Grondspeculatie, bomenkap en vriendendiensten: zo krijg je een droomhuis in Limburg

Ruimtelijke ordening Na de varkenspest ging Limburg de sloop van varkensstallen subsidiëren. Het geld zou worden terugverdiend via verkoop van bouwkavels in landelijk gebied. Dat ging gepaard met grondspeculatie, bomenkap en vriendendiensten. Ook staatssecretaris Knops deed er eerder zijn voordeel mee.

Huis in nieuwbouwwijk Bergsche Bos in het Limburgse Bergen. De verkoop van 35 „boskavels” vereiste de kap van 2,5 hectare bos.
Huis in nieuwbouwwijk Bergsche Bos in het Limburgse Bergen. De verkoop van 35 „boskavels” vereiste de kap van 2,5 hectare bos.

Met champagne en Limburgse abrikozenvlaai staan de lokale en provinciale notabelen op de verlaten militaire basis in Weert te wachten op Raymond Knops. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (CDA) wordt feestelijk onthaald. Hij gaat zijn handtekening zetten onder de verkoop door de staat van het mobilisatiecomplex van de landmacht aan een bedrijf van de provincie Limburg. Het complex – in de Koude Oorlog gebouwd om troepen te bevoorraden bij een Russische inval – staat al tien jaar leeg.

Tussen de bomen hebben eekhoorns, steenmarters en salamanders het rijk alleen. Maar dat gaat veranderen. De tien hectare groene stilte wordt een „woonbos” met 43 „droomhuizen” op kavels tot drieduizend vierkante meter.

Het is bijzonder dat Knops komt, op deze woensdag 20 februari 2019. Niet elke dag reist hij door het land om een relatief kleine transactie van het Rijksvastgoedbedrijf persoonlijk te beklinken. Zijn aanwezigheid is dan ook een geste, een vriendendienst, zegt Ger Driessen, een Limburgse partijvriend die Knops met champagne staat op te wachten.

Ger Driessen was tot 2011 namens het CDA gedeputeerde voor ruimtelijke ordening in Limburg. Sinds 2017 is hij – voor 1.000 euro per werkdag – de parttime-directeur van het bedrijf van de provincie Limburg dat de bouwkavels voor droomhuizen zoals in Weert verkoopt. Vóór hem hadden twee andere Limburgse oud-gedeputeerden de leiding over dit bedrijf.

Knops (48) en Driessen (67) kennen elkaar goed. Allebei CDA, allebei geboren in Hegelsom – een kerkdorp met tweeduizend zielen in de gemeente Horst aan de Maas. Daar volgde Knops Driessen in de jaren negentig op als wethouder van ruimtelijke ordening.

Als wethouder was Knops betrokken bij de verkoop van zulke bouwkavels. Later, in zijn periode als lid van de Tweede Kamer, kocht hij bij het provinciale bedrijf een kavel om zijn eigen ‘droomhuis’ te bouwen. Dat hij daarbij is bevoordeeld, was niet bekend. Tot nu toe.

Toverformule

Ger Driessen ging aan de slag met bouwkavels na de varkenspest. Na die epidemie, die in 1997 het leven kostte aan elf miljoen varkens, wilde minister Laurens Jan Brinkhorst (Landbouw, D66) de varkenshouderij „warm” saneren, ook al vanwege het grote mestoverschot. De pest bood de kans om duizenden lege stallen te slopen.

Als gedeputeerde sloot Driessen met Brinkhorst in 2000 een bestuursakkoord, samen met vier andere provincies. De belofte was: minder beesten, minder stikstof en fosfaat, minder stenen (bebouwing): een minder verrommeld platteland. Het ministerie van Landbouw kocht dier- en mestproductierechten op van veehouders die wilden stoppen. Zo moest de veestapel krimpen.

Stoppende veehouders kregen van de provincies een vergoeding voor de sloop van hun stallen. Deze ‘sloopsubsidie’ mochten de provincies terugverdienen met het verkopen van extra bouwkavels in het buitengebied, bovenop het aantal woningen dat toch al mocht worden gebouwd. ‘Ruimte-voor-ruimte’ heet deze regeling, en zo heet ook het bedrijf van de provincie dat in Limburg de kavels verkoopt.

Ruimte-voor-ruimte blijkt een bestuurlijke toverformule. Ger Driessen ontwikkelt bouwkavels op plekken waar het volgens bestemmingsplannen niet kan. Als aan enkele voorwaarden is voldaan, kan hij die bestemmingsplannen eenvoudig door gemeenten laten wijzigen. Dit kan geen enkele andere projectontwikkelaar. Zo veranderen bossen, akkers en weiden in bouwgrond. Critici spreken over ‘miljonairskavels’ of ‘XXL-kavels’. Veel van de kavels staan op inlimburgwonen.nl: „Droom jij ook van dat ene droomhuis op een landelijke en groene plek? In Limburg is keus genoeg.”

Ondanks de wervende slogans zijn de kosten voor het slopen van de varkensstallen in 2020 nog altijd niet helemaal terugverdiend. Honderden kavels staan nog te koop. En wie in Limburg de balans opmaakt, ziet niet minder, maar juist méér van alles: meer varkens, meer stikstof en fosfaat, en meer stenen dan de bedoeling was. Het aantal varkens in Limburg groeide volgens het CBS tussen 2000 en 2019 met 11,4 procent tot 1,95 miljoen. Zij produceerden in 2019 meer stikstof en fosfaat dan in 2000. Het zou kunnen dat de emissie vanuit de stallen door het gebruik van luchtwassers iets lager uitvalt, maar het veronderstelde rendement van luchtwassers wordt niet altijd gehaald.

Lees ook over stallensloop: Huis gebouwd, maar de varkens zijn er nog

Minder ‘stenen’ lukte ook niet. De afspraak was: voor elke duizend vierkante meter gesloopte stal één bouwkavel in het buitengebied. Zo zouden negenhonderd woningen terugkomen, maar dat aantal blijkt verhoogd naar 1.138. Voor deze 238 extra woningen zijn geen stallen gesloopt.

De extra woningen zijn nodig om uit de kosten te komen. Voor het terugverdienen van 36,3 miljoen euro aan sloopsubsidies, blijkt tot nu toe liefst 93 miljoen euro aan „project- en organisatiekosten” gemaakt – die ook moeten worden terugverdiend. Ger Driessen van het ruimtebedrijf somt op: rentekosten, grondaankopen, bouw- en woonrijp maken, verkoopkosten, overhead, advies- en overige kosten. Zelfs als alle kavels verkocht zijn, resteert een tekort, door Driessen becijferd op „ruim 8 miljoen euro”. De einddatum van de regeling is verschoven van 2011 naar 2023.

Door de bankencrisis van 2008 en de daarop volgende economische crisis liep de verkoop van de kavels niet, verklaart Driessen. „Dieptepunt waren 2009 en 2013 toen maar zes en twee kavels verkocht zijn.”

Inmiddels zit Driessen in een „positieve flow”, zegt hij begin maart in zijn kantoor op de achtste verdieping van een glazen kantoortoren even buiten Venlo. Enthousiast vertelt hij dat de crisis is overwonnen en het ruimtebedrijf vijftig bouwkavels per jaar verkoopt. Zijn aandeelhouder, het provinciebestuur, heeft de ambities verder opgeschroefd om de verkoop te versnellen. Driessen mag naast droomhuizen ook kavels gaan verkopen voor zorgcomplexen, appartementen en zonne-energieparken. Dit jaar – 2020 – belooft een topjaar te worden, lacht Driessen. Een paar dagen later slaat corona toe.

Voor luxe kavels in Beegden, niet ver van Roermond, is 1,5 ha dennenbos gekapt.
Foto’s Merlin Daleman

Verder met kippen

De bankencrisis en de coronacrisis kon niemand voorspellen, maar provinciale ambtenaren in Maastricht hadden al in 2002 hun twijfels over het project. Ze adviseerden negatief in een nota – in bezit van NRC en dagblad De Limburger. Het zou niet lukken om zoveel grote kavels binnen de gestelde termijn te verkopen. De vraag naar dure koopwoningen op vrije kavels was te klein: „Het sluit niet aan op de huidige marktsituatie”. Provinciale Staten gingen akkoord met de regeling zonder dat Gedeputeerde Staten het onwelgevallige ambtenaren- advies hadden verstrekt.

Dat er risico’s kleefden aan de uitkoop van varkenshouders en sloop van stallen voorspelde de Algemene Rekenkamer al in 2004. Het was „een complexe regeling” die „gevoelig is voor misbruik en oneigenlijk gebruik”. In de praktijk bleek snel dat de regeling niet waterdicht was. Zo vocht de Werkgroep Behoud de Peel in 2003 tot aan de Raad van State tegen varkenshouder Nooyen in het Noord-Limburgse Sevenum. Die had premies opgestreken, stallen gesloopt en ging op dezelfde plek verder met 20.876 kippen. Dat mocht, oordeelde de Raad van State.

„De bedoeling van de regeling was ontstening, maar tegelijk konden nieuwe, grote stallen gebouwd worden”, zegt Thieu Wagemans, landbouweconoom en voormalig wethouder van de gemeente Leudal. „Behalve die nieuwe stallen kwamen er ook nog nieuwe woningen in het buitengebied. Dat leidde dus tot méér, in plaats van minder stenen.”

Grondspeculatie

Ruimte-voor-ruimte ging ook gepaard met grootschalige speculatie met grond, leert onderzoek van NRC en De Limburger naar driehonderd transacties. Het ruimtebedrijf ging in zee met boeren, projectontwikkelaars en grondhandelaren die miljoenen euro’s konden verdienen aan het opdrijven van de prijzen. Ze kochten boerengrond of natuur, en verkochten die met winst als potentiële bouwgrond aan het ruimtebedrijf. Dat maakte de kavels duurder, wat de verkoop vertraagde.

Neem aannemer Corstjens uit Thorn. Hij kocht volgens de notariële akte voor 2,40 euro per vierkante meter anderhalve hectare „natuurgebied met dennenbos” van boeren. Het gebied grenst aan De Beegderheide met haar bossen, heiden en vennen. Volgens de lokale VVV „een toevluchtsoord voor een bont scala aan planten en dieren”, zoals de „uiterst zeldzame Phegeavlinder”.

Twee jaar later verkocht Corstjens zijn bosje voor 24,50 euro per vierkante meter met 364.000 euro winst aan het ruimtebedrijf. Nadat de natuurbestemming was veranderd in wonen, en het bos – met zomereik, berk en zoete kers – was gekapt, verkocht het ruimtebedrijf de grond voor 199 euro per meter als „bouwgrond” terug aan Corstjens.

Om 35 boskavels te kunnen verkopen is 2,5 hectare bos gekapt

De aannemer verkocht de kavels voor 215 tot 260 euro per meter door aan particulieren. Corstjens – en niet het ruimtebedrijf – verdiende zo nog enkele tonnen. De kopers wonen nu – volgens de folder – in een gebied „waar ruimte, rust en natuur nog volop voorhanden zijn”.

Het is een voorbeeld uit vele. Van alle speculanten verdiende het Brabants-Limburgse bouwconcern Janssen de Jong verreweg het meeste. Het bedrijf – dat in 2009 in opspraak kwam omdat twee van zijn managers jarenlang Limburgse ambtenaren hadden omgekocht – mocht in diezelfde periode zaken doen met het ruimtebedrijf. Janssen de Jong zegt desgevraagd: „Het is lang geleden, we kunnen het niet meer reproduceren.”

Janssen de Jong deed onder meer zaken in het Noord-Limburgse Maasdorp Bergen. Om hier 35 „boskavels” te kunnen verkopen, moest 2,5 hectare bos worden gekapt. Janssen de Jong kocht het bos toen ruimte-voor-ruimte begon, waarna het ruimtebedrijf de grond overnam. De aannemer verdiende daar 275.000 euro mee, en mocht meteen voor 354.000 euro wegen en rioleringen aanleggen.

In totaal verkocht Janssen de Jong 25 hectare landbouwgrond en natuur voor 5,7 miljoen euro aan het ruimtebedrijf. De grond was doorgaans vlak daarvoor goedkoop ingekocht bij boeren. In artikel 13 van het verkoopcontract staat dat de aannemer tevens de opdracht kreeg om de kavels bouw- en woonrijp te maken en de complete infrastructuur aan te leggen. Een klus van nog eens circa 5 miljoen, die eigenlijk had moeten worden aanbesteed. Maar als grondeigenaar kon Janssen de Jong eisen stellen, verklaart Driessen de gang van zaken.

„Hier is sprake van op een creatieve manier de aanbestedingswetgeving buiten werking stellen”, reageert Hein van der Horst, die als zelfstandig adviseur veel overheden adviseert. „Het ruimtebedrijf is, wanneer de overdracht via de notaris heeft plaatsgevonden, als eigenaar van de grond aanbestedingsplichtig en dat kun je niet via het verkoopcontract omzeilen.”

Lees over stikstofcrisis ook: Brabant wordt weer van de boeren

Zo was het ook vaak met andere opdrachten: die gingen naar hetzelfde adviesbureau, hetzelfde ontwerpkantoor en hetzelfde notariskantoor. Tot op de dag van vandaag is er gebrek aan transparantie bij het verdelen van opdrachten. Dat blijkt bij het jongste project van het ruimtebedrijf: de miljoenen euro’s kostende nieuwbouwwijk Hoenderpark in Gennep, ook in het noorden van Limburg. Het ruimtebedrijf verkocht vorig jaar in Gennep de grond voor 41 woningen en 20 zorgappartementen onderhands aan Javo Vastgoed, een lokale projectontwikkelaar. Zo worden de aanbestedingsregels omzeild, concludeert Hein van der Horst.

Driessen noemt het „niet wederrechtelijk”.

Dubbelrol

Na twintig jaar ruimte-voor-ruimte groeit de kritiek op de regeling. Pierre Sijben, CDA-raadslid en oud-wethouder in Weert, verwijt het provinciebestuur een dubbelrol. „Ik weet dat het ruimtebedrijf een zelfstandige rechtspersoon is, maar de provincie is de eigenaar van het bedrijf.” Dat wringt volgens Sijben omdat de provincie, die toezicht houdt op ruimtelijke ordening door gemeenten, als aandeelhouder van het ruimtebedrijf tegelijk een commercieel belang kan hebben bij wijziging van bestemmingsplannen.

In de praktijk is er al jaren een belangenverstrengeling. Uit interne documenten blijkt dat het ruimtebedrijf en de provincie afspraken maken om gemeenten onder druk te zetten om bestemmingsplannen te veranderen. Een verslag van een overleg op 5 september 2014: „De Provincie Limburg zal zo nodig gebruik maken van de instrumenten om dwingend op te treden richting gemeenten (…) indien de afspraken (…) niet door de gemeenten worden nagekomen”. De provincie zegt in een reactie dat geen gebruik is gemaakt van „wettelijke interventiemogelijkheden”.

Dat gemeenten onder druk staan, merkte de gemeente Venlo. In 2016 stapte het ruimtebedrijf met steun van de provincie naar de Raad van State om af te dwingen dat Venlo bouwkavels in het buitengebied door het ruimtebedrijf zou laten verkopen. Tevergeefs, het verzoek werd afgewezen.

‘Van kwaad tot erger’

De Moeselpeel, buiten de bebouwde kom van Weert, is een van de laatste stukjes wildernis in Limburg. Het drassige veengebied is uniek – de mens heeft er nooit ingegrepen.

Naast de Moeselpeel ligt de Mollenakkersteeg. In een weiland aan die weg had begin dit jaar ook een ruimte-voor-ruimtewoning moeten komen. Volgens het bestemmingsplan mocht het niet, maar B en W wilden wel tegemoet komen aan de wil van de provincie. Het leek een hamerstuk, tot de gemeenteraad ging dwarsliggen. CDA-raadslid Sijben: „De vraag is of we die kavels nog wel willen op zulke plekken in het buitengebied en bij natuurgebieden. Het gaat van kwaad tot erger.”

Ook groeit het verzet tegen – wat genoemd wordt – de ‘betaalplanologie’ van provincie en gemeenten. Bij ruimte-voor-ruimte wordt hun medewerking aan bouwplannen afhankelijk gemaakt van het achteraf meebetalen aan de sloop van stallen. Wie grond heeft en een bedrag betaalt aan het ruimtebedrijf, krijgt toestemming om te bouwen van de gemeente. De provincie vindt het geen betaalplanologie, raadslid Sijben wel: „Vergunningen zijn dus te koop. Zoiets past niet in ons land. Via het ruimtebedrijf regel je vergunningen die anderen niet krijgen. En dat alleen omdat de provincie geld wil terugverdienen dat ooit is uitgegeven aan het slopen van stallen.”

Sijben staat niet alleen in zijn kritiek. Thieu Wagemans, oud-wethouder in Leudal: „Op mijn spreekuur zeiden mensen: ‘Hoe is het mogelijk dat op die plek wordt gebouwd. Het mag dus wel als je geld hebt.’ Dat ervoeren ze als een weeffout, en ik ook.”

Betaalplanologie mag niet, waarschuwde ook minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) in 2019 in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van een andere kwestie. Gemeenten mogen volgens haar afspraken over financiële bijdragen niet afdwingen door anders te weigeren mee te werken aan bouwplannen.

Misbruik van bevoegdheden

Ollongrens collega, staatssecretaris Raymond Knops – die het mobilisatiecomplex in Weert overdroeg – deed zelf aan betaalplanologie. Als wethouder van ruimtelijke ordening (1999-2005) introduceerde hij ruimte-voor-ruimte in Horst aan de Maas. Documenten en betrokkenen vertellen hoe Knops inwoners met bouwplannen in het buitengebied verplichtte mee te betalen aan de regeling van zijn partijgenoot Ger Driessen, toen gedeputeerde.

Zo weigerde Knops in 2001 een aanvraag van een bewoner die buiten ruimte-voor-ruimte om wilde bouwen op eigen grond, waarop al een woon- en bouwbestemming lag. De wethouder passeerde daarbij zijn ambtenaren.

Die schreven in een adviesnota van 5 maart 2001 dat de aanvrager recht had op planologische medewerking. Voor de „politieke voorkeur” om te weigeren waren „geen ruimtelijke argumenten aanwezig”. Het besluit zou bij de rechter „geen stand” houden. Om „gezichtsverlies te voorkomen” zou het beter zijn „positief te beslissen”.

Maar Knops hield zijn poot stijf, gesteund door de rest van B en W. Om te kunnen bouwen moest de aanvrager naar ruimte-voor-ruimte, waardoor hij verplicht was 90.000 euro bij te dragen aan het terugverdienen van de sloopsubsidie voor de stallen.

Wat de gemeente had gedaan was fout, oordeelden rechtbank Roermond en gerechtshof Den Bosch later in de zaak van een andere inwoner die ook in zee was gegaan met ruimte-voor-ruimte. Door de planologische medewerking te koppelen aan de verplichting mee te doen aan ruimte-voor-ruimte, had de gemeente „misbruik van haar bevoegdheden” gemaakt. De Hoge Raad bevestigde dit.

Na de verloren rechtszaken namen acht deelnemers aan ruimte-voor-ruimte uit Horst een advocaat in de arm en eisten hun geld terug. Met hen sloot de gemeente in 2013 een „vaststellingsovereenkomst”. In ruil voor de beëindiging van de procedures kregen ze samen een paar ton, en een verbod om „over de inhoud aan derden mededelingen te doen”, blijkt uit documenten.

De operatie moest geheim blijven. Opvallend: de overige deelnemers in Horst kregen géén compensatie. De gemeente zegt desgevraagd dat in 2013 de voorzitters van de fracties in de gemeenteraad vertrouwelijk zijn geïnformeerd. Meer wil Horst niet zeggen: „De vaststellingsovereenkomsten zijn vertrouwelijk.”

Tegen de tijd dat de gemeente de zaak in stilte afkocht, zat Raymond Knops al namens zijn partij in de Tweede Kamer.

Limburgse vlag

In zijn periode als Kamerlid maakte Knops zelf gebruik van ruimte-voor-ruimte. Dankzij de regeling woont hij nu in een ‘droomhuis’ in het dal van de Groote Molenbeek. Het is een van de mooiste plekjes in zijn geboortedorp Hegelsom, niet ver van natuurgebied de Reulsberg. In de voortuin wappert het hele jaar de Limburgse vlag, in de achtertuin ligt een trapveldje voor de kinderen. Het perceel van 3.500 vierkante meter – een half voetbalveld – is keurig afgezoomd met een beukenhaag.

Knops is een van de meer dan honderd particulieren (‘eenpitters’) die via het ruimtebedrijf zelf bouwden in het buitengebied. De procedure is dat eenpitters duizend vierkante meter agrarische grond voor 4,50 euro per meter aan het ruimtebedrijf verkopen. Vervolgens zorgt het bedrijf – via een wijziging van het bestemmingsplan bij de gemeente – dat er op de duizend vierkante meter een woonbestemming komt. Daarna is het een bouwkavel, die voor een marktprijs terug gaat naar de particulier. Ger Driessen: „Met het geld dat wij aan de transacties overhouden, worden de sloopsubsidies terugverdiend en de kosten betaald.”

Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedfinanciering aan de Universiteit Maastricht, noemt de ruimte-voor-ruimteregeling „ideaal voor insiders”. „Het is ingewikkeld en je moet maar net weten dat dit mogelijk is.”

Knops is zo’n insider. Hij blijkt bovendien voor tienduizenden euro’s bevoordeeld ten opzichte van andere door de kranten onderzochte eenpitters. Zij kregen, net als Knops, een bestemmingswijziging via een projectprocedure.

In het gebied naast de Moeselpeel bij Weert, een van de laatste stukjes wildernis in Limburg, zou een villa verrijzen. Tot de gemeenteraad ging dwarsliggen. Foto Merlin Daleman

Maar waar andere eenpitters een woonbestemming voor duizend vierkante meter ontvingen, regelde het ruimtebedrijf voor Knops een woonbestemming voor 1.500 van zijn 3.500 vierkante meter agrarische grond.

Terwijl hij méér ‘woongrond’ kreeg dan anderen, hoefde Knops daarna bij het ruimtebedrijf slechts 750 vierkante meter af te rekenen. En dat terwijl duizend vierkante meter verplicht is, bevestigt Driessen tot drie keer toe in het interview in zijn kantoortoren. „Onze lijn is duizend meter. Punt. Dat moet je minimaal inbrengen. Dat is altijd zo geweest.” Na een telefoontje van Knops meldt Driessen dat behalve Knops nóg zes eenpitters minder meters konden afrekenen.

Na het passeren van de notariële leveringsakte in 2010 kwam het Kadaster het perceel definitief opmeten. Knops en een medewerker van het ruimtebedrijf wezen de landmeter er samen op dat het zojuist gekochte bouwperceel 1.175 vierkante meter groot was. Dat was 425 vierkante meter méér dan waarvoor Knops bij de notaris afgerekend had.

„Dat ruikt echt naar vis”, zegt hoogleraar Eichholtz. „Als je zegt: ik wil bij de notaris laag afrekenen maar ga bij de landmeter die bouwkavel toch 50 procent groter maken, dan ga je buiten de lijntjes.” Hoogleraar notarieel recht Pim Huijgen (Universiteit Leiden) noemt het verschil tussen afgerekende en door het kadaster opgemeten vierkante meters een overschrijding die hij in 33 jaar nog nooit heeft meegemaakt. „Het is werkelijk ongekend. Hij koopt op papier minder maar krijgt in werkelijkheid veel meer voor een verhoudingsgewijs zeer aantrekkelijke prijs. Dat lijkt op politieke bevoordeling.”

Lees ook: De klusjesmannen van Limburg

Op verzoek van de kranten onderzocht het Kadaster de transactie. De dienst zegt dat de landmeter destijds een juiste meting heeft verricht. De 1.175 meter die is vastgelegd in de basisregistratie is conform de meting. Het Kadaster: „Feitelijk is geleverd wat partijen voor ogen stond. Zij hebben de grenzen aangewezen”.

Een kleine afwijking in de perceelgrootte hoeft niet vreemd te zijn, maar dit was ongebruikelijk, vindt ook het Kadaster: „Zouden dergelijke afwijkingen tegenwoordig geconstateerd worden, dan onderneemt het Kadaster actie door notaris en/of partijen vragen te stellen.”

‘Veel feitelijke onjuistheden’

Raymond Knops laat de woordvoering over zijn privékwestie doen door de afdeling communicatie van Binnenlandse Zaken. Een woordvoerder mailt: „Het verzoek voor een interview met staatssecretaris Knops kunnen we op dit moment niet inwilligen”. Of de kranten de vragen willen mailen. Inhoudelijk antwoord blijft uit.

Als de kranten een concepttekst toesturen, volgt een schriftelijke verklaring. Knops ziet „veel feitelijke onjuistheden”. Als wethouder van Horst aan de Maas bood hij inwoners de mogelijkheid om in afwijking van de bestemmingsplannen tóch te bouwen. Ze zijn „echter niet gedwongen om mee te werken aan de ruimte-voor-ruimte”.

Hij erkent de veroordeling tot en met de Hoge Raad van de gemeente voor misbruik van bevoegdheden. „Daar kunt u echter op geen enkele manier de algemene conclusie uit trekken dat de rechter het hele ruimte-voor-ruimtebeleid van de gemeente heeft verworpen.”

De grondtransactie voor zijn eigen droomhuis leverde hem geen voordeel op, schrijft hij. Ondanks de bevestiging van Ger Driessen, en documenten die het tegendeel bewijzen, gaat het volgens Knops bij ruimte-voor-ruimte niet om de hoeveelheid vierkante meters, maar om een „normbedrag per bouwkavel”. Knops: „Ik heb een door ruimte-voor-ruimte bepaalde marktconforme eenheidsprijs betaald.”

En dat de kadastrale 1.175 vierkante meter afwijkt van de 750 meter in de notariële akte, ligt niet aan hem, maar aan de gemeente. „Mijn woning [was] op basis van de gemeentelijke eisen anders op de kavel gesitueerd.” Dat die situatie al vóór het passeren van de akte bekend was, staat niet in zijn verklaring.

De woordvoerder meldt zich opnieuw: Knops heeft „een onafhankelijke derde partij” naar de casus laten kijken. Het blijkt Arjan Bregman, bijzonder hoogleraar bouwrecht in Groningen – maar ook betaald adviseur van de provincie Limburg, eigenaar van het ruimtebedrijf. Bregman concludeert dat Knops niet financieel is bevoordeeld. De afwijking in het Kadaster had geen invloed op de waarde van zijn perceel, was hoogstens „een beetje dom”.

Reageren? onderzoek@nrc.nl