Opinie

Een zilt briesje van zee gleed onmerkbaar door de steeg

Dagboek Coronavirus

Gene, de eigenaar van Caffè Latino, schold een van zijn obers de huid vol en in dezelfde zin verontschuldigde hij zich daarvoor.

„Ik ben nerveus”, zei hij. De ober knikte begripvol. „We werken in feite alleen voor onze vaste klanten en dat is te weinig. Dat er zomaar iemand langsloopt en gaat zitten – vergeet het. De loop is eruit. En tegelijkertijd pis ik in mijn broek voor vrijdag- en zaterdagavond. Want stel dat de ragazzi uit de wijken naar de piazza komen. Stel dat er een movida komt. Dan werk ik misschien een avondje als vanouds, maar er hoeft maar één foto van een samenscholing op Facebook te verschijnen en ze sluiten mijn tent.”

Stella en ik gingen lunchen in het restaurant zonder naam van Maurizio in Vico Vegetti. Zijn zorgvuldig nonchalant en rustiek ingerichte kleine taveerne was geruïneerd door schermen van plexiglas. Een tweeliterfles handgel stond bij de ingang. Maar buiten op zijn terras was alles zoals het hoorde te zijn. De schurftige oude gevels stonden nog. Een zilt briesje van zee gleed haast onmerkbaar door de steeg. Stella nam de calamarata con acciughe, ik ravioli al tocco. Als dat niet ten strengste verboden was, zouden we Maurizio hebben omhelsd.

„Zie je die vier mannen daar aan dat tafeltje?”, vroeg hij. „Ik zou dus eigenlijk moeten vragen of zij tot in de zesde graad verwant aan elkaar zijn. Anders mogen ze niet samenzitten.”

Maurizio was sceptisch. Mensen werken thuis en die komen niet meer eten, vertelde hij. Er zijn geen toeristen. En je hebt het uitgaanspubliek dat naar de theaters gaat niet meer. Dat zijn de drie factoren. En tel daarbij op dat mensen bang zijn en zonder geld zitten. Het aantal uitkeringen dat afgelopen april is aangevraagd is ten opzichte van april vorig jaar met 2.953,6 procent toegenomen.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.