Opinie

Gemaskerd weerzien

Dagboek Coronavirus

In de oude tijden was Piazza delle Erbe de magneet van de nacht en de binnenste kring van het paradijs van de alcoholistische monocultuur. Op mooie vrijdag- of zaterdagavonden zaten en stonden er soms tweeduizend man te zuipen op het intieme, trapeziumvormige pleintje. En dit was het eerste weekend na de heropening.

We gingen dineren bij Stella’s moeder. Sara en Andrea waren er ook bij. We konden niet net als de vorige keer op een rijtje in de buitenlucht op het balkon zitten, omdat een onweersbui naderde. Op ontsmette pantoffels maakten we een alternatief plan.

Na lang beraad werd er besloten dat Sara en Andrea aan weerszijden van de tot kerstlengte uitgeschoven eettafel plaatsnamen, terwijl Stella en ik in de studeerkamer zouden eten en de moeder voor haar eigen veiligheid werd opgesloten in haar eigen keuken. Bij het toetje mochten we allemaal in de woonkamer komen. Stella hield haar mondkapje op haar kin terwijl zij haar ijsje lepelde en schoof het over haar neus en mond wanneer ze tussen de hapjes door iets wilde zeggen.

Omdat we moesten bijkomen van zoveel gezelligheid, gingen Stella en ik na afloop nog wat drinken op Piazza delle Erbe. De onweersbui was overgetrokken. Zo waren we getuige van de eerste movida in de nieuwe tijd.

De bars hadden beveiligers ingehuurd om samenklittende groepen uit elkaar te trekken, maar ze waren niet nodig. Iedereen was uiterst gedisciplineerd aan het losgaan. Serveersters met mondkapjes zagen toe op de ontsmettingsprocedures van wie naar de wc wilde. Het was mooi. Ik had het leven gemist. Ik genoot.

Maar toen begon de absurditeit van de situatie tot mij door te dringen. Mensen kwamen samen om angstvallig op afstand te blijven. Gemaskerd weerzien werd met protocollen gevierd. Halve gezichten lachten in de nacht. Het was fascinerend. We bleven tot sluitingstijd.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.