Juist nu het goed gaat, ligt een nare verrassing op de loer

Coronastrategie Het reproductiegetal ‘R’, dat staat voor de besmettelijkheid van het virus, is cruciaal in de strijd tegen corona. Maar juist in deze optimistische fase is het minder nuttig. Een dashboard moet uitkomst bieden.

Attractiepark De Efteling gaat weer open, op een lager pitje en met desinfectie aan de poort.
Attractiepark De Efteling gaat weer open, op een lager pitje en met desinfectie aan de poort. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het was het woord van de week in politiek Den Haag: dashboard. Het dashboard is het nieuwe wapen in de strijd tegen het coronavirus, zo kondigde minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) aan. Het digitale overzicht, met alle voor de coronacrisis relevante parameters, moet het eenvoudiger maken om snel en effectief te reageren op onwenselijke ontwikkelingen.

Is het dashboard de nieuwe corona-app? Over die laatste technologische innovatie was ook veel te doen, maar daar hoor je nu weinig meer over. Toch lijkt het dashboard een langer leven beschoren. Juist in deze optimistische fase van de strijd, waarin het virus is teruggedrongen, wordt het zicht op de uitbraak paradoxaal genoeg mistiger – en groeit het belang van een gedetailleerd overzicht van de crisis.

Een dashboard met extra veel gegevens – van ziekenhuisopnames tot cijfers over hoe goed mensen zich aan de regels houden – kan daarbij helpen. Het moet „het zicht op de coronawerkelijkheid” verbeteren, legde De Jonge dinsdag uit tijdens een persconferentie. We kijken nu te veel in de „achteruitkijkspiegel”, terwijl je vooruit moet kijken om te kunnen sturen. „Op basis van al die gegevens bepalen we of we op de rem moeten trappen en wáár precies.”

Dat dashboard is overigens al heel dichtbij: er worden nu al tal van data verzameld door het Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C). Dat team werd al in maart opgericht om alle informatie van GGD’s, ziekenhuizen, veiligheidsregio’s en alle andere partijen bij elkaar te brengen. „Een belangrijk deel van wat De Jonge in de persconferentie noemde, hebben wij al”, zegt Albert Jan van Maren, operationeel leider van het LOT-C.

Politieke besluitvorming

Die sterke behoefte aan een dashboard heeft te maken met ‘de R’, zoals het in jargon wordt genoemd: het reproductiegetal dat aangeeft hoeveel personen een zieke gemiddeld aansteekt, en dus geldt als graadmeter voor de besmettelijkheid van het virus. Deze ‘R’ was tot nu toe het belangrijkste getal in de politieke besluitvorming, maar juist nu het aantal besmettingen afneemt, wordt het grilliger – en dus minder bruikbaar.

‘R’ werkt zo: ligt het getal op de 1, dan wordt elke zieke vervangen door een nieuwe en blijft de epidemie dus even groot. Ligt het getal onder de 1, dan dooft de epidemie langzaam uit. Het aantal besmettingen groeit juist als de R bóven de 1 ligt. De ‘R’ is afhankelijk van eigenschappen van het virus, maar ook van eigenschappen van de bevolking: wie ziet elkaar en hoe vaak? Wassen we onze handen? Houden we anderhalve meter afstand? Het getal varieert in de loop van de tijd: tijdens een zonnig weekend waarin veel mensen elkaar tegenkomen, kan de ‘R’ hoger liggen dan op een regenachtige maandag als iedereen thuis blijft.

De ‘R’ wordt berekend op basis van ziekenhuisopnames. De enige stabiele parameter in Nederland: omdat er nu selectief wordt getest is er weinig zicht op hoeveel zieken er precies zijn. Maar wie écht ziek wordt, belandt in het ziekenhuis, en wordt onderdeel van de statistieken waarmee ‘R’ wordt berekend. Het RIVM gaat ervan uit dat door de tijd heen hetzelfde percentage besmette personen in het ziekenhuis terechtkomt. We weten dat wie klachten krijgt, ongeveer vier dagen eerder is aangestoken. In de data die het RIVM van de GGD’s krijgt, staat ook de eerste ziektedag vermeld. Dan is de ‘R’ met een simpele rekensom te maken, legde RIVM-modelleur Jacco Wallinga eerder al aan NRC uit: het aantal zieken dat op, zeg, 5 mei de eerste klachten kreeg, gedeeld door het aantal zieken dat op 1 mei voor het eerst ziek werd. De uitkomst is de ‘R’.

Alleen: ‘R’ begint een beetje onbetrouwbaar te worden. Sinds half maart „wiebelt” het getal tussen de 0,7 en 1, stelde Jaap van Dissel van het RIVM woensdag in de Tweede Kamer. Dat is natuurlijk goed nieuws: de epidemie krimpt, de ‘R’ zit onder de 1 en er kan dus worden versoepeld. Maar Van Dissel waarschuwde ook voor de zwakheden van het reproductiegetal.

De uitbraak dooft uit, maar daarmee verdwijnt ook het zicht op het virus

Allereerst is de manier waarop de ‘R’ nu wordt vastgesteld een blik op het verleden: voor iemand in het ziekenhuis belandt, ben je zomaar drie weken verder. Wie ernstig ziek wordt, meldt zich gemiddeld ruim een week na de eerste klachten bij de huisarts. Dan duurt het gemiddeld weer zeven dagen voor iemand in het ziekenhuis ligt. Als je een stijging in de ‘R’ ziet, ben je dus eigenlijk al te laat: het virus is dan al ruim twee weken aan het rondwoekeren onder de bevolking.

Dat kan heel snel gaan – de groei is exponentieel. Van Dissel berekende woensdag: als de ‘R’ plotseling op 1,5 komt te liggen en we hebben dat pas na twee weken door, kan de piek van de belasting op de IC’s weer even hoog worden als in de afgelopen weken. Die kans is volgens Van Dissel „niet zo groot” maar hij houdt er wel rekening mee – één maatregel te veel afschalen en het is gebeurd.

Onverwachte brandhaard

Nu de epidemie afzwakt, worden de onzekerheidsmarges bovendien groter. Het reproductiegetal schommelt nu eenmaal wat meer als er minder besmette personen zijn. Het gaat immers om een gemiddelde: één superspreader die tientallen anderen aansteekt, kan de ‘R’ al snel boven de 1 stuwen als er weinig zieken zijn. In principe is dat niet zo erg want de gevolgen zijn óók minder groot. Maar dat ligt anders als de brandhaard onverwacht veel groter blijkt te zijn. Dan worden de gevolgen exponentieel ook veel groter. Dat was woensdag ook te zien in de grafieken die Van Dissel liet zien: om de meest recente cijfers zat een grote waaier aan onzekerheid.

Politiek is dat heel problematisch: op een hevig schommelende ‘R’ is het moeilijker beslissingen nemen. „We kunnen met minder zekerheid stellen of het nu boven of onder de 1 ligt, en het wordt daardoor van minder belang voor beleidsbeslissingen”, bevestigt RIVM-modelleur Jacco Wallinga. Dat vergt een andere aanpak. Dat vergt: een dashboard. Een methode waarmee snel een nieuwe uitbraak kan worden ontdekt, ook als het ogenschijnlijk prima gaat met de ‘R’.

De corona-IC in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen WZA.

Foto Kees van de Veen

Dicht op de huid

Het kabinet zet in op meer testen. Als dat snel en effectief gebeurt, zou je een nieuwe uitbraak met ongeveer een week vertraging kunnen ontdekken. Maar De Jonge wil het virus „dicht op de huid” zitten om ook te kunnen „anticiperen, niet alleen reageren”, zei hij deze week. De cijfers op zijn dashboard moeten, waar mogelijk, ook per regio worden verzameld zodat plaatselijke uitbraken snel gevonden kunnen worden.

Lees ook: Het gevaar van de coronamaatregelen afschalen: de epidemie laat zich lastig meten

Sinds maart verzamelt het LOT-C zo veel mogelijk gegevens over de uitbraak, om overheden zoals de veiligheidsregio’s te kunnen adviseren. Bij het LOT-C werken dagelijks inmiddels ongeveer zeventig mensen, steeds in andere samenstelling; ze zijn ‘geleend’ bij andere organisaties, zoals veiligheidsregio’s, defensie of politie. Het team verzamelt de bekende cijfers, zoals de ziekenhuisopnames en het aantal positieve tests, maar heeft ook een ‘nalevingsmonitor’ ontwikkeld. Daarin verzamelt het observaties, van bijvoorbeeld de Kustwacht, over hoe goed mensen zich aan de regels houden. „We hebben met hulp van de GGD ook een goed overzicht van de druk op alle sectoren in de zorg, in ziekenhuizen maar ook daarbuiten: hoeveel covid-patiënten zijn er, hoeveel capaciteit is er nog, is er genoeg personeel?”, vertelt operationeel leider Van Maren.

De Jonge noemde ook databronnen die nog niet worden verzameld: het kabinet werkt bijvoorbeeld aan een wet waarin telecomgegevens gebruikt kunnen worden. Op basis daarvan zouden bewegingen van de Nederlandse bevolking in kaart gebracht kunnen worden waarmee na verloop van tijd een nieuwe uitbraak voorspeld kan worden. Ook loopt er een proef waarin sporen van Covid-19 worden gedetecteerd in het rioolwater – virusdeeltjes worden ook in ontlasting teruggevonden. Dat zou iets kunnen vertellen over een nieuwe uitbraak in een stad of regio.

Die gegevens kunnen helpen om een nieuwe piek te voorspellen, stelt Van Maren. Maar, zegt hij: met alleen het verzamelen van gegevens heb je nog geen dashboard. : „Er is heel veel informatie beschikbaar, maar je moet het ook goed weergeven zodat je er iets mee kunt.” Er moeten voor alle databronnen „indicatoren” worden vastgesteld. „Als een getal boven een bepaalde waarde komt, krijg je bijvoorbeeld een code ‘oranje’ of ‘rood’ die je vertelt of je je zorgen moet maken of niet.” Van Maren ziet wel mogelijkheden om zo’n dashboard te bouwen. „Maar ik heb nog geen opdracht van de minister gekregen. We helpen graag.”