Hij heeft het druk en ook alle tijd

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: Bankier Bruce ontdekt een leven zonder reistijd.
Illustratie Eliane Gerrits

Dertig jaar lang reed bankier Bruce iedere werkdag de tien kilometer van zijn huis naar het station in Princeton, parkeerde daar zijn auto en spoedde zich naar de trein van 06.10 uur in de hoop een zitplaats te bemachtigen. Een uur en tien minuten later arriveerde hij in Manhattan. Hij zat vervolgens een halfuur in de metro, waarna hij nog zo’n twaalf minuten liep naar de bank. Daar nam hij de lift naar de veertigste verdieping, om even later in zijn stoel te zakken. In de avond herhaalde hij alle stappen in de omgekeerde volgorde.

Half maart ging de deur van de bank abrupt dicht. Sindsdien werkt Bruce vanuit zijn huis. Dat was even wennen. Hij staat op een normale tijd op, loopt een blokje door de buurt met de hond en ontbijt tegen achten met zijn vrouw. Aankleden is ook een stuk minder tijdrovend. Geen schoenen poetsen, altijd een joggingbroek aan en jasje-dasje alleen voor de Zoom.

Omdat hij bij de afdeling faillissementen werkt, heeft hij het in deze slechte economische tijden drukker dan ooit. Dikke stapels dossiers liggen op zijn bureau, dat hij niet langer hoeft te delen met collega’s. Ondanks de drukte kan hij dagelijks lunchen, borrelen en avondeten in de tuin. Het voelt als vervroegd pensioen, vertelt hij.

Vorige week kondigde zijn bank aan voorlopig niet open te gaan. Sillicon Valley pakt het nog rigoureuzer aan. Facebook liet weten dat binnen tien jaar de helft van alle werknemers vanuit huis zal werken. Twitter, van de snel vervliegende berichten, gaat zijn kantoren zelfs „voorgoed” sluiten. Het model van een groot kantoor waar iedereen samenkomt, vindt men achterhaald, onder het motto: Silicon Valley is een mindset, geen locatie op aarde.

In de laatste decennia ging de werkplek steeds meer op een huiskamer lijken. Er kwam een ruimte voor de powernap, je kon sporten met een douche na. Mandjes vol snacks, een aanrecht met je eigen mok, schilderijen aan de muur, een schuur met leenfietsen. Sommige dagen kon je je hond meenemen of je kinderen. Voor wie na achten nog niet klaar was, was er warm eten. In het geval van een all-nighter, kon je er zelfs blijven slapen. Het kantoor werd zo steeds meer als thuis. De lockdown bracht de onvermijdelijke laatste stap in deze evolutie: het kantoor ís thuis.

Bruce mist zijn collega’s niet. „Ken je de serie The Office? Nou, dat waren wij. Nodeloos lange vergaderingen. Roddel, afgunst, flauwe grappen. Volkomen op elkaar uitgekeken.”

Hij rekent me voor dat hij bijna vier complete levensjaren is kwijtgeraakt aan zijn dagelijkse commute. En dan heeft hij het nog niet eens over die lage rugpijn in de trein. Al die jaren heeft hij zijn dochters, waarvan de jongste dit jaar het huis uit ging, nooit naar school kunnen brengen. Hij was er nooit als ze in hun hockeytenues met hun stoere verhalen thuiskwamen. Als hij ’s avonds doodmoe de sleutel in het slot van de voordeur stak, lagen ze al in bed. Waarom, eigenlijk? Waartoe?

Daar denkt hij allemaal aan, als hij zich om 06.10 nog eens omdraait.

Reacties naar pdejong@ias.edu