KNMI ziet een toename van droogte tijdens zomers

Klimaat In het binnenland van Nederland worden de zomers tóch steeds droger. Terwijl het kustgebied juist natter wordt.

Een boer beregent zijn akker.
Een boer beregent zijn akker. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

In het binnenland van Nederland zijn de zomers sinds 1950 droger geworden. Voor het kustgebied geldt dit juist niet. Dat blijkt uit onderzoek van het KNMI en de Universiteit Utrecht.

De trend zal in de toekomst doorzetten, verwachten de onderzoekers. Getroffen sectoren, zoals landbouw en natuur, zullen „moeten leren omgaan met deze toename in zomerse droogtes in Nederland”, schrijven ze aan het eind van hun artikel, dat binnenkort wordt gepubliceerd in het tijdschrift Environmental Research Letters.

De studie geeft een belangrijke verfijning van de trend voor heel Nederland. Tot nu berichtte het KNMI alleen over die landelijke trend. En die laat zien dat, gemiddeld over heel Nederland, de zomers de afgelopen eeuw ietsje nátter zijn geworden. En voor de andere seizoenen is deze ‘vernattingstrend’ nog een stuk sterker. Tussen 1910 en 2013 is de gemiddelde hoeveelheid neerslag die in een jaar in Nederland valt, met ruim een kwart toegenomen, schreef het KNMI in 2014 in de laatste klimaatscenario’s. Maar inzoomend op de zomer is er een duidelijk verschil tussen de trend in het kustgebied en in het binnenland, zo blijkt nu.

Uit eerder onderzoek was het de meteorologen van het KNMI al duidelijk geworden dat er in het kustgebied, tot 50 kilometer landinwaarts, meer neerslag valt dan in het binnenland. „Tegelijk zagen we in 2018 en 2019 die extreme droogte in de zomer”, zegt Sjoukje Philip, klimaatwetenschapper bij het KNMI en eerste auteur van het artikel. Verder was bekend dat er in het oosten van het land vaker een neerslagtekort (een maat voor droogte, op basis van neerslag en verdamping) is dan in het westen. „We wilden beter uitzoeken hoe we dit alles konden rijmen”, zegt Philip.

Lees ook: Wéér is het te droog. Wat gaan we eraan doen?

De onderzoekers verzamelden gegevens van KNMI-weerstations over de periode 1951-2019. Voor de maanden april tot september keken ze naar neerslag, temperatuur, zonne-instraling en verdamping.

Aan de kust is de zomerse neerslag toegenomen – bij sommige stations met 25 procent per graad temperatuurstijging. Maar voor het binnenland nemen de onderzoekers geen trend waar. De temperatuur in de zomer is in beide delen van Nederland vergelijkbaar toegenomen. Ook de zonne-instraling neemt in beide delen toe, maar in het binnenland „ietsje meer” dan aan de kust, zegt Philip. Een toename van temperatuur en zonne-instraling leidt tot meer verdamping. Dat kan gecompenseerd worden door een toename van de neerslag, zoals aan de kust. Maar blijft de neerslag gelijk, zoals in het binnenland, dan leidt het tot indroging van de bodem, concluderen de onderzoekers.

Waarom de zonne-instraling is toegenomen, laten de onderzoekers overigens in het midden. Waarschijnlijk speelt de vermindering van de luchtverontreiniging een rol, schrijven ze. Maar die zette pas ná 1985 in, terwijl ze de zonne-instraling al eerder zien toenemen. „Het kan ook te maken hebben met veranderingen in de wolken”, zegt Philip.