Rekenkamer fileert eerste aanpak aardgasvrije wijken

Aardgasvrije wijken Het project van het Rijk om een aantal wijken van het gas af te halen krijgt harde kritiek. Slechts een paar huizen gingen echt van het gas.

Eind 2019 hadden tweeduizend huizen gasvrij moeten zijn.
Eind 2019 hadden tweeduizend huizen gasvrij moeten zijn. Foto Merlin Daleman

Het plan van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) om in nauwelijks twee jaar tweeduizend woningen aardgasvrij te maken, is op niets uitgelopen. Volgens een rapport van de Algemene Rekenkamer deze week zijn „slechts enkele woningen daadwerkelijk aardgasvrij” gemaakt. De controleur van uitgaven van het Rijk concludeert dat er bij de start van het Programma Aardgasvrije Wijken sprake was van ‘geld zoekt plan’.

1 Wat is dat wijkenproject van Binnenlandse Zaken?

Bijna twee jaar geleden werden gemeenten uitgenodigd om met ‘proeftuinwijken’ te komen die als eerste in Nederland aardgasvrij gemaakt zouden worden. Koken gebeurt dan elektrisch, de verwarming kan bijvoorbeeld komen van een warmtenet: denk aan restwarmte van een fabriek of afvalverbrander, of een systeem dat werkt met een elektrische warmtepomp.

De belangstelling was groot, want de gemeenten schoven maar liefst 74 wijken naar voren als kandidaat. Er was 126 miljoen euro beschikbaar en 27 gemeenten werden uiteindelijk uitverkoren. In totaal bedroegen de kosten voor het ministerie van Binnenlandse Zaken 150 miljoen euro. Een jaar later, eind 2019, zouden tweeduizend huizen gasvrij moeten zijn.

Die ambitie is een afgeleide van het klimaatakkoord: dat voorziet erin dat over tien jaar 1,5 miljoen woningen van het gasnet moeten zijn afgesloten. In 2050 moeten alle bijna negen miljoen huizen en andere gebouwen aardgasvrij zijn, omdat de uitstoot van CO2 in dat jaar bijna nul moet zijn. Van 2018 tot 2028 wil het kabinet 435 miljoen in deze wijkenaanpak steken, waardoor zo’n 50.000 woningen gasvrij worden.

2 Waar richt de kritiek van de Rekenkamer zich op?

Evengoed kan de vraag zijn: waar richt de kritiek zich niet op? Voorop staat dat het doel voor 2019 niet is gehaald. Binnen de proeftuinwijken zijn alleen wat woningen in Purmerend van het gasnet afgekoppeld.

Probleem is volgens de Rekenkamer ook dat de doelen steeds wisselen, waardoor het nauwelijks mogelijk is te beoordelen of de resultaten zijn behaald. Daarmee is dus ook onduidelijk of het geld goed is besteed. „Het is onduidelijk welke doelen de minister op enig moment wel nastreeft en welke niet of niet meer”, is het oordeel. Verder heeft zij verwachtingen gewekt „die niet konden worden waargemaakt”.

Een van de doelen is bijvoorbeeld dat de proefwijken een leereffect hebben. Zoals veel projecten in de verduurzaming van Nederland moet er veel worden uitgevonden. De proefwijken zouden een vliegwiel worden voor de aanpak op grotere schaal. „Wat dat vliegwiel is en uit welke concrete maatregelen het bestaat” is onduidelijk. En natuurlijk moet er in het begin geleerd worden, maar het is volgens de Rekenkamer allemaal niet concreet „wie er moet leren, wat er geleerd moet worden en hoe”.

Deze onduidelijke aanpak zou het gevolg zijn van een te snelle start. Er was in 2018 geld beschikbaar en daarom moest er snel een plan komen. „Medewerkers van het ministerie bevestigen het beeld dat snelheid leidend was.”

NRC volgde de afgelopen jaren meerdere wijken uit het programma. Bekijk hier het dossier

3 Komt die kritiek van de Rekenkamer niet erg snel?

Dat vindt in elk geval de minister. De Rekenkamer adviseert de minister nú het wijkenprogramma te evalueren en „de gevonden zwakheden” op te lossen. Ollongren laat in een reactie weten dat te vroeg te vinden: zij gaat de aanpak in 2022 tegen het licht houden. Dan weet het ministerie ook wat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van de wijkenaanpak vindt. Het PBL heeft eind dit jaar een eerste antwoord op de vraag of de ervaringen van de proefwijken behulpzaam zijn voor de grootscheepse aanpak later. Het project van Binnenlandse Zaken loopt nog door tot 2028.

De Rekenkamer constateert zelf dat de macht van de minister beperkt is op dit gebied. En datzelfde geldt voor de gemeenten die de regie moeten nemen om woningen daadwerkelijk aardgasvrij te maken. In de praktijk is er namelijk maar één die beslist of zijn of haar huis van het gas afgaat: de eigenaar. Om draagvlak bij de bewoners te krijgen, is veel overleg nodig. En dus tijd. Dat geldt voor koopwoningen, maar ook voor huurhuizen. Ook woningcorporaties moeten rekening houden met belangen van huurders, want die mogen grootscheepse verbouwingen blokkeren.

Inmiddels heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken opnieuw gemeenten uitgenodigd om kandidaten aan te dragen voor het proefwijkenproject. Deze maand bleek dat ruim zeventig gemeenten een plan voor de tweede ronde hebben ingediend. Uiteindelijk kiest de minister 24 wijken waarvoor 100 miljoen beschikbaar is.