Still uit video die Xu met antropoloog Willy Sier maakte op de eerste dag van de terugkeer op haar werk.

Interview

Xu is terug op haar werk in Wuhan, maar de argwaan over corona blijft

Weer aan het werk In Wuhan, de eerste stad die zwaar door het coronavirus getroffen werd, gaan bedrijven weer open. Hoe beleeft een jonge Chinese dat?

‘Ik vind het nog het ergste dat ik al zo lang niet naar mijn ouders kan”, zegt de 27-jarige Xu Xiaotou per telefoon vanuit haar kamer in een grote fabriek in Wuhan. Ze zag haar ouders voor het laatst op 15 januari, toen niemand nog wist dat de stad waar ze woont en werkt zo zwaar zou worden getroffen door het nieuwe coronavirus.

Van 23 januari tot 8 april was Wuhan, met 11 miljoen inwoners, zo goed als volledig van de buitenwereld afgesloten. Sinds 10 april kan Xu weer naar haar kantoor op het terrein van de fabriek waar ze werkt, samen met zeker tienduizend anderen.

Makkelijk om weer binnen te komen op het fabrieksterrein was het niet. Ze werd gecontroleerd op antistoffen voor corona in haar bloed, ze kreeg ook een test om te bepalen of ze op dat moment corona had. De fabriek heeft daarvoor een eigen, gesegregeerde afdeling ingericht waar de werknemers in aparte kamertjes op de uitslag konden wachten. Op de derde dag na binnenkomst mocht ze weer aan de slag.

Maar ook dan werd eerst haar temperatuur nog gemeten, ze moest haar handen en schoenen ontsmetten. De naam van de fabriek zegt ze liever niet. „Hij is al te vaak negatief in het nieuws geweest, ik wil daar niet aan bijdragen.” Ook de naam die ze in het filmpje en in dit stuk gebruikt, is niet haar echte naam.

Eenmaal binnen mocht ze het terrein van de fabriek niet meer af. De angst was te groot dat ze dan alsnog ergens buiten het virus zou oplopen en haar collega’s zou besmetten. „Nu mag ik wel weg, maar niet met het openbaar vervoer. Daarom kan ik mijn ouders in hun dorp nog niet bereiken.”

Het geeft aan hoe ongewoon het leven in Wuhan nog steeds is, hoeveel argwaan er is of de ziekte wel echt is uitgebannen en hoe strak de regels zijn rondom het opnieuw starten van de industriële productie.

Lees ook: China stelt geen groeidoel vast voor dit jaar

Fabrieken niet op volle toeren

Maar opstarten moet, anders is de economische klap voor Wuhan te zwaar. Begin april gingen vrijwel alle andere fabrieken ook weer open: volgens officiële cijfers ging het toen al om ruim 97 procent van het totaal. De overheid heeft er zwaar op aangedrongen dat de productie zo snel mogelijk weer op stoom zou komen.

Maar dat wil niet zeggen dat alle fabrieken ook meteen op volle toeren konden draaien. Sommige zijn afhankelijk van de aanvoer van onderdelen uit het buitenland, waar de productie vaak nog wel stilligt. En alle fabrieken zijn afhankelijk van de vraag. Zowel in China als in het buitenland ligt die voor de meeste producten nog niet op het niveau van voor de crisis.

Mijn fabriek was te vaak negatief in het nieuws, ik wil daar niet aan bijdragen

Xu Xiaotou

Xu wordt al sinds 2015 gevolgd door de Nederlandse antropoloog Willy Sier. Momenteel onderzoekt zij met een beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek de situatie in Wuhan nadat de stad op 8 april weer is opengegaan.

Sier vond haar verhaal interessant, en vroeg haar om de eerste dag dat ze weer naar haar werk ging te filmen. Samen zetten ze dat filmpje in elkaar. „Ik dacht eerst: mijn verhaal is toch niet interessant? Maar nu denk ik: het is toch wel een heel uitzonderlijke tijd. Ik zal er later vast met verbazing aan terugdenken.”

Xu verliet Wuhan net voordat de stad in lockdown ging. Ze vertrok op een al geplande reis naar Europa. Dat vond ze interessant, ze vond de mensen ook heel vriendelijk. „Niemand behandelde me slecht omdat ik uit Wuhan kwam.”

Anders was dat met haar reisgenoten. Die begonnen een lastercampagne tegen haar op Chinese sociale media toen ze ontdekten dat ze met iemand uit Wuhan op stap waren. Ze waren bang om door haar besmet te raken. Ze beschuldigden haar er ook van dat ze de ziekte moedwillig in Europa verspreidde.

Daar voelde ze zich hoogst onprettig bij, en ze was blij dat ze op 25 februari weer terug naar Wuhan kon. Daar moest ze wel meteen veertien dagen in quarantaine. Ze zat in haar eentje in het huis van haar vriend. Die zat zelf bij zijn ouders op het platteland. „Heerlijk vond ik dat: ik heb piano gespeeld, Engels geleerd, gekookt en boeken gelezen.”

Stills uit video van antropoloog Willy Sier.
Stills uit video van antropoloog Willy Sier.

‘Ons loon werd doorbetaald’

De economie van Wuhan kreeg door de lockdown een veel zwaardere klap dan andere delen van China. In Wuhan was de krimp in het eerste kwartaal van 2020 ruim 40 procent, in China als geheel 6,8 procent. Daarom alleen al heeft Xu er geen moment over nagedacht of ze wel zou terugkeren naar de fabriek.

„We hebben de hele periode dat we thuis zaten gewoon ons loon doorbetaald gekregen”, vertelt ze. „Ik werkte wel vanuit huis, maar het was niet bepaald druk. Vier of vijf uur per dag was al veel.”

Niet iedereen in China had zoveel geluk. Mensen met los-vaste banen kunnen op geen enkele steun rekenen als ze hun werk verliezen. De werkloosheid ligt in heel China nu officieel op 6 procent, maar officieuze schattingen spreken eerder van 20 procent. Die extra werkloosheid zit vooral aan de onderkant van de maatschappij.

Xu was niet bang om weer aan de slag te gaan, met opeens weer allemaal collega’s om haar heen „Daarvoor werden we te goed gecontroleerd”, zegt ze. Het lukt ook goed om op kantoor afstand van elkaar te houden. „Hoe dat in de fabriek is, weet ik niet precies.”

In weekend mag Xu het terrein af

Xu moet binnenkort weer getest worden: niet op de fabriek, maar bij het buurtcomité. „Iedereen boven de zes jaar heeft een oproep gekregen. Het is gratis. Ook als je het al gedaan hebt, moet je het nog eens doen.”

Inmiddels mag ze af en toe het terrein weer af. „Ik heb vergunning gekregen om in de weekenden naar het huis van mijn vriendje te gaan”, vertelt ze. Anderen mogen dat niet. „Mijn vriendje heeft een eigen huis in Wuhan, en ik kan met de auto van een collega meerijden naar zijn huis.” Het openbaar vervoer is en blijft voor werknemers van haar fabriek taboe.

Het is ook nog niet zo leuk om in Wuhan de straat op te gaan, want veel winkels en restaurants zijn nog dicht. „Het is nog niet erg levendig op straat”, vertelt ze. Ook de restaurants op het fabrieksterrein zijn nog niet open. Ze haalt haar eten in de kantine, en eet het vaak in haar eentje op haar kamer op. Maar dat went. Alleen haar ouders missen, dat wordt alleen maar moeilijker.