Is je brandstofmeter betrouwbaar op een helling?

Durf te vragen Een brandstofmeter is „geen precisie-instrument”. Maar ze zijn wel beter dan vroeger.

Foto Getty Images

De vraag begon bij een collega die een steile parkeergarage inreed. Hij had nog een bodempje brandstof en nam zich voor bij het eerste tankstation op weg naar huis te gaan tanken. Maar het zweet brak hem uit toen bij de steile helling omhoog de brandstofmeter aangaf dat er geen druppel meer in het vat zat.

Hij kwam boven en alles kwam goed, maar we bleven wel achter met de vraag: hoe precies is je dashboard over je brandstof, in het bijzonder op een helling? En kan het zo zijn dat de brandstof de motor niet meer kan bereiken als je steil omhoog of omlaag rijdt op de laatste liter?

Tot een jaar of 20 geleden werd het brandstofpeil in de tank gemeten met een vlotter in de tank. „Als je linksom door de bocht scheurde kon door het klotsen van de brandstof zomaar het brandstoflampje aangaan”, zegt Peter Heemskerk, adviseur autotechniek bij ANWB Wegenwacht. „Daarna rechtsom de bocht en het lampje ging weer uit.” Niet bepaald precisiewerk. Maar tegenwoordig is bijna alles in de auto computergestuurd. De brandstofmeter ook. Er zit nog steeds een vlotter in de tank, die meet bij het starten van de auto hoeveel er in de tank zit en af en toe tussendoor, de computer combineert deze gegevens met een berekening van het verbruik tijdens het rijden. Dat maakt wat je op de dashboard ziet vrij betrouwbaar, zegt Heemskerk „al is het geen precisie-instrument”.

Relatief veel klotsen

„Maar een fabrikant wil natuurlijk niet dat je strandt”, zegt Albert van Popering, docent autotechniek aan de Hogeschool Rotterdam. „Ik let er weleens op. Vlak voor het brandstoflampje aangaat kan ik nog 87 kilometer rijden. En een kilometer nadat het lampje aan is heb ik nog maar 80 kilometer.” Dat kan komen doordat het laatste beetje brandstof relatief veel klotst en de vlotter niet goed meer kan meten, of door een „foezelfactor” die de fabrikant inbouwt om je naar het tankstation te dwingen.

Als je op je laatste liters bergop rijdt hoef je niet meteen bang te zijn dat je motor ermee ophoudt doordat de laatste brandstof achter in de tank hangt, buiten bereik van het aanzuigpunt. Dankzij een handig bekertje rond het aanzuigpunt van de tank naar de motor, onderin de tank. „Stel het je voor als een bloempot, open aan de bovenkant en met een klein gaatje onderin”, zegt Heemskerk. De brandstof wordt uit de tank gezogen, in de beker. Die loopt vol en vanuit daar gaat de brandstof naar de motor. Als de brandstof in je tank flink heen en weer gaat, doet de brandstof in het bekertje dat amper. Zo is de motor verzekerd van brandstof zonder toevallig aangezogen lucht bij eventueel klotsen.

Het is ‘een dingetje’

Toch waren de zorgen van de collega niet onterecht. „Parkeren met weinig brandstof is wel een dingetje”, zegt Heemskerk. „Al helemaal op een helling of stoepje.” Als je stopt met rijden, loopt de brandstof door het gaatje onderin de beker terug de tank in. Dan kan het gebeuren dat bij het starten het beetje brandstof in de tank niet meer aangezogen kan worden. „Was je blijven rijden dan had je misschien nog 20 kilometer kunnen doorrijden omdat de beker nog vol zat”, zegt Heemskerk. „Nu start de auto niet meer.”

In het geval van een benzineauto kun je dan een jerrycan brandstof halen. Grote kans dat je dan gewoon weer weg kunt rijden. „Bij een diesel is dat anders”, zegt Van Popering. „Die kan veel minder goed tegen het aanzuigen van lucht. Als je geluk hebt kun je hem nog laten ontluchten, maar hij kan ook echt kapot zijn.”