De terugkeer van het Hermanbrood

Wat eten we? Zuurdesemoloog Edwin Klaasen blaast het doorgeefbrood nieuw leven in, perfect voor in coronatijd.

Foto Getty

Herman heette hij, en hij was als een niet meer weg te krijgen logé. Op een dag kwam hij je leven binnen, altijd via de keukendeur, en in het begin dacht je nog: ach, wat leuk. Je vond het helemaal niet erg om je een beetje om hem te bekommeren, spannend juist wel, want Herman kwam met een belofte. Als je hem genoeg liefde gaf, zou hij je rijkelijk belonen.

Maar na een dag of tien kwam onherroepelijk de dag waarop je Herman weer kwijt wilde. Je was dan wel zo’n beetje klaar met zijn aandachtsjunkiegedrag en, als je heel eerlijk was, ook met de zurige lucht die hij door de keuken verspreidde. Dus stuurde je hem door naar vrienden. Hier is Herman, veel plezier met hem.

En dat was prima, zo kreeg iedereen de kans om een poosje van Herman te genieten. Maar, en nu komt die gelijkenis met de hardnekkige logé, als een boomerang wist Herman altijd weer zijn weg terug te vinden naar jouw adres. Vooruit dan maar, haalde je je hand over je hart. Hij mocht nog één keer tien dagen komen. Maar daarna moest ’ie echt ophoepelen hoor.

Dit alles speelde in de jaren tachtig van de vorige eeuw, mijn tienerjaren. De tamagotchi moest nog worden uitgevonden, maar wij hadden Herman, het vriendschapsbrood. Of eigenlijk: het deeg dat je aan elkaar doorgaf en waarmee je dan uiteindelijk een brood kon bakken. Hoe vaak ik op school niet een tupperwarebakje met een gistend, grauw papje in handen kreeg gedrukt, vergezeld van een stenciltje met daarop instructies over zijn verzorging.

‘Herman is een vriendschapskoek [het was echt meer een brood dan een koek], die niet te koop is, maar alleen kan worden gedeeld. Hij groeit langzaam door natuurlijke gisting. Het duurt tien dagen voor je hem kunt eten. Dag 1: vandaag heb je Herman gekregen. Doe hem in een grote kom en dek hem af met een theedoek. Dag 2: Roer Herman een paar keer goed door. Dag 3: Roer Herman een paar keer goed door. Dag 4: Herman heeft honger. Geef hem 2 dl melk, 200 gram bloem en 250 gram suiker.’ Enzovoort.

Op dag 10 moest je het deeg in vier stukken verdelen, van eentje een zoet brood met rozijnen, appels en noten bakken en de andere drie stukken deeg in de maag van vrienden zien te splitsen. Vrienden die Herman ook allemaal al een keer of vijf eerder te logeren hadden gehad. Ja, Herman was hardnekkiger dan een luizenplaag.

Trots

En toch was het ook leuk. Herman was mijn eerste kennismaking met zuurdesem en ik herinner me nog hoe trots ik was toen ik mijn eerste gelukte Hermanbrood uit de oven haalde. Dus vind ik het ook een sympathiek idee dat bakker en zuurdesemoloog Edwin Klaasen in samenwerking met Smaakt, een fabrikant van onder andere biologisch meel, Herman uit de vergetelheid heeft gerukt en nieuw leven ingeblazen.

Lees ook: Kneden, rijzen, bakken, zo bak je je eigen brood

Zo’n doorgeefbrood past perfect in deze tijd waarin het bakvirus net zo besmettelijk is gebleken als het coronavirus en waarin we proberen om ons, ondanks de afstand, dicht bij elkaar te voelen. Wat ook van deze tijd is: het is een veel gezonder, suikervrij speltbrood geworden. Het enige wat ik persoonlijk betreur is Hermans nieuwe naam: Broods. Welke logé heet nu Broods?