Een Twentse rupsenval? De rupsen trappen er niet in

Het bedrijf Rupsenval Twee Twentenaren richtten in 2019 de firma Rupsenval op. Gemeenten en bedrijven kochten voor duizenden euro’s hun vallen om de eikenprocessierups te vangen. Maar bewijs dat ze werken, is er niet.

Rupsenvallen zouden een milieu- en natuurvriendelijke manier van bestrijding zijn.
Rupsenvallen zouden een milieu- en natuurvriendelijke manier van bestrijding zijn. Foto Branko de Lang/ANP

Ik heb nu twee mannen aan de lijn en die zouden weleens de helden kunnen zijn van jouw festivalzomer”, zegt de radio-dj. „Zij gaan jouw komende zomer, daar in dat tentje, een stuk mooier maken. Het zijn Collin en Jeffrey. Goedenavond vrienden.”

In februari van dit jaar werden de Twentse broers Collin en Jeffrey van den Dolder geïnterviewd door 3FM. Vorig jaar lieten eikenprocessierupsen hun brandharen over het Nederlandse festivalplezier dwarrelen. In de radio-uitzending vertellen de broers dat ze een product hebben ontwikkeld waarmee ze dit jaar „een heel stuk van de overlast” kunnen voorkomen.

Dat product is een rupsenval. De val bestaat uit een ring van pvc en schuimrubber die je om de boomstam heen plaatst. Aan de ring zit een plastic zak met aarde. Het idee is dat de rupsen, als ze in processie over de stam trekken, via een buisje de zak in kruipen.

In augustus vorig jaar richtten de dertigers hun bedrijf Rupsenval op en begonnen ze via hun website met de verkoop van hun zelfgemaakte vallen. Volgens de site is Collin van den Dolder „outdoorspecialist” en Jeffrey leraar biologie.

Al snel na de oprichting van Rupsenval waarschuwden verschillende experts dat de val niet werkt. Hij zou geïnspireerd zijn op Zuid-Europese vallen voor de dennenprocessierups en niet werken tegen de eikenprocessierups.

De broers claimden dat ze hun val zelf kleinschalig en succesvol hadden getest op de eikenprocessierups. Ze waren alleen vergeten foto’s te maken van de rupsen in de zak, omdat ze toen nog niet aan de verkoop van het product dachten, zo vertelden ze vorig jaar augustus tegen het regionale dagblad Tubantia.

Gemeenten kopen val

Zonder bewijs dat de rupsenval daadwerkelijk werkt tegen de eikenprocessierups, hebben meerdere gemeenten vallen gekocht bij Rupsenval. Dat gaat in ieder geval om gemeenten Breda (500 vallen, 24.500 euro), Altena (70, 4.000 euro), gemeente Rijswijk (48, 4.752 euro), gemeente Oost-Gelre (30, 2.100 euro) en gemeente Kaag en Braassem (10, 600 euro). De gemeenten wilden de vallen graag testen en hebben Collin en Jeffrey den Dolder zelf benaderd, zeggen de broers zelf. De goedkoopste variant van de val kost 59,50 euro, de duurste 99,50 euro.

Waarom gemeenten deze vallen kochten is onduidelijk, blijkt uit navraag bij de drie gemeenten die de meeste vallen kochten. Ze laten wel weten dat ze het nog te vroeg vinden om conclusies te trekken over de werking van de val. Ook stellen de gemeenten dat de rupsenval niet het enige middel is dat ze inzetten om de eikenprocessierups te bestrijden.

De meeste rupsenvallen verkochten de broers Van den Dolder aan particulieren en bedrijven, zoals kinderdagverblijven en groenbedrijven. De broers laten via de telefoon weten dat ze zo’n 1.800 vallen hebben verkocht, inclusief de verkoop aan gemeenten.

Op rupsenval.nl wordt de val op de homepagina aangeprezen als „een langetermijnoplossing voor de overlast van de processierups”. Als je doorklikt wordt duidelijk dat 2020 een testjaar voor de rupsenval is. Klanten kopen dus een product dat nog getest wordt.

Luc Crevecoeur, coördinator van de eikenprocessierupsbestrijding in Vlaanderen, deed in 2013 al een kleine test met de dennenprocessierupsenval van het Franse merk Écopiège. Dat is eenzelfde soort val als de Twentse rupsenval. Crevecoeur testte de Écopiège-vallen op de eikenprocessierupsen in Belgisch Limburg, waar de concentratie van de eikenprocessierups het hoogst is van heel West-Europa. Het resultaat was teleurstellend: alle vallen bleven leeg.

Gedrag rups is veranderd

Toch denken de broers het plaagdier te kunnen vangen met hun rupsenval. Dat komt omdat het gedrag van de eikenprocessierups is veranderd, zeggen ze. „De laatste drie jaar is de populatie eikenprocessierupsen in Nederland groter geworden”, vertelt Jeffrey van den Dolder. „Om die reden kunnen de rupsen op een gegeven moment niet meer genoeg voedsel vinden in de eikenboom en dalen ze de stam af, op zoek naar ander voedsel. Het idee is dat ze onderweg de val in kruipen.”

Dat de eikenprocessierupsen de laatste jaren „massaal in processie de stam afdalen” zeggen de broers te baseren op hun eigen observaties en op gesprekken met mensen van groenbedrijven. „Vorig jaar liepen de rupsen zelfs over parkeerplaatsen en schoolpleinen”, zegt Jeffrey van den Dolder.

Maar experts bestrijden dat het gedrag van de rups is veranderd. „Het klopt dat er vorig jaar rupsen op de grond zijn aangetroffen, maar dat had te maken met de lentestormen. Toen zijn er rupsen uit de bomen gewaaid”, weet entomologe (insectenonderzoeker) Silvia Hellingman. Zij doet nu zo’n vijftien jaar onderzoek naar de rups en is lid van het Kenniscentrum Eikenprocessierups in Wageningen.

Volgens Hellingman zal de rups niet snel gebrek aan voedsel hebben in een eikenboom. „De eik kent een tweede uitloop, meestal eind juni. Dan krijgt die dus weer nieuwe takjes en blaadjes”, zegt ze. „Dat biedt de rupsen voldoende voedsel, tenzij er zo’n dertigduizend rupsen in een boom zitten, maar dat is nergens in Nederland het geval.”

De kritiek van experts frustreert de broers. „We horen dat deze deskundigen onze klanten, zoals gemeenten, de rupsenval afraden”, zegt Collin van den Dolder. „Daarnaast hebben ze ons vanaf de oprichting van ons bedrijf alleen maar met kritiek bestookt, vooral via sociale media.”

Begin maart was de maat vol voor de broers. Ze stuurden een brief, die in het bezit is van NRC, naar minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie). Daarin schrijven ze over de leden van het Kenniscentrum: „Zij maken zich onder andere schuldig aan smaad, laster, positiemisbruik en inkomstenderving aan ons adres.”

Wim Peeters, lector boomverzorgingstechniek op de Belgische hogescholen VIVES en Odisee, geeft zijn studenten bij het vak plantenziektekunde de opdracht vijf fundamentele fouten te halen uit een tekst die op rupsenval.nl staat.

Peeters is niet verbonden aan het Kennisplatform. Volgens de broers zullen de rupsen niet alleen de val inkruipen als er te weinig eten is in de eikenboom, maar ook als het te warm wordt in de boom.

Peeters denkt van niet. „Als de luchttemperatuur hoger is dan 32 graden, kan het voorkomen dat de rupsen de boom uitkruipen om zich in te graven in de grond. Maar waarom zouden ze dan een plastic zak inkruipen waarin het niet koeler is dan buiten, en hoogstwaarschijnlijk nog heter?”

Op rupsenval.nl staat dat de rupsenval bedoeld is om tussen begin april en half mei de jonge eikenprocessierups te vangen die nog geen brandharen heeft en nog geen spinseldraden maakt. Maar de gemeenten die de rupsenvallen hebben gekocht zeggen dat tot nu toe – half mei – nog geen rupsen in hun vallen zijn gekropen. Entomologe Hellingman heeft vijf rupsenvallen gekregen van Breda om mee te doen met een proef en de gemeente op de hoogte te houden van haar bevindingen.

Lees ook: Vanuit een hoogwerker met een stofzuigerslang de rupsen te lijf

Begin april heeft Hellingman de vallen opgehangen in de buurt van haar huis, op een plek waar veel eikenprocessierupsen zitten. Op haar Facebookprofiel Eikenprocessie Vlinder plaatst ze regelmatig foto’s van de vallen en de bomen waarin ze hangen. Tot nu toe laten de foto's zien er een hoop insecten in de vallen zijn gekropen, maar geen eikenprocessierupsen.

Niet alle rupsenvallen zijn nog leeg. In een rupsenval die de broers Van den Dolder zelf hebben opgehangen in Twente krioelt een hoopje rupsen, zo laten de broers zien op een filmpje dat ze op 9 mei op hun Facebookpagina plaatsten. Volgens Hellingman lijken deze rupsen veel verder ontwikkeld dan de rest van de eikenprocessierupsen in Nederland op dat moment waren. Hebben de broers zelf rupsen gekweekt en deze in de zak gestopt? Natuurlijk niet, zeggen ze. Volgens hen lijken de rupsen op het filmpje misschien groot, maar zijn het wel degelijk jonge rupsen zonder brandharen.

Het filmpje eindigt met de stem van één van de broers: „Dag sceptici, dag sceptici.”