Samen tegen de eigenaar, zo werkt dat in IJmuiden

Bestuurscrisis De crisis bijt. De directeur is opeens weg. Banenverlies dreigt. Redt de overheid straks ook Tata Steel in IJmuiden, net als KLM en IHC?

Werknemers van Tata Steel voerden actie tegen het ontslag van hun baas.
Werknemers van Tata Steel voerden actie tegen het ontslag van hun baas. Foto Koen van Weel/ANP

Als het dondert in IJmuiden kun je dat tot in Den Haag horen.

Afgelopen week was er van dat gedonder in het ‘staaldorp’ dat Tata Steel IJmuiden heet. De spanningen liepen op onder de ruim 9.000 werknemers van de voormalige Hoogovens, nu Tata Steel, toen maandag onverwacht bekend werd dat directievoorzitter Theo Henrar vertrekt.

De volgende dag organiseerde de FNV een toeterdemonstratie: veilig en op afstand, maar wel lawaaiig.

Henrar gold als een bondgenoot voor vakbonden en werknemers tégen een drastische reorganisatie door de top van het moederbedrijf die duizend banen kan kosten. Hij spande zich ook in voor het behoud van een zo zelfstandig mogelijke positie van ‘IJmuiden’ binnen de Europese staaldivisie van Tata.

„De stemming onder de staalarbeiders is: als je aan IJmuiden komt, kom je aan ons”, zegt FNV-bestuurder Roel Berghuis, die tussen 1975 en 1992 als smelter bij de toenmalige Hoogovens werkte en daar nu terug is als vakbondsbestuurder.

Van aandeelhouder tot lobbyist

De Nederlandse overheid is vanaf de oprichting van de Hoogovens in 1918 nauw betrokken gebleven bij het staalbedrijf. Lange tijd als aandeelhouder (tot 1999). Maar na de Tweede Wereldoorlog ook als geldschieter, toen Nederland moest industrialiseren en de Hoogovens kapitalen voor vernieuwing kregen uit het Marshallplan.

Nog weer later was de Nederlandse staat subsidiegever. En de laatste jaren ook lobbyist. Bijvoorbeeld in een poging de Amerikaanse regering te overreden om importtarieven te verlagen. En in Brussel, tegen de dumping van goedkoop Chinees staal.

Lees ook deze reconstructie: Hoe Nederland lobbyde voor het hoofdkantoor van Tata/ThyssenKrupp

Op de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Sociale Zaken volgen ze wat nu in IJmuiden gebeurt, en zeker ook premier Mark Rutte (VVD) in zijn torentje. Er staan banen op het spel op een moment dat de economie in een recessie wegzakt en de werkloosheidcijfers onaangenaam snel stijgen. Er staat innovatie op het spel, omdat Tata een eigen procedé heeft – Hisarna heet dat project – om staal te maken met minder CO2-uitstoot.

In weinig grote concerns lopen werknemers en vakbonden zó te hoop als ‘hun’ directeur moet vertrekken

Dus reageerde minister Eric Wiebes (VVD) van Economische Zaken en Klimaat op het vertrek van Henrar. Hij noemde dat „nadelig voor Nederland”. Want: „Hij heeft zich altijd heel zichtbaar ingezet voor een sterke staalindustrie in Nederland en voor de werkgelegenheid en de Nederlandse belangen.”

Met het vertrek van Henrar is een sluimerend conflict binnen Tata Steel Nederland over de toekomst van het staalbedrijf vol in de openbaarheid gekomen. Aan de ene kant staat eigenaar Tata Steel, dat onderdeel is van het gigantische Indiase conglomeraat Tata (van luchtvaart tot staal en advieswerk, 722.000 werknemers). Daartegenover staan directie, commissarissen en werknemers van Tata Steel in Nederland.

De officiële lezing van Henrars vertrek is: zijn „terugtreden is in onderling overleg tot stand gekomen”. De lezing van de commissarissen van Tata Steel Nederland is: wij hebben de aandeelhouder „zeer dringend ontraden” om Henrar te laten vertrekken. Een aparte verklaring van de commissarissen over een besluit dat de aandeelhouder heeft genomen is volstrekt ongebruikelijk in de Nederlandse verhoudingen.

De uitleg op de werkvloer is: Henrar was kennelijk een sta-in-de-weg bij de plannen van de eigenaar en moest vertrekken.

Hoe is deze bestuurscrisis ontstaan? Hoe slecht gaat het bij het staalbedrijf? Kan en wíl de Nederlandse overheid hier een vergelijkbare rol spelen als bij de redding van KLM en scheepsbouwer IHC, twee andere industriële bolwerken die in financiële problemen zijn gekomen?

Staal in de duinen

IJmuiden was een vissersdorp toen de ingenieurs Wenckebach en Ankersmit ruim een eeuw geleden hun oog lieten vallen op het duinlandschap. Dat was de ideale plek voor een hoogoven en staalfabriek. De financiers waren industriëlen, onder wie Stork en Fentener van Vlissingen, maar ook de rijksoverheid en de gemeente Amsterdam. Die laatste dacht toen nog dat IJmuiden wel bij de hoofdstad getrokken kon worden.

De overheidsbemoeienis was een direct gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Nederland had geen eigen staalindustrie en bleek opeens afgesneden van import. Een eigen staalbedrijf opzetten was economisch nationalisme én moderne industriepolitiek ineen.

Om de arbeiders van verre die nodig waren voor de fabriek te huisvesten, bouwde de Koninklijke Hoogovens en Staalfabrieken zelf woningen. Volkshuisvesting door de ondernemer was in die nog wat paternalistische tijden heel gewoon.

Zo kregen de Hoogovens twee kenmerken die nog altijd het dna van de fabriek bepalen. Dat zijn de economisch-strategische betekenis én de sterke onderlinge band van het personeel en hun trots op het bedrijf.

In weinig grote ondernemingen zijn werknemers zo sterk vertegenwoordigd als bij Tata IJmuiden. De organisatiegraad van de vakbonden ligt er boven de 50 procent. In weinig grote concerns lopen centrale ondernemingsraad en vakbonden te hoop als ‘hun’ directievoorzitter moet vertrekken, zoals deze week bij Henrar. Zij waren „onthutst” (FNV), „verbijsterd” (CNV) of zegden het vertrouwen in de Europese bedrijfsleiding op (ondernemingsraad).

De tweet van Rutte

De kiem voor de huidige bestuurscrisis is gelegd op 19 september 2017. Tata en het Duitse industriële concern ThyssenKrupp kondigden op die dag een fusie aan van hun staalbedrijven.

Fusies zijn de rode draad in de staalhistorie. Het is een kapitaalintensieve bedrijfstak. Als de fabrieken goed draaien, is er geld te verdienen, maar als de afzetmarkt verflauwt, heb je al snel rode cijfers. Een beetje zoals luchtvaartmaatschappijen. De fusie met Thyssen zou de vierde zijn geworden voor IJmuiden, na eentje met het Duitse Hoesch (1972, later ontbonden), met British Steel (1999, toen werd het omgedoopt tot Corus) en de overname van Corus door Tata (2007).

De fusie met Thyssen was in feite een sanering: 4.000 banen zouden verdwijnen. Premier Rutte verstuurde bij de aankondiging een enthousiaste tweet. Het hoofdkantoor van de nieuwe gigant zou in de regio Amsterdam komen. Voor hoofdkantoren moet je in Nederland zijn, is immers het kabinetscredo.

Dat ging niet door. De Europese Commissie, die de vrije mededinging moet verdedigen, eiste aanpassingen als voorwaarde voor goedkeuring van de fusie. Dat weigerden Tata en ThyssenKrupp.

Sindsdien weet IJmuiden: de fusie is van tafel, de sanering niet. Het wordt menens als de nieuwe directievoorzitter van de Europese staalactiviteiten van Tata zich aandient. Henrik Adam. Zijn openingszet is een openhartig interview met Het Financieele Dagblad, medio november 2019, waarin hij man en paard noemt. „IJmuiden was toonaangevend, kan toonaangevend zijn en moet dat ook zijn. Dat zijn we nu niet.” Er moet wat gebeuren, de kosten moeten omlaag en hij gaat dat uitvoeren.

Hij komt met een plan. Dat plan én dat interview werken als rode lap op vakbonden en centrale ondernemingsraad. Het plan, officieel geen reorganisatie maar een ‘transformatie’, wordt afgezwakt, maar blijft wel op tafel.

Ondertussen verslechteren de economische omstandigheden in rap tempo. Minder afzet aan de Duitse auto-industrie. Overproductie van staal op wereldschaal. Dat zet prijzen onder druk. En daar zijn nu de coronacrisis en de stilstand van de Duitse auto-industrie bovenop gekomen. Het reorganisatieplan is vanwege de pandemie opgeschort tot 1 juli.

En dat is waar Tata Steel IJmuiden nu is. Men is in afwachting van een opvolger van Henrar. In afwachting van economische lichtpuntjes. In afwachting van mogelijke Britse staatssteun voor de ernstig verliesgevende Britse ‘staalzusters’ die ook tot Tata Steel Europe behoren.

De relatie tussen ‘IJmuiden’ en de Engelse staalzusters is al sinds de Corus-fusie twintig jaar geleden geprikkeld. In IJmuiden zijn ze ontevreden. Hier wordt het geld verdiend dat gebruikt wordt om daar de verliezen te stelpen, is de teneur.

Het KLM-gevoel

Die tegenstelling doet denken aan het ‘wij tegen zij’-gevoel onder het personeel van de KLM als het over zusterbedrijf Air France gaat. Zíj kampen met te hoge kosten en willen de baas spelen, terwijl wíj het geld verdienen.

Dat sentiment is een van de vele overeenkomsten tussen Tata IJmuiden en KLM. Ze zijn beide bedrijven met een dominante buitenlandse eigenaar. Beide leven daarmee in onmin. Beide werken in sectoren met grote kapitaalinvesteringen en duiken in de verliezen bij een plotselinge economische neergang. Beide kenmerken zich door een bijna ouderwets familiegevoel en trots onder het personeel. Met beide bedrijven heeft de overheid vanwege hun strategische belang voor de economie een intensieve relatie.

Bij KLM (30.000 werknemers) vertaalt zich dat in een reddingsactie van 2 tot 4 miljard euro in de vorm van leningen en garanties.

Bij scheepsbouwer IHC (3.000 werknemers) regisseerde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een reddingsactie, samen met opdrachtgevers, een leverancier en banken.

De FNV vreest voor een ‘stroman van de aandeelhouder‘ als opvolger van de vertrokken directeur van Tata Steel IJmuiden

KLM en IHC voldeden aan de criteria van het kabinet voor directe staatssteun. Een bedrijf moet „in de kern gezond” zijn en van „strategisch economisch of maatschappelijk belang”. Dat wordt beoordeeld aan de hand van de vraag of het bedrijf een cruciale rol speelt in een netwerk (‘ecosysteem’) van kennis, opdrachtgevers en leveranciers, of dat het „zeer substantiële” (regionale) werkgelegenheid vertegenwoordigt.

Daar zou Tata Steel IJmuiden aan kunnen voldoen.

Maar dan moet overheidssteun wel echt een nieuwe fase inluiden, vindt FNV-bestuurder Berghuis. Een fase van verduurzaming en investeringen. Daarvoor is dringend geld nodig, geld dat moederbedrijf Tata niet zal verschaffen, is hem duidelijk geworden. „IJmuiden levert een hoogkwalitatief product, maar is van een koploper een volger geworden.”

In tegenstelling tot KLM en IHC heeft Tata in IJmuiden na het vertrek van directeur Henrar niemand die een mandaat heeft om minister Wiebes te bellen. Als die opvolger er is, vreest Berghuis voor een „stroman van de aandeelhouder die de reorganisatie met de botte bijl zal uitvoeren”. Dat zal volgens hem geheid mislukken. „Daar zullen bonden en staalarbeiders voor zorgen. Staal op staal gaat heel hard.”