Zedenslachtoffer praat vaker met dader

Seksueel misbruik Slachtoffers en daders van seksueel misbruik gaan vaker met elkaar in gesprek. „Door #metoo is het bespreekbaarder geworden.”

Foto istock

Het aantal slachtoffers en daders van zedenmisdrijven dat toenadering zoekt via een bemiddelingstraject is het afgelopen jaar sterk gestegen. Bij Perspectief Herstelbemiddeling, een landelijke organisatie die los van het strafproces contact tussen slachtoffers en daders organiseert, kwamen in 2019 bijna 150 aanmeldingen over zedenzaken binnen, een stijging van 40 procent in vergelijking met het jaar ervoor. In een derde van de gevallen komt het tot contact. Perspectief Herstelbemiddeling heeft geen winstoogmerk en wordt gefinancierd door het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Volgens Francis Bakker (51), bemiddelaar bij de organisatie, komt de toename doordat er meer openheid is gekomen. „Door de #metoo-beweging zijn zedenmisdrijven bespreekbaarder geworden. Het slachtoffer neemt meer initiatief om aandacht te vragen voor zijn of haar verhaal.”

Lees ook het verhaal van E., die als kind misbruikt werd door een familievriend: Na 35 jaar oog in oog met de dader: ‘Ik heb het beest in de bek gekeken’

In 44 procent van de gevallen nam het slachtoffer het initiatief voor de herstelbemiddeling, bij 56 procent de dader. Het percentage daders dat het voortouw neemt ligt ook bij bemiddelingstrajecten na andere delicten hoger, omdat zij op de mogelijkheid gewezen worden door onder meer reclasseringsorganisaties, gevangenissen en tbs-klinieken.

Slachtoffers die het initiatief nemen hebben vaak behoefte aan erkenning, zegt Bakker. Veel mensen die als kind zijn misbruikt voelen zich daar volgens haar jarenlang schuldig over. „Een verkrachtingsslachtoffer vertelde me dat de dader achteraf zei: ‘Geef me maar een kusje want jij vond het ook fijn’. Door zo’n opmerking raakt iemand in verwarring. Slachtoffers willen dat de dader tijdens zo’n gesprek de verantwoordelijkheid op zich neemt.”

Slachtoffers van zedenmisdrijven krijgen vaak geen juridische schuldbekentenis. „Bijvoorbeeld doordat er onvoldoende bewijs was. Maar het gebeurt ook dat slachtoffers de gebeurtenis uit schaamte blijven verzwijgen.”

Analyses van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) laten zien dat slachtoffers die een gesprek voerden met daders, enige maanden daarna iets minder angst- en woedegevoelens rapporteerden dan voor het gesprek.

Het valt op dat veel slachtoffers die zich aanmelden lang geleden zijn misbruikt, zegt Bakker, die een achtergrond heeft in maatschappelijk werk en twaalf jaar geleden begon met het begeleiden van bemiddelingstrajecten. „Misbruik werd vijftig jaar geleden anders behandeld door de politie. Aangiftes werden bijvoorbeeld afgedaan als ‘wildemeisjesverhalen’. Een slachtoffer heeft dan nooit erkenning gehad.”