Reportage

Nieuwe protesten in Chili - maar tegen hetzelfde systeem

Door de grote ongelijkheid is de uitbraak van het coronavirus in Chili extra wrang. Rijken ontvluchten de lockdown, armen gaan de straat op omdat ze honger lijden.

Pamela Fernandez, drie volwassenen, vier kinderen staat er op de pan van deze vrouw die in de rij staat bij een voedseluitdeling in Santiago.
Pamela Fernandez, drie volwassenen, vier kinderen staat er op de pan van deze vrouw die in de rij staat bij een voedseluitdeling in Santiago. Foto Ivan Alvarado/Reuters

Het epicentrum van de uitbraak van het coronavirus is verplaatst van Europa naar Zuid-Amerika, waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op vrijdag. Na Brazilië stijgt het aantal nieuwe besmettingen het hardst in Chili. In een week kwamen daar meer dan 22.000 gevallen bij, meer dan een derde van het totale aantal geregistreerde besmettingen. Er zijn rond de zeshonderd geregistreerde coronadoden gevallen.

Met name Santiago is zwaar getroffen: meer dan tachtig procent van de nieuwe gevallen worden daar geregistreerd. De Chileense regering heeft meer dan zes miljoen mensen in de hoofdstad in quarantaine geplaatst. Maar juist deze maatregelen zorgden er deze week voor dat mensen de straat op gingen om te demonstreren.

In El Bosque, een gemeente in Santiago waar meer dan een kwart van de inwoners onder de armoedegrens leeft, gingen eind vorige week tientallen buurtbewoners de straat op om te demonstreren onder de slogan ‘Niet tegen de quarantaine, maar tegen de honger’.

De verplichte quarantaine raakt de arme buurt extra hard: een groot deel van de inwoners is actief in de informele sector en heeft geen sociale zekerheid. Een lockdown betekent geen inkomen.

Werkloosheid

„De werkloosheid is hier heel hard gestegen. Dit was al een arme buurt, nu zie je dat mensen echt honger krijgen. Ik ben hier geboren, maar dit heb ik nog nooit gezien”, zegt Lorena Downey, raadslid voor de Socialistische Partij in El Bosque aan de telefoon. Ze zegt dat mensen die besmet zijn met het coronavirus niet altijd op hulp kunnen rekenen. „Het enige ziekenhuis is in de buurt is overbelast. Mensen moeten uren in de ambulance blijven liggen omdat er geen plek voor ze is”, zegt Downey.

Het ziekenhuis, een openbare kliniek genaamd El Pino, luidde twee weken geleden de noodklok. 94 procent van de intensive carebedden was bezet, er was een gebrek aan beademingsapparaten. Op maandag 18 mei kwam die overbelasting tot een kookpunt: elf ambulances stonden acht uur lang te wachten voordat ze patiënten naar binnen konden brengen. Nog zeker vijf andere openbare ziekenhuizen in de regio kampen met dezelfde problemen en kunnen ernstig zieke patiënten niet behandelen.

Legertenten doen dienst als intensive care en gekoelde containers worden gebruikt als tijdelijke mortuaria. De situatie in publieke ziekenhuizen zoals in El Bosque is exemplarisch voor de publieke gezondheidszorg in Chili, zegt Aldo Santibáñez, leider van de vakbond voor zorgmedewerkers Fenpruss. „Al jaren wordt er bezuinigd op de publieke gezondheidszorg. Er zijn steeds minder bedden en minder gespecialiseerd personeel. Komende weken gaat het systeem ineenstorten. Het sterftecijfer zal stijgen, ziekenhuizen zullen moeten gaan kiezen welke patiënt een betere overlevingskans heeft”, zegt Santibáñez aan de telefoon. Het aantal doden loopt nu al hard op in Chili. Er zijn meer dan zeshonderd doden gevallen, maar de autoriteiten hebben op de grootste begraafplaats van Santiago meer dan tweeduizend graven laten klaarmaken, voorbereid op wat gaat komen.

De kern van het probleem gaat volgens de vakbondsleider verder terug. „Tijdens de dictatuur werd er als onderdeel van het vrijemarktmodel een tweeledig gezondheidssysteem opgezet: publieke zorg voor de armen en particuliere zorg voor de rijken.” De Chileense regering geeft jaarlijks per hoofd van de bevolking gemiddeld 1.750 euro uit aan gezondheidszorg. Slechts eenderde van dat budget gaat naar de publieke gezondheidszorg, terwijl 80 procent van de Chilenen daarvan gebruik maken. Het meeste geld gaat dus naar de particuliere zorg.

Inwoners van de dichtbevolkte gemeente Cerrillos in het zuiden van Santiago protesteren tegen het gebrek aan voedsel en werk. De Chileense regering heeft meer dan zes miljoen mensen in de hoofdstad in quarantaine geplaatst. Foto Luis Hidalgo/ AFP

Vakantie

Toen rijkere Chilenen in maart terugkeerden van hun vakanties in Europa en zo het virus meenamen naar huis, gingen zij die het konden betalen naar de privéklinieken, waardoor de situatie in de betere buurten van het land relatief snel onder controle was. Nu de armere wijken worden getroffen, blijken publieke ziekenhuizen niet over de specialisten, de capaciteit en het materiaal te beschikken om mensen te helpen. Wie arm is, moet vooral niet ziek worden.

Ongelijkheid, zoals in de zorg, verdeelt Chili op alle fronten. Het Zuid-Amerikaanse land kent de grootste verschillen tussen arm en rijk van alle ontwikkelde OECD landen. Waar een groot deel van de inwoners van Santiago door de quarantaine zonder werk kwam te zitten, stonden inwoners van de rijkere wijken in de file om naar hun vakantiehuisjes aan de kust te gaan en de maatregelen te ontwijken.

De ongelijkheid was de hoofdreden dat Chilenen in 2019 massaal de straat opgingen. Honderdduizenden mensen demonstreerden maandenlang voor verandering via een nieuwe grondwet, die de oude grondwet uit de tijd van dictator Pinochet zou vervangen. Een referendum hierover werd evenwel uitgesteld vanwege het coronavirus en ook de protesten gingen noodgedwongen liggen.

Middenklasse

“De protesten gaan terugkomen, maar veel gewelddadiger. Honger hebben is een ander verhaal dan je studie niet kunnen betalen”, zegt Carlos Correa aan de telefoon. Hij was hoofd communicatie ten tijde van de regering van ex-president Michelle Bachelet. “De mensen in de middenklasse en in de armere wijken verliezen hun banen; er ontstaat nieuwe armoede.”

De Chileense regering heeft maatregelen aangekondigd om met name arme gezinnen en ondernemers te ondersteunen. Gezinnen ontvangen per gezinslid drie maandenlang zestig euro en de armste gezinnen in Santiago kunnen daarnaast voedselpakketten krijgen. Toch wordt er in wijken als El Bosque gedemonstreerd, omdat de beloofde hulp volgens de bewoners nog steeds niet is gearriveerd.

Volgens Correa komt de onrust in de armere wijken door de communicatie van de regering. Na de protesten vorig jaar had president Sebastian Piñera een historisch lage 6 procent steun van de bevolking. “De president, die geobsedeerd is door peilingen, wil succesvol lijken. Hij kondigt nu maatregelen aan nog voordat ze genomen zijn, om zich populair te maken. Mensen krijgen hierdoor te hoge verwachtingen en worden wanhopig”.