Opinie

In Jemen kan het altijd toch nog weer rampzaliger worden

Corona kan in Jemen in het beste geval de helft van de bevolking infecteren, hoorde Carolien Roelants op een webinar. Er heerst ook al cholera. En oorlog.

Dwars

Pas op, dit is een heel somber verhaal, zelfs voor mijn doen. Over Jemen en corona, waarover ik het helemaal niet wilde hebben. Maar het drong zich op door de totale rampzaligheid. „Iedere keer denk je dat het niet erger kan, maar het wordt altijd weer erger”, zei vorige week de Brits-Jemenitische BBC-journalist en filmmaakster Nawal al-Maghafi op een van de interessante webinars die de coronacrisis dan weer wel oplevert. Een dag later kwamen de Verenigde Naties en Artsen zonder Grenzen ook elk afzonderlijk met een noodkreet.

AzG runt in Aden het enige coronacentrum in heel Zuid-Jemen. Van 30 april tot 17 mei kwamen daar 173 patienten binnen, van wie ten minste 68 stierven, aldus doctorswithoutborders.org. „De mensen die komen zijn al te ver heen om nog te kunnen redden, en we weten dat heel veel meer mensen helemaal niet komen: die sterven thuis.” De mensen die sterven zijn ook veel jonger dan in Europa: vooral mannen tussen 40 en 60 jaar oud.

In heel Jemen kan het virus de helft van de bevolking infecteren, dat wil zeggen zo’n 14 miljoen mensen, zei Maghafi in het webinar. Dat is het beste geval, in het slechtste zal bijna iedereen besmet raken. Maghafi baseerde zich op prognoses van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, die zich weer baseert op de omvang van de cholera-epidemie. Die cholera-epidemie is de ergste in de wereld sinds aantallen worden bijgehouden; per december 2019 2,1 miljoen gevallen en 3.750 doden (WHO). Cholera is relatief makkelijk aan te pakken. Maar in Jemen was de gezondheidszorg al zwak vóór de Saoedische kroonprins in 2015 de oorlog tegen de Houthirebellen begon. Vervolgens is de helft van de gezondheidscentra kapotgebombardeerd. Een woordvoerder van de VN-humanitaire organisatie OCHA meldde vrijdag dat „de gezondheidszorg feitelijk in elkaar is gestort”.

Corona is veel moeilijker te behandelen dan cholera. Tegelijk is de gezondheid van veel mensen al slecht. Meer dan 20 miljoen Jemenieten zijn niet in staat zich behoorlijk te voeden; 9,6 miljoen van hen zitten in een noodsituatie (Wereldvoedsel Programma, WFP, april). Twee derde van de bevolking heeft onderliggende gezondheidsproblemen. Vandaar die zwarte prognoses.

Kunt u het zich voorstellen? Gebrekkige zorg en slechte voedselsituatie. Geen beschermende kleding voor verplegers en artsen – veel van hen zijn bang, zei Maghafi, en vertrekken. Zieken met coronaverschijnselen worden weggestuurd. De verschillende autoriteiten – de Houthi’s in het noorden, separatisten en de officiële regering in het zuiden – zeggen dat ze maatregelen hebben genomen, maar markten en moskeën blijven open. Handen wassen is bijna onmogelijk: de watersituatie is ook al dramatisch. Nu het regenseizoen is aangebroken heersen trouwens ook malaria, diarree en knokkelkoorts.

De Amerikaanse regering heeft inmiddels 225 miljoen dollar uitgetrokken voor het WFP, dat is een positieve verrassing. Maar de WHO heeft bezuinigingen aangekondigd sinds Trump de contributie stopzette. OCHA zegt dit jaar ruim 3 miljard dollar nodig te hebben voor Jemen, maar heeft nog niet eens een derde daarvan binnengekregen. Dat heeft te maken met de corruptie ter plaatse. Donoren willen graag dat hun geld bij de juiste mensen terechtkomt.

Alleen het einde van de oorlog zou een begin van een oplossing bieden. Maar ik geloof niet dat de wereld zich genoeg zorgen maakt om de nodige koppen tegen elkaar te rammen.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.