebben persoonsbewijzen te vervalsen. In Regenhardts versie komt hij niet meer voor. Ook de getuigenis van de enige persoon die stelde met hem verzet gepleegd te hebben, ontbreekt. Begrijpelijk, want ze schreef dat zijn kamer volstond met Joodse spullen en dat ze in mei 1943 een Joods gezin naar Zwitserland hadden helpen vluchten. Wat niet kan: het gezin was drie maanden eerder al vergast in Auschwitz. Dus gooit de leugenaar in dienst van een fabulant haar brief in de prullenbak. Als er iemand een seismograaf van zijn tijd is, dan Regenhardt.

De dood van een onderduiker