Reportage

Corona en arbeidsmigranten: de keuken delen ze met z’n vijftigen

Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten merken weinig van coronamaatregelen. Op veel woonlocaties valt onmogelijk afstand te houden.

Voormalige barakken dienen als woonlocatie in het Duitse Weeze. Hier wonen veel arbeidsmigranten die in Nederland werken.
Voormalige barakken dienen als woonlocatie in het Duitse Weeze. Hier wonen veel arbeidsmigranten die in Nederland werken. Foto’s Merlin Daleman

Opeengepropt zitten ze in vervallen chalets. Of ze delen één keuken met vijftig anderen. En ondanks eerdere boetes worden ze alsnog met bijna dertig mensen tegelijk vervoerd in bussen naar hun werk. Als er door uitzendbureaus al coronamaatregelen zijn genomen, dan zijn die bij de arbeidsmigranten veelal onbekend.

En dat terwijl juist onder deze groep de afgelopen weken nieuwe coronabrandhaarden ontstaan. Begin mei moest een groep van 31 Roemenen twee weken verplicht in quarantaine op een boot in Arnhem omdat ze besmet waren geraakt met het virus. Vrijdag moesten alle 600 medewerkers, voornamelijk arbeidsmigranten, van een slachthuis in Groenlo in quarantaine omdat 45 van hen positief waren getest op Covid-19. Beide groepen werken in slachthuizen van Vion. Onduidelijk is of de werknemers doorbetaald krijgen.

Informatie krijgen ze nauwelijks, zeggen arbeidsmigranten. Desinfectiemiddelen zijn op veel woonlocaties afwezig. En afstand bewaren is thuis en op werk bijna onmogelijk. Uit een rondgang van NRC langs vier verblijfplaatsen van arbeidsmigranten blijkt dat er nauwelijks coronamaatregelen getroffen zijn voor deze groep mensen. En de groep is groot: de Rijksoverheid schat dat er in Nederland zo’n 400.000 (tijdelijke) arbeidsmigranten werken.

De inspectie SZW (de voormalige Arbeidsinspectie) heeft tot en met vrijdag 15 mei 169 meldingen ontvangen die gerelateerd zijn aan arbeidsmigranten en corona. Dat is 14 procent van het totaal aantal corona-gerelateerde meldingen in die periode (1.210). Inspecties ter plaatse worden nauwelijks gedaan, vanwege risico op besmetting. Controles verliepen de afgelopen maanden telefonisch. Sinds kort zijn er weer enkele fysieke bezoeken, zegt een woordvoerder. Tot nu toe kreeg alleen een groentekweker in Friesland een waarschuwing.

Bloedheet

Op een uitgestorven vakantiepark Droomgaard in Kaatsheuvel laat de Letse Davis (24) zijn vervallen chalet zien. Zijn achternaam geeft hij liever niet, omdat hij net als alle andere arbeidsmigranten waar NRC mee sprak bang is zijn baan te verliezen. Het is bloedheet binnen, terwijl de woning midden op de dag in de schaduw staat. „Ik vrees de nachten in de zomer”, zegt Davis, want air conditioning hebben ze niet, laat staan een ventilator.

Sinds corona is er weinig veranderd, zegt Davis. „Er hangt een poster op het raam met voorschriften en we kregen een mail met informatie.” Afstand houden met zijn twee huisgenoten in het chaletje gaat niet. En toen hij om zijn zorgverzekeringspas vroeg, kreeg hij in eerste instantie niks. „Pas na drie maanden zeuren kreeg ik een pasje.”

Net als bijna iedereen op het vakantiepark werkt hij via uitzendbureau Hobij bij het distributiecentrum van Bol.com in Waalwijk. In een reactie laat uitzendbureau Hobij weten overal gepaste maatregelen te treffen en „regelmatig te checken op voldoende aanwezige desinfectiemiddelen en handschoenen op woonlocaties”. Maar op vakantiepark Droomgaard zijn die nergens te bekennen.

Aan de andere kant van Kaatsheuvel wonen nog zo’n vijftig arbeidsmigranten, in een oud nonnenklooster. Met z’n tweeën op een kamer, vertelt een Poolse arbeidsmigrant. Maar de keuken en badkamer delen de bewoners met z’n allen. Eén blik naar binnen is genoeg om te constateren dat afstand bewaren bijna onmogelijk is in het gebouw.

De Portugese Marcus in zijn chalet in Kaatsheuvel. Foto Merlin Daleman

Verboden toegang in Ommel

Na nog geen tien minuten wandelen op vakantiepark de Prinsenmeer in het Brabantse Ommel stapt een beheerder van het park op de verslaggever af. „We zijn gesloten vanwege corona”, zegt hij en begeleidt de verslaggever via een achteringang naar buiten.

Dat het park gesloten zou zijn is opmerkelijk. De toegangspoort is open, op het terrein lopen vaste bewoners en Oost-Europeanen rond. Busjes met arbeidsmigranten van uitzendbureau Interkosmos rijden het park op. Bovendien staat op de website van het vakantiepark dat het sinds 1 mei geopend is. Eén van de 1.700 chalets of caravan(plekken) huren kan wel op het ‘gesloten park’.

Op een afgesloten gedeelte van het park wonen de arbeidsmigranten, volgens de gemeente Asten verbleven er dit jaar vijfhonderd.

Lees ook: 'Wij arbeidsmigranten doen er niet toe’

Het is gebruikelijk in de uitzendbranche dat de uitzendbureaus werk én huisvesting regelen voor de arbeidsmigranten. De kosten van de huisvesting, maximaal 25 procent van het bruto minimumloon, in de praktijk zo’n honderd euro per week, worden van het salaris afgetrokken. Ook de zorgverzekering gaat vaak via het uitzendbureau. Verlies je je baan? Dan verlies je ook je woning en sta je vaak dezelfde dag nog op straat. Ook de zorgverzekering wordt dan stopgezet.

Dat overkwam de veertigjarige Dinu uit Roemenië, die sinds 2017 in Nederland werkt. Een week na de eerste Nederlandse coronamaatregelen van 13 maart zei zijn baas geen werk meer voor hem te hebben. Sindsdien solliciteert hij zich suf, maar zoveel werk is er nu niet. „Corona is niet meer mijn grootste angst, maar gebrek aan geld”, zegt Dinu die sigaret na sigaret opsteekt. Na aandringen bij zijn werkgever hoefde hij zijn woonplek niet te verlaten. Maar sinds hij niet meer werkt, heeft hij geen zorgverzekering meer. „Ik wil niet zielig worden gevonden, maar dit is best een probleem.”

De Portugese Marcus in zijn Chalet in Kaatsheuvel. Foto Merlin Daleman

Terug naar zijn thuisland kan hij niet, want Roemenië heeft alle grenzen gesloten. Met dat probleem kampen veel arbeidsmigranten. Als de grenzen al open zijn moeten ze vaak twee weken in quarantaine. Als ze daarvoor geen apart huisje regelen, dan moet de familie vaak ook in quarantaine. En dat kan ten koste gaan van het werk van familieleden.

Volle bussen in het Duitse Weeze

Net over de grens in Duitsland, bij vliegveld Weeze, staan een tiental oude barakken van een voormalige kazerne. Bewoond door honderden arbeidsmigranten, die veelal in Nederland werken. Aan de busjes en de T-shirts die mensen dragen is te zien dat de meesten werken voor uitzendbureau Cova-Job.

Eerder deze maand kregen 38 medewerkers van het uitzendbureau 390 euro boete, omdat ze met te veel mensen in een touringcar zaten. Cova-Job zei dat er sprake was van een interne fout, de mensen hadden in twee bussen moeten worden vervoerd. Ook zegde Cova-Job toe de boete te zullen betalen.

Het interieur van een voormalige barak in het Duitse Weeze. Hier wonen arbeidsmigranten die werken in Nederland. Foto Merlin Daleman

Voor de barakken in Weeze rijden leaseauto’s, busjes en touringcars af en aan. In de touringcars dragen de mensen mondkapjes en hangt folie tussen de zittingen. Uit één van de drie bussen met Nederlandse kentekens die NRC mensen zag vervoeren, stapten uit zeker vijfentwintig mensen. Passagiers zaten naast elkaar. Volgens de coronarichtlijn van het Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) moeten mensen anderhalve meter afstand houden in een bus en mogen touringcars maximaal 18 mensen vervoeren. Ook in Duitsland geldt de anderhalvemeterregel.

Voor de gebouwen van de kazerne staan borden met voorschriften in verschillende talen. Langs de kant van de weg is aangegeven waar mensen met afstand op de bus moeten wachten. Bij de ingang van een barak ligt desinfecteermiddel en ook binnen dragen mensen mondkapjes. Maar per etage delen de bewoners één keuken met een tiental kamers, evenals de wc’s en douches. De meeste mensen slapen in stapelbedden met z’n tweeën in een kamer. Afstand houden is lastig.

Lees ook: Hoe Oost-Europese migranten worden uitgebuit in Nederland

Even verderop staat een opgeknapt gebouw. Hier heeft de Portugese David (24) een eigen kamer die op slot kan. De keuken en het sanitair deelt hij met twee anderen. „Het is de beste locatie waar ik heb geslapen”, zegt hij. „Maar dit is wel een uitzondering op de andere shit-plekken.” Het afgelopen jaar verbleef hij op maar liefst zes locaties. De laatste was in een huisje met zeven anderen op vakantiepark de Katjeskelder bij Oosterhout. „Daar voelde ik me onveilig door corona”, zegt de astmapatiënt die daar vertrok.

David dacht dat Nederland een „paradijs” was voor werk, vanwege de „goede wetten”. Maar sinds hij hier is, vindt hij het een „nepparadijs”, waar zelfs tijdens de coronacrisis nauwelijks naar arbeidsmigranten wordt omgekeken. David: „We zijn in Nederland, maar bestaan niet.”

Uitzendbureaus Cova-Job (gemiddeld 800 uitzendkrachten per dag) en Hobij (jaarlijks 10.000 uitzendkrachten) zeggen hun werknemers uitgebreid te hebben geïnformeerd met posters en via de mail. Ook worden maatregelen genomen op de woonlocaties en in het vervoer conform de RIVM-richtlijnen. Hobij zegt dat niemand de woning hoeft te verlaten bij het einde van een baan. Volgens Cova-Job zijn de werkgevers, die hun uitzendkrachten inhuren, verantwoordelijk voor de maatregelen op de werklocatie. Uitzendbureau Interkosmos reageerde niet op vragen van NRC.