Analyse

De ‘zuinige vier’ wankelen (nog) niet

Europees Herstelfonds Van „samenvoegen van schulden” kan geen sprake zijn, benadrukten ‘zuinige’ landen zoals Nederland dit weekend opnieuw.

De Franse minister van Economie Bruno Le Maire tijdens een persconferentie met zijn Duitse collega, Olaf Scholz, 19 mei 2020.
De Franse minister van Economie Bruno Le Maire tijdens een persconferentie met zijn Duitse collega, Olaf Scholz, 19 mei 2020. Foto Bertrand Guay/AFP

De rugdekking mag zijn weggevallen, wankelen doen ze nog niet. De boodschap van de groep landen die bekend zijn komen te staan als de ‘frugal four’ (Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden) – ook wel aangeduid als de ‘zuinige vier’ – was dit weekend duidelijk: ons standpunt is onveranderd.

Veel nieuws was niet te ontdekken in de twee A4’tjes waarop de ‘zuinige’ landen zaterdag hun eigen plan voor een reactie op de coronacrisis schetsen. De groep stelt een tijdelijk, beperkt noodfonds voor, waaruit zwaar getroffen lidstaten een lening kunnen krijgen.

Van „samenvoegen van schulden”, zo schrijft de groep, mag geen sprake zijn en leningen moeten samengaan met hervormingen in de betrokken lidstaten.

Het zijn vertrouwde stellingen, maar door ze nog eens een keer extra op schrift te zetten, laat de groep weten dat de strijd over een Europese reactie op de coronacrisis zeker nog niet beslecht is.

Wending met Frans-Duits voorstel

De discussie kreeg afgelopen week een nieuwe wending door een ambitieus gezamenlijk voorstel van Duitsland en Frankrijk. Maandag presenteerden Angela Merkel en Emmanuel Macron hun voorstel voor een herstelfonds van 500 miljard euro. De Europese Commissie zou dit geld op de kapitaalmarkten mogen lenen, waarna het zou worden gebruikt voor gezamenlijke Europese uitgaven aan de wederopbouw na de coronacrisis. Voor het terugbetalen van de leningen zou de Europese Unie als geheel verantwoordelijk worden.

Vooral dat laatste stuit op weerstand in de ‘zuinige groep’. „Wij kunnen niet instemmen met instrumenten of maatregelen die leiden tot het samenvoegen van schulden of significante verhogingen in de EU-begroting”, schrijven ze.

In dat laatste standpunt vonden de landen elkaar al vóór de coronacrisis uitbrak – toen nog als ‘frugal’ vijftal met Duitsland erbij. Het nieuwe mantra van de groep is nu: louter ‘leningen voor leningen’.

Lees ook: Hoe Merkel wegdreef van Rutte

Het ‘tegenvoorstel’ van de zuinige groep maakt duidelijk dat binnen Europa nog een felle discussie zal volgen over het herstelfonds. Wie dacht dat de draai van Duitsland ook landen als Oostenrijk en Nederland zou verleiden snel van standpunt te veranderen, komt bedrogen uit.

Mogelijk toch open debat

Tegelijk is interessant wat de groep níét opschrijft en waardoor die discussie ook opener kan verlopen dan vooraf wellicht gevreesd. Zo wordt het feit dat de Europese Commissie voor het herstelfonds zal gaan lenen al niet meer betwist. Bovendien plakt de groep geen getal op het fonds, in afwachting van een onderzoek van de Commissie naar hoe groot de economische schade is en waar Europese uitgaven kunnen helpen. Zonder dat goed te onderzoeken, benadrukken de landen, weten we nog helemaal niet hoeveel nodig is.

Dat klinkt logisch, maar tegelijk is nu al te voorspellen dat de economische analyse van de Commissie niet mild gaat zijn. Als er één conclusie is die in Brussel de afgelopen weken met toenemende intensiteit is doorgedrongen, dan is het deze: het valt niet mee. Woensdag zal de boodschap zijn dat de risico’s voor het ineenstorten van de interne markt fors en existentieel zijn.

Gelijktijdig presenteert de Commissie woensdag haar eigen voorstel voor een herstelfonds. Details worden nog angstvallig geheimgehouden, maar duidelijk is wel dat de Frans-Duitse presentatie vorige week goed is afgestemd met de Commissie. In haar eigen voorstel zal de Commissie verder uitwerken hoe het geld besteed moet worden. Dus aan welke sectoren en regio’s, maar ook welk deel van het fonds ingezet wordt als subsidie en welk deel als lening.

Giften én leningen

Spitst de discussie zich daar uiteindelijk op toe, dan zal gezocht kunnen worden naar een compromis, tussen de ‘giften’ waar Zuid-Europa voor pleit, en de leningen die de zuinige groep wil uitgeven.

Opvallend zijn in dat verband uitspraken van de Oostenrijkse bondskanselier Sebastian Kurz, die zich de afgelopen week tot woordvoerder van de zuinige groep leek te hebben ontpopt. In interviews met de Duitse en Oostenrijks radio benadrukte hij zaterdag dat een compromis nodig is én dat de discussie uiteindelijk zal gaan over welk deel van het fonds leningen worden en welk deel subsidies. Kurz suggereerde daarmee dat ook Oostenrijk uiteindelijk kan leven met een deel subsidies.