De houtduif zwemt zonder poeha

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: de waterliefde van houtduiven.

Foto Getty Images

De AW-liefde voor houtduiven ging indertijd zover dat het de dieren werd toegestaan in het openstaande keukenraam te nestelen. Hun diepe gekoer, dat al voor zonsopgang begon, galmde door het hele huis. Toen de dieren eind september, nadat zij drie maal twee jongen hadden grootgebracht, hun nest verlieten, trok een eindeloze stoet mijten het huis in.

Later is een plek op het balkon vrijgemaakt die beide partijen beter beviel. In het keukenraam werd de afstand tussen mens en vogel vaak zó klein dat de dieren er zenuwachtig van werden. Je zag het aan de pupilvernauwing, het geslik en het geschuifel met hun poten.

Er is veel van geleerd: dat mannetje en vrouwtje om beurten broeden, dat de broeddrang zo hevig kan zijn dat de een de ander niet van het nest krijgt, dat ze na het uitkomen van de eieren de eischalen wegbrengen en dat ze de jongen voeren met voedsel dat in de krop verzameld was. De jongen nemen het rechtstreeks uit de krop tot zich zodat je nooit te zien krijgt wat het was. Vroeg of laat worden de jongen ’s nachts alleen gelaten en kort daarop komen de vliegoefeningen. Dan opeens zijn ze weg. Voor je het weet liggen er weer nieuwe eieren.

Dit was lang geleden. Er wordt niet langer dicht bij huis gebroed maar er is een zeker vertrouwen blijven bestaan. Houtduiven bezoeken het balkon nog geregeld, de laatste jaren vooral omdat daar ondiepe bakken met water staan. Daaruit wordt gedronken en daarin wordt gebadderd. Niet alleen door de houtduiven, trouwens, maar ook door mezen, merels, een heggemus, wat Vlaamse gaaien en een enkele ekster. De vriendelijke stadsduiven zie je er niet, die worden door de houtduiven weggehouden. Ze liggen elkaar niet.

Een zeldzaam kunstje

Stadsduiven, verre nazaten van rotsduiven, weten niet hoe ze een nest in een boom moeten maken. De nesten die ze onder bruggen bouwen hangen van poep aan elkaar en je zou zweren dat houtduiven daar een oordeel over hebben.

Toch hebben de twee meer gemeen dan ze misschien zelf denken. Zo beheersen ze een kunstje dat tamelijk zeldzaam is in het vogelrijk: ze kunnen water drinken zonder daarbij steeds opnieuw het hoofd in de nek te hoeven leggen, zoals een kip dat doet. Of een ekster of een Vlaamse gaai. Dip-and-tilt. De houtduiven zuigen het water gewoon omhoog, ze laten het vele malen per dag zien. Sucking, heet dit.

Houtduiven houden van water, de vele opnamen van hun omstandig gebadder laten het zien. De duiven op het AW-balkon gaan soms zelfs een uurtje tot aan hun middel in het water zitten en lijken dan in een soort trance te raken. Over het waarom kom je niets te weten, zoals Google Scholar in alle talen zwijgt over die andere eigenaardigheid van de vogels: om af en toe een stukje te gaan zwemmen. Houtduiven landen als meeuwen op het water en kunnen daaruit ook weer moeiteloos opstijgen. Het zwemmen zelf, dat maar kort duurt, gaat een beetje onbeholpen omdat ze geen zwempoten hebben, maar dat maakt het niet minder bijzonder. Er wordt gezwommen in vijvers en zwembaden en wat er maar is. De dieren maken er geen poeha van.

Ja, de houtduiven poepen ook op het balkon, dat valt niet te ontkennen. Het is geen pretje, maar eind maart was er toch een aardige verrassing. Opeens was de duivenpoep zomaar prachtig roze-paars van kleur, het deed denken aan de kleur van de vogelpoep die je in de late zomer ziet, als vlierbessen en bramen en andere paarse vruchten rijp zijn.

Houtduivenpoep eind maart. Foto Karel Knip

Gratis delicatesse

Maar in maart zijn er geen rijpe paarse vruchten, je mag blij zijn als er hier en daar een boom in bloei staat. Waar kwam dit paars vandaan? Daar is van AW-wege lang over nagedacht.

Wat houtduiven zoal eten is goed onderzocht. De dieren worden op veel plaatsen geschoten (als schadelijk wild of als gratis delicatesse) en biologen mogen dan soms de krop uit de kadavers snijden om de inhoud te analyseren. Zo verliep Iers onderzoek dat in Bird Study (2013) werd gepubliceerd. Sympathieker maar tijdrovender is de aanpak die werd gekozen voor het boek Birds and Berries van Barbara en David Snow (1988). Je kunt de duiven ook tijdens het foerageren observeren en turven wat ze naar binnen werken. De vogels laten zich goed zien.

Houtduivenpoep begin april. Foto Karel Knip

De beide bronnen komen tot dezelfde conclusie: tussen januari en april eten houtduiven vooral bessen van klimop (Hedera helix). Klimop bloeit in de herfst en de donkerblauwe bessen zijn vaak pas in januari rijp. Vast staat dat de kleur van de bessen in de duivendarm behouden blijft. Het knalwitte urinezuur in de uitwerpselen kleurt het paars soms wat roze.

Dus toch bessen? Als dat waar zou zijn zou je de zaden van de klimopbessen in de poep moeten terugvinden. Maar dat bleek niet het geval. In de paarse keutels die na een paar uur weken in een soepbord werden uitgeplozen kwam geen zaad tevoorschijn. Dus toch weer niet? Het zit misschien anders: de duiven verteren de zaden, schreven de Snows in 1988. „Wij zagen nooit zaden.” Maar ze gaven toe: anderen wel. Het moest nog beter onderzocht worden, vonden ze.