Spaanse voetballers hebben honger naar de bal, na twee maanden thuiszitten

Spaans voetbal Voetbal speelde een grote rol bij de verspreiding van het coronavirus in Spanje. Nu hunkert het land naar een herstart van de competitie op 12 juni. Ook Sevilla-spits Luuk de Jong.

Aanvaller Luuk de Jong van FC Sevilla
Aanvaller Luuk de Jong van FC Sevilla Foto José Luis Contreras

Heerlijk vindt Luuk de Jong (29) het dat hij na een lockdown van twee maanden weer dagelijks het gras onder zijn voeten voelt. Kan dribbelen en dollen met zijn ploeggenoten. Een doelpunt weet te maken op het trainingsveld. En boven alles dat de Nederlandse spits wederom een doel voor ogen heeft. Als alles volgens plan verloopt wordt op 12 juni het duel tussen FC Sevilla en Real Betis gespeeld. „Dat is gelijk een hele grote wedstrijd”, zegt De Jong in een videogesprek. De glimlach op zijn gezicht verraadt zijn honger naar de bal. „Iedereen binnen FC Sevilla maakt ons wel duidelijk dat we daar straks echt goed klaar voor moeten zijn.”

Normaal gesproken geldt de stadsderby van Sevilla als één van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen, waarbij het uitzinnige publiek een factor van betekenis is. Dit keer zal het totaal anders zijn. Met hooguit 197 mensen in het Estadio Ramón Sánchez Pizjuán, maar waarschijnlijk wel voor tientallen miljoenen televisiekijkers wereldwijd, zal La Liga beginnen aan de 28ste speeldag van de competitie die vanaf medio maart stil kwam te liggen door de coronacrisis. Het laatste wapenfeit van de spits van Sevilla was de openingstreffer in het duel op 7 maart uit bij Atlético Madrid. „Dat lijkt alweer een eeuwigheid geleden”, verzucht De Jong. „Persoonlijk ben ik heel blij dat alles weer tot leven lijkt te komen.”

De Jong laat zijn gedachten gaan over de afgelopen maanden, die hij naar eigen zeggen „24/7” doorbracht met zijn vriendin in hun appartement in de Zuid-Spaanse stad. „We waren toen ook in de voorbereiding op het duel met Betis, maar dat hield van de ene op de andere dag op”, legt hij uit. „In het begin vond ik wat extra rust niet zo heel erg. Als voetballer heb je altijd wel her en der pijntjes. Maar als je weken achtereen iedere dag thuis oefeningen moet doen, zonder dat je weet wanneer je terugkeert, is dat best lastig. Dan slaat de verveling toe.”

Impact van de coronacrisis

De 24-voudig international koos er in tegenstelling tot Frenkie de Jong van FC Barcelona niet voor om tijdelijk terug te gaan naar Nederland waar de bewegingsruimte veel groter was dan in Spanje. Luuk de Jong maakte van dichtbij de enorme impact van de coronacrisis op Spanje mee. Het land ging bijna letterlijk op slot. Desondanks eiste Covid-19 er 28.000 slachtoffers. „Het was met name in Madrid verschrikkelijk wat er gebeurde. Al die doden. We mochten hier alleen met toestemming de straat op”, vertelt De Jong. „Gezien de ernst van de situatie was dat wel begrijpelijk.”

Lees ook: Trainen op ontsmette kicksen voor de hervatting van de Premier League

Met de wijsheid van nu is duidelijk dat de coronacrisis in Spanje onlosmakelijk verbonden is met het voetbal. Wedstrijden als Atalanta-Valencia (19 februari in Milaan), Real Madrid-Barcelona (1 maart) en Liverpool-Atlético (11 maart) zijn enorme bronnen van verspreiding geweest. Bij Valencia raakten tien voetballers en vijftien anderen besmet. Bij Atlético Madrid testte de Braziliaanse verdediger Renan Lodi positief en zouden bij negen andere spelers anti-stoffen zijn aangetroffen. „Gelukkig valt het in Andalusië allemaal wel mee en is er binnen onze club niemand positief”, vertelt De Jong, die de voorbije weken twee keer werd getest. „Angst voor het virus heb ik niet. Als je gezond, jong en fit bent loop je geen groot gevaar.”

Middenvelder Sergio Busquets van FC Barcelona

Foto Miguel Ruiz/EPA

Nadat weken van schrik, angst en rouw plaatsmaakten voor bezinning, werd de roep om verlichting van de maatregelen steeds sterker. De linkse regering van Pedro Sánchez wil Spanje via het doorlopen van verschillende fases naar een ‘nieuwe werkelijkheid’ leiden waarbij het profvoetbal – goed voor 1,37 procent van het bruto binnenlands product – weer een rol van betekenis moet gaan spelen. Daarbij is het zaak de juiste balans tussen gezondheidsrisico’s en de economie te vinden.

Dat blijkt niet eenvoudig. Zo was er kritiek op La Liga toen die eind april met behulp van een commercieel laboratorium spelers wilde gaan testen. Dat was maatschappelijk onaanvaardbaar omdat er voor Spaanse dokters, verpleegsters en politie nog een gebrek aan tests was.

De komende weken zal de selectie van Sevilla net als die van de negentien andere clubs in La Liga stapsgewijs toewerken naar een hervatting over drie weken. Zo werd in eerste instantie individueel getraind, daarna met trio’s, vervolgens in groepjes van tien en daarna met de hele selectie. „Het blijft gek dat je niet met elkaar in de kleedkamer zit”, legt De Jong uit. „Je meldt je in een trainingspak met handschoenen aan en een mondkapje voor en dan wordt eerst je temperatuur gemeten. Dan ga je trainen om daarna zo van het veld je auto weer in te stappen. Douchen doe je thuis. De gezondheid gaat boven alles.”

De Portugese aanvaller Joao Felix van Atlético Madrid

Foto EPA

Toestemming om te testen

La Liga kiest bewust voor de weg van de geleidelijkheid. „We zien in dat je als voetbalwereld niet te snel vooruit moet lopen. Je moet voorkomen dat je een storm van protest over je afroept. Voor alle tests die we nu gebruiken is toestemming. Omdat we alles hand in hand met de overheid doen, is het draagvlak voor een hervatting van de competitie in Spanje groot”, stelt Joris Evers, hoofd communicatie van La Liga. „Het voetbal loopt overigens in de pas met andere belangrijke sectoren van de Spaanse economie. Vergeet niet dat de wedstrijden van La Liga samen met wijn uit de Rioja of kleding van Zara, tot de grootste exportproducten behoren.”

De beroemde sporteconoom José María Gay de Liébana, die jarenlang de financiën van de Spaanse profclubs in kaart bracht, vindt het logisch dat La Liga de competitie wil hervatten. „Er spelen verschillende zaken hierbij een rol”, zegt hij vanuit Barcelona. „Veel mensen verlangen naar voetbal. Net als bij de financiële crisis van 2008 kan dat ervoor zorgen dat de dagelijkse ellende even wordt vergeten. Dat is niet in geld uit te drukken. Het gemis aan inkomsten uit tv-gelden en sponsoring wel. Als de Spaanse competitie niet meer zou worden uitgespeeld, zou dat een verlies van één miljard euro betekenen. Als het wel lukt om de resterende elf speelrondes achter gesloten deuren te spelen zal de inkomstenderving zo’n 300 miljoen euro zijn.”

Gay de Liébana is van mening dat het Spaanse betaald voetbal nu ook een beetje krediet verdient voor de wijze waarop onder leiding van La Liga-voorzitter Javier Tebas de vorige crisis is bezworen. Nog geen tien jaar geleden leken veel clubs op sterven na dood en werden ze meer dan eens met leningen kunstmatig in leven gehouden.

Marcos Llorente van Atlético Madrid

Foto EPA

Bij de grootschalige sanering speelden volgens de zeer kritische volger Gay de Liébana twee zaken een grote rol. Het doorvoeren van een economisch controlesysteem waardoor clubs nooit meer aan spelers konden uitgeven dan een vooraf vastgesteld bedrag én het veel beter verhandelen van de uitzendrechten. De opbrengsten gingen van 600 miljoen naar twee miljard euro per seizoen. „De verdeling is veel gelijkmatiger geregeld dan voorheen, toen kregen Real Madrid en Barcelona dertien keer zoveel als andere clubs. Dat is teruggebracht tot drie keer zoveel, waardoor vrijwel alle clubs voor een groot deel structureel kunnen leven van de tv-gelden”, stelt econoom Gay de Liébana.

Salaris ingeleverd

De enorme inkomsten uit rechtenverkoop geven de noodzaak van de hervatting aan. Wat dat betreft onvergelijkbaar met de eredivisie waar de clubs gezamenlijk 80 miljoen euro verdelen. Ramón Rodríguez Verdejo – beter bekend als Monchi – weet als technisch directeur van FC Sevilla hoe groot het belang voor zijn club is om weer te gaan spelen. Door de onverwachte pauze van drie maanden kwam de begroting van de club van circa 200 miljoen euro onder druk te staan. Monchi prijst in een telefoongesprek de solidariteit van de selectie, die bereid is dusdanig in te leveren dat het salaris van andere werknemers niet in gevaar komt. „We hebben allemaal te maken met een crisis die zijn weerga niet kent”, zegt hij. „Het is nu zaak dat iedereen in de voetbalwereld de handen ineen slaat. Dat is ons gezamenlijk belang.”

Vriend en vijand is het erover eens dat de competitie zonder fans op de tribunes een groot deel van zijn glans verliest. Vanuit Spanje wordt met belangstelling naar de hervatting van de Duitse competitie gekeken waar bewust is gekozen voor een sobere ambiance zonder allerlei special effects. „Dat vind ik wel mooi”, zegt Jacco Swart, directeur van European Leagues, dat de belangen behartigt van 36 profcompetities in 29 landen. „Daarmee laat het voetbal toch zien dat er een crisis is. En dat zonder fans spelen niet gewenst is.”

Sterspeler Lionel Messi van FC Barcelona

Foto Miguel Ruiz/AFP

De clubs van La Liga zijn er nog niet uit. Zeker is wel dat Real Madrid al haar thuiswedstrijden in het kleinere Estadio Alfredo Di Stéfano op het trainingscomplex Valdebebas zal spelen. De ruim dertig camera’s zullen veel lager rond het veld komen te staan. Het sportmarketingbedrijf AIM zal boarding van het meest futuristische soort neerzetten waarop sponsors vanuit de hele wereld zich via een systeem van ‘digitale overlapping’ op hun eigen nationale markt kunnen richten. Daarmee wordt het gemis aan toeschouwers deels gecompenseerd, al zouden die er volgens de nieuwste technieken op kunnen worden geprojecteerd. Het zal hoe dan ook surrogaat zijn.

Luuk de Jong weet nu al dat de derby van 12 juni het niet zal halen bij die van november 2019, toen hij het winnende doelpunt maakte voor zestigduizend fans in het stadion van Betis. „Het is te hopen dat díe tijd echt weer snel terugkomt.”