Opinie

Wij arme kleuters

Marcel van Roosmalen

Ik zal bevooroordeeld wezen, de man heeft mijn dementerende moeder tenslotte de laatste levenslust ontnomen door haar meerdere weken eenzame opsluiting op te leggen, maar met vicepremier Hugo de Jonge moeten we oppassen. Hij wekt in alles de indruk dat deze crisis hem in ieder geval niet slecht uitkomt. Het merk Hugo de Jonge wordt geladen. De accu zit vol en er is niemand die de stekker eruit trekt. Integendeel, de algemene houding lijkt te zijn: laat hem nu ook maar lekker leeglopen. Daar zit zoveel energie in, anders ontploft hij misschien.

Als Rutte op die dinsdagse toneelstukjes begonnen is staat hij al achterin beeld op die rare schoenen te wippen. Ieder haartje goed, de stropdas perfect geknoopt, de sleetse metaforen op het papier.

Dit keer over dat er een dashboard in de auto moest komen.

„Want we sturen op de achteruitkijkspiegel.”

Niets dan lucht.

Als alles al drie keer herhaald is, mag hij nog een keer aanleggen.

Ach, wij arme kleuters.

Ik heb zelf twee kleine kinderen, maar zelfs die zeggen er wat van als ik ze als Hugo de Jonge toespreek dat ze niet in hun broek maar op de wc moeten plassen.

„Ja-haa, ik weet het. Hou nou op, papa!”

Teveel nadrukkelijke daadkracht en klemtonen, net te veel Rotterdam: dat niet lullen maar poetsen komt me ondertussen echt de oren uit.

Hugo de Jonge is de online marketeer die je niet wilt spreken als je abonnement verloopt, de man waarvan je niet wilt dat hij speecht op je bruiloft en al helemaal niet op je begrafenis. Hij is hoe Vitesse de laatste seizoenen voetbalt: je weet al wel dat het weer een kutwedstrijd wordt maar je blijft er toch naar kijken. Maar dat onverwachte doelpunt valt niet, zelfs geen schijnbeweging die blijft hangen. Na afloop herinner je je niets, behalve dat het veel te lang duurde. Eén heilig voornemen: de volgende keer ga je niet meer.

Echt, je kunt na Mark Rutte met gerust hart wegzappen.

De doventolk hoeft niet eens gewisseld, ze kan gewoon stoppen.

Wat blijft is ‘de belofte’.

Als het virus weg is, blijft Hugo de Jonge over, het kan zomaar zijn dat we nog jaren aan deze man en zijn slechte metaforen vastzitten. In het nieuwe normaal zitten wij in een auto en gaat hij over het dashboard, of zijn wij de vieze sokken in zijn wasmachine.

Slechte vergelijkingen genoeg, wen er maar aan.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.