Opinie

Nieuw steunpakket moet helpen bij de economie van straks

Coronacrisis

Commentaar

Het wordt geen V, maar een U. Woensdag kwam het kabinet met het tweede pakket aan steunmaatregelen voor de door het coronavirus getroffen economie, dat geldt tot 1 september. De boodschap is ditmaal anders. Bij een recessie in V-vorm is er een diepe val van de bedrijvigheid, die al snel wordt gevolgd door een stijging die het verlies vrijwel weer goed maakt.

Toen in maart het eerste steunpakket werd gepresenteerd, was deze V in wezen nog het uitgangspunt. Bedrijven moesten intact blijven, arbeidsplaatsen geconserveerd. Tot de situatie weer normaal was en iedereen weer op de oude voet verder kon.

Inmiddels is overduidelijk dat de recessie een U-vorm krijgt. Het dal duurt langer, het herstel zal op zich laten wachten. Dat betekent dat er bedrijven zijn die niet ongeschonden, blijven, en in sommige gevallen niet overleven. Het houdt ook in dat er werkplekken zijn die daadwerkelijk verdwijnen. De coronacrisis zal dus littekens achterlaten in de economie. Maar waar?

Die vraag zweeft boven het tweede steunpakket van woensdag. Het is niet aan regeringen om uit te maken welke bedrijvigheid in de economie prevaleert. Zij zijn daar ook niet goed in. Los van randvoorwaarden, zoals eisen aan klimaat en milieu, veiligheid en arbeidsvoorwaarden, moet de markt hier zijn werk gaan doen.

Het kabinet lijkt deze aanpak te onderschrijven. Er was aanvankelijk veel kritiek op het plan om de boete op ontslag, voor bedrijven die wel loonsteun ontvingen, te laten vervallen. Maar het aanhouden van werknemers terwijl de grond onder een bedrijf wegzakt is onhoudbaar.

Dat geldt ook voor de bedrijfssteun, die voor het midden- en kleinbedrijf mag oplopen van 4.000 euro tot 20.000 euro. Het heeft meer zin dit geld te gebruiken voor een veranderingsproces dan voor het enkel intact houden de onderneming in zijn huidige staat,

Een andere beperkende factor voor de overheidssteun wordt de duur ervan. 120.000 bedrijven maken nu aanspraak op coronagelden, 30 procent van alle ondernemingen krijgt loonsubsidie en 2,1 miljoen werknemers en zzp’ers ontvangen een vorm van inkomenssteun.

Dat is terecht. Maar hoewel Nederland met zijn lage staatsschuld en begrotingsoverschot een goede uitgangspositie had, is de schatkist niet bodemloos. Als de Voorjaarsnota van april nog steeds actueel is, dan koerst Nederland af op een begrotingstekort van 11,8 procent. Dat geld kan, gezien de negatieve rente op Nederlandse staatsleningen, nog probleemloos worden geleend. Maar de steun kan niet oneindig worden volgehouden, hetgeen minister Hoekstra (CDA, Financiën) woensdag ook onderstreepte.

En dan is er nog fraude en oneigenlijk gebruik van steun. Hoewel nog klein in aantal, beginnen de dossiers over misbruik van steungelden zich langzaam op te hopen. Denk aan bedrijven die slim schoven met balans en winst- en verliesrekening, om te voldoen aan de eis van 30 procent omzetdaling. Of aan houdstermaatschappijen die werknemers van goedlopende dochterbedrijven verhuisden naar de loonlijst van hun probleemdochters om zo extra veel loonsubsidie te innen. De Algemene Rekenkamer kijkt intussen kritisch mee of ook de overheid zelf zich, bijvoorbeeld bij steun aan KLM, wel aan de voorschriften houdt.

Haast is een slechte raadgever, maar haast was geboden bij de steun die de overheid moest optuigen voor de economie toen het virus om zich heen greep. Geconcludeerd mag worden dat, voor zover nu bekend, de kabinetsmaatregelen hout snijden en effectief zijn.

Het tweede steunpakket van woensdag zal meer moeten worden ingezet om de bedrijvigheid te helpen met de overgang naar de economie van straks. De samenleving mag langzamerhand weer wat meer, de teugels worden gevierd. De economische steun moet helpen met het economische herstel van wat inmiddels een U-vormige recessie aan het worden is.

Aan de burger de taak zich te houden aan de coronamaatregelen voor het sociale verkeer, om te voorkomen dat de besmetting weer toeneemt, de beperkingen weer in gaan en de economie in een nieuw dal terecht komt. Want bij een W-vormige recessie is iedereen, weer opgesloten binnen de eigen vier muren, nog veel verder van huis.