De mens Lance Armstrong bestaat niet

Documentaire Lance Armstrong (48) raakte zeven Tour-zeges kwijt toen zijn stelselmatige dopinggebruik uitkwam. In de docu Lance vertelt de Amerikaan zijn kant van een verhaal dat te mooi bleek om waar te zijn.

Lance Armstrong: „Je liegt. In mijn geval tienduizend keer. Je klaagt mensen zelfs aan.”

Lance Armstrong: „Je liegt. In mijn geval tienduizend keer. Je klaagt mensen zelfs aan.”

Foto Elizabeth Kreutz

Een mens is Lance Armstrong voor een deel van de wereld misschien wel nooit geweest. Zij zagen een piepjonge wereldkampioen, een kankerpatiënt, een superheld van iconische proporties die, na de dood in de ogen te hebben gekeken, zeven jaar achtereen domineerde in een van de zwaarste beproevingen denkbaar. Na de genezing van uitgezaaide teelbalkanker werd hij op de racefiets een voorbeeld van veerkracht, in het Amerika van president George W. Bush na de aanslagen van 9/11 een symbool van hoop zelfs, evoluerend tot een merk ter waarde van honderden miljoenen dollars. Op een voetstuk geplaatst zoals dat alleen in de VS kan, er nadien ook net zo hard weer afgedonderd.

Want het verhaal was te mooi om waar te zijn, argwaan en kritiek achtervolgden hem als zijn schaduw, en terecht, weten we nu. Zijn prestaties hingen van leugens aan elkaar. Toen verhalen over vermeend dopegebruik de wereld in sijpelden maar jarenlang niet van bewijs konden worden voorzien – en zodoende als smaad en laster in de rechtbank werden afgehandeld – bleek de rol van de alleenheerser die als een Romeinse keizer een complete tak van sport zijn wil oplegde, hem te passen als een tweede huid.

Afvalligen die zijn vals spel wilden onthullen bedreigde hij. Armstrong waande zich onaantastbaar door zijn invloed, die reikte tot hoog in de Amerikaanse politiek, aan te wenden en daar federale agenten mee van het lijf te houden. Door oud-ploeggenoten met machtige advocaten achter zich a living hell te beloven, en ja, zelfs door zijn ziekte te misbruiken door op persconferenties met een stalen gezicht te beweren dat hij zijn leven nooit met doping nog eens op het spel zou zetten.

Toen zijn leugens uitkwamen sloeg adoratie om in haat bij volgelingen die in zijn persoon eens de verlosser meenden te zien. In 2013 zagen ze de zeepbel uiteen spatten met een halfslachtige mea culpa, gezeten naast Oprah Winfrey. En ze lazen in biografische boeken van oud-ploeggenoten dat de held in werkelijkheid een narcist bleek te zijn, die zich na de ineenstorting van zijn rijk zeven jaar later nog altijd een slachtoffer waant, nadat hij geen 100 miljoen aan sponsorgeld moest terugbetalen maar voor 5 miljoen dollar schikte met de staat.

Lees ook: De Tour van 1980, Joop Zoetemelks allermooiste zege van

Dat zien we in Lance, een nieuwe documentaire die in twee delen vanaf zondag te zien is bij de Amerikaanse zender ESPN, en op 6 en 13 juni in Nederland wordt uitgezonden op Fox Sports. Aan bod komen oud-ploeggenoten, journalisten, wielerfunctionarissen, familieleden, vrienden, en hijzelf. In 3 uur en 20 minuten wordt zijn levensverhaal nog maar eens uiteengezet. „Ik ga je mijn waarheid vertellen”, belooft Armstrong.

Lance Armstrong in de documentaire LANCE. ESPN/ DLP Media Group

Valse start

Veel verklaringen voor het maniakale gedrag dat Armstrong in zijn latere leven zal vertonen, liggen in zijn jeugd besloten. Zijn leven start vals. Moeder Linda bevalt van hem op haar zeventiende, zijn vader raakt snel buiten beeld. In de documentaire zit een anekdote verteld door Rick Crawford, zijn triatloncoach. Armstrong leent zijn scooter voorafgaand aan een race, en sloopt het apparaat. Als Crawford ernaar vraagt krijgt hij te horen dat hij niet moet zeuren. Moeder Linda neemt haar enige zoon in bescherming. Je hebt geen zeggenschap over hem, zegt ze tegen Crawford. Armstrong: „Ze geloofde dat ik alles kon. Het is een wonder dat ik geen massamoordenaar ben geworden.”

Linda hertrouwt met Terry Armstrong, een oud-militair, die Lance adopteert, en met harde hand opvoedt. „Ik joeg hem op als een beest”, zegt hij. „Pushte hem altijd, maar gaf hem te weinig liefde. Soms vraag ik me af of het door mij komt dat hij wil winnen tegen elke prijs.”

Armstrong verslaat al op zijn vijftiende goedbetaalde triatlonprofessionals in wedstrijden waaraan hij meedoet met een vervalst geboortecertificaat. Hij bekent al op zijn 21ste, toen hij in de regen van Oslo wereldkampioen wielrennen werd, prestatiebevorderende cortisonen te hebben gebruikt. Drie jaar later zit hij tot zijn nek in de epo, het middel dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert en in de jaren negentig een vlucht neemt, aangezien het nog niet gedetecteerd kan worden. „Epo was als rocket fuel”, schampert Armstrong.

Lance Armstrong wil graag verder met zijn leven, en hoopt dat anderen dat ook doen.

Foto Elizabeth Kreutz

In 1996 krijgt hij kanker in een teelbal, met uitzaaiingen in zijn longen en hersenen. „Dat was het enige jaar waarin ik groeihormonen heb gebruikt”, zegt hij in de documentaire. Of hij ziek is geworden door de dope durft hij niet te ontkennen. Hij geneest, en trouwt voor het eerst. Wat hij over zijn eerste vrouw Kirsten zegt is veelzeggend: „Ik heb stabiliteit in mijn leven nodig, dat heb ik hiervoor nooit gehad.”

Bij zijn terugkeer in de wielersport pakt hij de doping gelijk weer op. Was dat moeilijk? Totaal niet, zegt hij doodleuk, blind door succes.

Met elke Tourzege wordt hij groter, hij richt zijn eigen foundation op, Livestrong, waarmee hij miljoenen inzamelt voor kankerpatiënten. Op een goed moment dragen 80 miljoen mensen wereldwijd zijn gele polsbandje.

In de loop der jaren zijn er mensen in Amstrongs directe omgeving die naar de pers stappen om te vertellen over zijn misstappen, uit onvrede over de door doping beheerste sport, of omdat ze door hem bedreigd worden. Ze hebben het bedrog vaak zelf gezien. Maar Armstrong is zo machtig, dat hij in de rechtszaal overal mee wegkomt. Hij ontkent glashard, en begint in zijn eigen leugens te geloven. „Niemand die doping gebruikt zegt de waarheid”, vertelt hij in de docu. „Je liegt. In mijn geval tienduizend keer. Je klaagt mensen zelfs aan.”

Wat niet aan zijn zelfregulerend vermogen heeft bijgedragen is het feit dat Armstrong op de achtergrond beschermd wordt door wielerfederatie UCI, die na de Tour du dopage van 1998 er geen nieuw schandaal bij kan hebben. Positieve tests op cortisonen worden glad gestreken.

Lance Armstrong richtte zijn eigen foundation op, Livestrong, waarmee hij miljoenen inzamelt voor kankerpatiënten. Op een goed moment dragen 80 miljoen mensen wereldwijd zijn gele polsbandje. Foto Elizabeth Kreutz

Klokkenluider Landis

Alles verandert in 2010 als Floyd Landis, een oud-ploeggenoot, aan journalisten van The Washington Post mailt wat hij in zijn jaren bij US Postal heeft gezien. Landis heeft een schorsing van twee jaar uitgezeten en wil terugkeren, maar geen ploeg wil hem inlijven. Hij besluit te praten, tot in het kleinste detail. Als klokkenluider in de zaak tegen zijn voormalig kopman strijkt hij uiteindelijk ruim één miljoen dollar op. Armstrong heeft nu, een decennium later, geen goed woord over voor Landis. In de documentaire noemt hij hem „een stuk stront”.

Na twee jaar onderzoek laat de federale overheid de strafzaak tegen Armstrong in 2012 ineens vallen, maar het Amerikaanse antidopingagentschap USADA zet wel door. Zij komen met een overweldigend rapport waarin oud-ploeggenoten van Armstrong onder ede tegen hem getuigen. Al zijn sponsoren trekken hun handen van hem af. Hij wordt voor het leven geschorst en al zijn Tourzeges is hij kwijt. Ook in zijn foundation is geen plek meer voor hem. Dat steekt nog altijd. Meer dan berouw voelt Armstrong woede. Hoe kunnen ze hem dit aandoen, hij die de wereld na zijn genezing van kanker zoveel teruggaf?

In de documentaire geeft hij aan dat er door de omvang van zijn stichting geen weg meer terug was. Als hij eerlijk zou zijn, zou de boel instorten. Hij raakte gegijzeld door zijn eigen succes, gevangen in een luchtkasteel van leugens. Journalisten en fans verwijten hem dat, maar geen van hen heeft die immense druk ervaren. Velen behandelen Armstrong als een gewetenloze psychopaat, zonder te willen begrijpen wat aan die meedogenloze persoonlijkheid ten grondslag ligt. De koppen logen er niet om, de afgelopen dagen. In het Belgische blad Knack: ‘Hoe Armstrong een monster werd’. Het Britse The Guardian schrijft dat Armstrong „werd geboren in een verrot systeem, en verrot is gebleven”. Volgens de krant was hij „al in de baarmoeder gevoelloos”. Ze blijken over net zo weinig empathisch vermogen te beschikken als de hoofdpersoon over wie ze schrijven.

Aan het eind van de documentaire lijkt Armstrong wel degelijk wat te voelen, als de naam Jan Ullrich valt, de Duitser die opgroeide in de voormalige DDR, een van de weinige renners voor wie Armstrong respect zegt te hebben. In 2018 belandt Ullrich, ook een dopingzondaar, in een inrichting. Hij raakt zijn vrouw en kinderen kwijt, en vecht tegen drank en drugs. Armstrong reist naar de kliniek waar Ullrich verblijft. „Ik houd van hem”, zegt hij. „We komen uit dezelfde situatie.” Hij begint te huilen.

Ook Ullrich groeide op zonder vader, net als Armstrong. In dat lot vonden de twee elkaar. Als Armstrong naar Ullrich kijkt, ziet hij hoe het hem ook had kunnen vergaan. Zijn blik verstart. Hij is razend, omdat hij vindt dat de sport en de media renners ophemelen, met prestatiezucht misschien zelfs aanzetten tot valsspelen, en bij bedrog genadeloos laten vallen. De narcist jij-bakt, heeft nooit geleerd bij zichzelf te rade te gaan. Valt hem dat nu te verwijten?

Er wordt geschreven dat Armstrong in deze documentaire geen berouw toont, hoewel hij aan het eind zegt dat het hem spijt. Hij wil graag verder met zijn leven, en hoopt dat anderen dat ook doen. Op de vraag of hij zichzelf in de spiegel aan kan kijken, is zijn antwoord „ja”. Gelukkig maar, voor de mens Lance Armstrong.

Lance Armstrong samen met Jan Ullrich. Foto Elizabeth Kreutz