Opinie

Verbeelding kan ons redden – gebruik die dan ook

Verbeelding Kunstenaars zijn misschien niet de beste crisismanagers, maar gebruik hun speelsheid en verbeeldingskracht voor betere toekomstscenario’s, betoogt .
Afbeelding uit een editie uit 1906 van H.G. Wells’ The War of the Worlds.
Afbeelding uit een editie uit 1906 van H.G. Wells’ The War of the Worlds. Illustratie Bettmann Archive

Ruim een eeuw geleden, toen de wereld ook werd overvallen door een alles ontwrichtende catastrofe, lukte het de Britse sciencefictionschrijver H.G. Wells nauwelijks om zijn opwinding te verbergen. „Nu is er de gelegenheid om fundamentele zaken door te voeren die anders in geen honderden jaren gedaan zouden kunnen worden”, schreef hij opgetogen in een krantenartikel van 15 augustus 1914.

Dertien dagen daarvoor was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken. En natuurlijk, dat was vreselijk voor de mensen die aan het front hun leven moesten wagen, erkende Wells. Maar het was ook een kans. Zo constateerde hij tevreden dat in die anderhalve week de overheid vitale delen van de economie naar zich toe had getrokken, „zonder met de aandeelhouders rekening te houden”: de voedselproductie en -distributie werden nu met het oog op het welzijn van de hele gemeenschap gecoördineerd en het hele spoornet was in staatshanden.

Enorme weerstand

Normaal gesproken zouden dit soort maatregelen op enorme weerstand van de Britse gegoede klasse stuiten. Nu werden ze zonder pardon ingevoerd. „Instituties en conventies zijn aan het afbrokkelen, overal om ons heen,” vervolgde Wells zijn artikel, „en dat biedt ruimte aan de twee soorten rebellen die in normale tijden onderdrukt worden, maar nu ongekende macht hebben: wilskracht en ideeën.”

Tijdens de afgelopen weken lijkt de geest van H.G. Wells weer over de pagina’s van de kranten te zijn neergedaald. Elke dag valt wel een artikel te lezen waarin een gooi naar de toekomst wordt gedaan en wordt gespeculeerd hoe over de wereld er ná de crisis uit zal zien.

De vergezichten variëren van vederlichte lifestylevoorspellingen tot een manifest van 170 wetenschappers die opriepen om de crisis te gebruiken om de samenleving „radicaal duurzamer en eerlijker” te maken.

De befaamde Italiaanse schrijver Alessandro Baricco verkondigde dat de coronacrisis een „breuklijn tussen de ene wereld en de andere” vormt en maande zijn medeschrijvers tot actie: „Onderdruk uw natuurlijke neiging tot gelatenheid en pessimisme, kijk het beest dat corona heet recht in de ogen, lees de chaos en bedenk de toekomst!”

Lees ook: Grote hervormingen? Misschien is deze crisis niet het moment

Opinitis

Al deze hemelbestormende geluiden wekten natuurlijk ook wel wat korzelige reacties op. „Opinitis” noemden sommigen het, of „parmantige duidingsdrift”. En meer in het algemeen klonk de kritiek dat veel toekomstvoorspellers eerder hun vertrouwde stokpaardjes van stal hadden gehaald dan dat ze nu werkelijk een visie hadden ontwikkeld op de ontwrichtende effecten van Covid-19. En inderdaad, het valt op dat veel van de voorspellingen haast nostalgische beelden oproepen van een kleinschaliger, saamhoriger, onthaaste wereld, autoluwe straten, schone luchten en binnensteden die weer aan de bewoners zelf zijn teruggegeven.

Dan waren de voorspellingen die H.G. Wells een eeuw geleden deed toch aanzienlijk futuristischer. In zijn krantenartikelen en vooral in zijn romans voorzag hij, vaak decennia voordat het werkelijkheid werd, de komst van de lucht- en ruimtevaart, de Verenigde Naties, atoomsplitsing en de tank (waarvan de eerste Britse prototypes van 1915 op Wells’ korte verhaal The Land Ironclads uit 1903 waren gebaseerd).

In 1913 schreef Wells, nadat hij zich in de laatste scheikundige vakliteratuur had verdiept, een roman waarin hij de technische mogelijkheid van atoomverval in zware metalen verder doordacht. Dat zou een nieuwe, onbeperkte bron van energie kunnen opleveren. Overal in het land zouden kerncentrales de huishoudens van stroom kunnen voorzien. Auto’s, vliegtuigen en helikopters zouden op kleine kernreactoren draaien. En, zo redeneerde Wells verder, met deze techniek zouden er ook wapens kunnen worden gemaakt: bommen, die zo vernietigend zouden zijn dat ze hele steden zouden wegvagen. Ze zouden dan ook maar één keer gebruikt hoeven te worden, voorspelde hij. Het afschrikwekkende effect zou daarna zo groot zijn, dat het de wereld tot een machtsevenwicht zou dwingen en uiteindelijk tot internationale samenwerking. The World set Free, noemde Wells zijn roman.

Kettingreactie

Twintig jaar later las de Hongaarse natuurkundige Leó Szilárd het boek en bracht vervolgens het idee van de nucleaire kettingreactie in zijn laboratorium in praktijk. Zes jaar daarna, in 1939, toen hij hoorde dat nazi-wetenschappers op hetzelfde idee waren gekomen, stuurde hij een brief, mede ondertekend door Albert Einstein, naar de Amerikaanse president Roosevelt, waarin hij voor de mogelijke desastreuze effecten van een nieuw wapen waarschuwde en pleitte dat er iets tegenover moest worden gesteld. Het Manhattan Project was geboren.

Kunstenaars zouden een „rol van belang” kunnen spelen in crisissituaties, omdat ze niets anders doen dan het „uitdiepen van ondenkbare scenario’s”, betoogde Ramsey Nasr in Buitenhof. Helemaal waar, hoewel ik betwijfel of het een goed idee zou zijn om ze ook in de Emergency Room te laten aanschuiven. Te weifelend, als het er op aankomt, te alcoholistisch ook, in veel gevallen, en dan ineens, met een paar borrels op, weer veel te impulsief.

H.G. Wells zou onmiddellijk uit zijn leren fauteuil zijn opgesprongen, als hij het verzoek had gekregen. Maar gezien de reikwijdte van zijn voorstellen, variërend van Universele Mensenrechten tot eugenetische maatregelen om de aanwas van ziekte en vooral domheid te voorkomen (iets waar hij overigens snel op terugkwam), moeten we denk ik niet rouwig zijn dat hij nooit direct aan de knoppen heeft gezeten.

Speelsheid

De speelsheid en verbeeldingskracht die nodig zijn om nieuwe verhalen en nieuwe werelden uit te denken zijn, vermoed ik, toch hele andere eigenschappen dan het analytisch vermogen en de kordaatheid van goede crisismanagers. Het is verstandiger om de noodmaatregelen aan hen over te laten. Maar het zou wel wenselijk zijn als zij, de beleidsmakers en experts en feitelijk alle burgers die zich betrokken voelen bij de noodtoestand, zich al lang en breed hadden ondergedompeld in de talloze denkbare en ondenkbare scenario’s die in de kunsten zijn te vinden.

Zoals Churchill en Szillárd al lang het werk van Wells kenden voordat ze tot hun beslissingen kwamen. Jaren na de Tweede Wereldoorlog bekende Szillárd in zijn memoires dat hij lang had getwijfeld of hij zijn onderzoek naar nucleaire kettingreacties voort zou zetten. Hij was zich toen al van de gevaarlijke consequenties bewust geweest en doordrongen van het feit dat die de hele samenleving zouden raken. „En ik wist dat omdat ik H.G. Wells had gelezen”, voegde hij eraan toe.

De talloze toekomstscenario’s die de afgelopen weken weer in kranten en andere media zijn te vinden, laten zien dat ook in deze crisis de behoefte groot is aan visies en ideeën over hoe het hierna verder moet. Dat de meeste daarvan uit niet veel meer bestaan dan de vertrouwde agendapunten die we al lang en breed kennen, geeft aan dat de verbeelding van schrijvers en kunstenaars inderdaad node gemist wordt. Fictie kan de waarheid dichter benaderen, juist omdat het niet haar directe doel is om gelijk te krijgen.

Verbeelding

Het spel van de literaire verbeelding biedt de ruimte om onbevooroordeeld, en met geen andere reden dan het verhaal zelf, op zoek te gaan naar alle mogelijkheden die een situatie biedt, de acties en reacties van verschillende karakters te volgen, de consequenties van elke handeling uit te denken. In fictie, goede fictie tenminste, bestaan meerdere gezichtspunten naast elkaar: van wetenschappers tot complotdenkers, van fanatieke antikapitalisten tot neoliberale bonusjagers, van gezagsgetrouwe burgers tot onbesuisde rebellen.

Als in een afgeschermd laboratorium kunnen alle denkbare krachten op elkaar worden losgelaten, nauwgezet worden onderzocht in verschillende contexten en in de vorm worden gegoten van een verhaal dat tot ver in de toekomst kan blijven resoneren.

Lees ook: Broedmachine, hoer of hulp

George Orwell schreef 1984 in 1948, en tot op heden blijft die roman een referentiekader in ons denken over privacy, desinformatie en de gevaren van de surveillancestaat. De invoering van de corona-app zou een stuk makkelijker tot een instrument van overheidscontrole kunnen worden gemaakt, als het beeld van ‘Big Brother’ niet in ons collectieve bewustzijn stond gegrift.

Margaret Atwoods roman The Handmaid’s tale voorzag in 1985 de mogelijkheid dat reactionaire revoluties het politieke landschap weer zouden kunnen overheersen. Philip K. Dicks roman Do androids dream of electric sheep?, beter bekend van de filmadaptatie Blade Runner, roept nog steeds vragen op over wat menselijk bewustzijn is, door het machinale in mensen en het menselijke in machines te spiegelen.

En H.G. Wells’ The War of the Worlds, ogenschijnlijk een typisch pulpverhaal over de invasie van Marsmannetjes, is in de kern een parabel over koloniale overheersing en raakt zo’n oerangst dat het al meer dan een eeuw lang, in honderden varianten, een leitmotiv van de populaire cultuur is geworden. Om nog te zwijgen over de visionaire films en tv-series die er de laatste jaren verschenen: Her, van Spike Jonze , of Black Mirror, van schrijver Charlie Brooker.

Scenario’s

Al deze scenario’s van de toekomst hebben lang niet alles tot in het laatste technische detail juist voorspeld. Dat is ook helemaal niet nodig. Het allerbelangrijkste wat ze deden – en doen – is ruimte creëren in ons hoofd. Ze wakkeren de verbeelding aan. Ze vergroten ons voorstellingsvermogen. Ze bereiden ons voor op dilemma’s die soms pas decennia later cruciaal blijken te zijn. Ze dagen uit om verder te kijken dan wat op dit moment vertrouwd is. Ze bereiden voor op onvoorziene situaties, zodat we, als die tegen alle verwachtingen in werkelijkheid blijken te zijn geworden, althans enig idee hebben kunnen vormen van wat we wel wenselijk vinden, en wat niet. En belangrijker nog: ze wapenen ons tegen degenen die ons willen wijsmaken dat er slechts één onvermijdelijke toekomst mogelijk is.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.