In een wijd verschiet

Nu de wijde wereld even dichtzit, onderzoekt zijn heimwee naar de kleine ruimte. Aflevering 4.
Illustratie Rik van Schagen

Liesje recht van lijf en leden/Wil bij ’t spelen niet vergeten/dat het altijd lelijk staat/Als je neervalt op de straat/Neem van mij deez raad dan aan/Meisjes moeten op straat recht staan. Elf jaar was mijn moeder in 1924 toen haar vriendin Jacominajohanna van Zwijndregt dit versje in haar poëziealbum schreef. En ik weet precies waarom, want ik heb het ook!

Niet dat ik mij net als mijn jonge moeder zomaar op het trottoir laat zakken. Maar wel herken ik de daarachter liggende aanvechting. Een stukje openbare ruimte in bezit nemen, van zijn onherbergzaamheid ontdoen en tot tijdelijk privédomein uitroepen. Kleine ruimte in een wijd verschiet. Hoe desolater de omgeving, hoe opwindender die illusie van intimiteit. Juist het uitzicht op die anonimiteit verschaft behaaglijkheid aan zo’n dierbaar stukje grond.

Zelf heb ik het vooral op reis. Of eigenlijk moet ik zeggen: hád, toen ik als jong lifter Europa doorkruiste, mijn maaltijd deed op stoepen, schuilde in telefooncellen, sliep op stationsvloeren. Dat laatste dan liefst in vrouwelijk gezelschap, onze perimeter bepaald door een slaapzak, in elkaars armen doezelend temidden van het gewoel der wereld. Een soort verhevigde versie van Georges Brassens’ toen populaire chanson over Les amoureux qui s’bécotent sur les bancs publics.

Waar ik het nog steeds heb, is in zo’n kaal en tochtig bushaltehokje. Geheid dat daar, als ik wat langer moet wachten, huiskamerachtige beelden in mijn fantasie opdoemen. Liefst ’s avonds, op een halte ergens tussen de weilanden, waar het neonschijnsel boven mijn hoofd het enige licht is in de verre duisternis en waar dikke spinnen, aangetrokken door het schijnsel, het enige gezelschap uitmaken.

Hoe zou je het hier bewoonbaar kunnen maken? Eens kijken, om te beginnen iets over die tl-buizen heen hangen. En de ingang afsluiten, maar waar haal ik een gordijn vandaan? Mijn jas? Misschien zou dat kunnen, maar dan moet ik wel iets doen aan de wind die onder mijn hokje door waait, dwars door de brede kier die de ontwerpers in hun wijsheid hebben opengelaten. Als het wachten nog langer duurt, maken medebewoners hun opwachting: wie zouden dat kunnen zijn en hoe rooien we het samen in ons kleine verblijf? Wat zal er wel niet allemaal tussen ons voorvallen? The Wayward Bus schiet me te binnen, de novelle van John Steinbeck over buspassagiers die stranden in een verlaten uithoek van Californië.

Bij het gehucht Baltasound op Unst, het noordelijkste van de Shetlandeilanden, waar de bus niet heel vaak langskomt, hebben ze het gedáán. Buurtbewoners hebben er een abri aangekleed tot boudoir, met bank, geborduurde kussens, tv, bloemetjes, een hok met speelgoedhamsters en vitrage. Het hokje kreeg een best shelter in Britain award en heeft een gastenboek en een website (www.unstbusshelter.shetland.co.uk).

Correctie (22 mei 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd gesproken van de best shelter in England award. Het ging om het beste bushokje in Groot-Brittannië. Dat is hierboven aangepast.