‘De hele week in elkaars space, dat is wel wennen’

Spitsuur Architect Bo Kristiaan Janssen (37) en textielontwerper Rosan van Boven (31) kennen elkaar een klein half jaar. Ze wonen in coronatijd wisselend bij elkaar. „We hebben elkaars familie nog niet ontmoet.”

Foto’s David Galjaard

Bo: „We zitten het weekend in Rotterdam maar we hebben net de hele week in Arnhem gezeten. Rosan heeft daar een huisje met een binnenplaatsje en dat is totaal van de wereld afgesloten. Rosan gaat de deur uit en als ze aan het einde van de dag terugkomt, zit ik daar nog steeds, haha. Echt quarantaine.”

Rosan: „De helft van het bedrijf zit thuis. Wij ontwerpen nu de nieuwe wintercollectie, daar hebben we toch ook het archief voor nodig. De vergaderingen zijn wel vreemd: iedereen zit op anderhalve meter afstand van elkaar en draagt mondkapjes. Wij ontwerpen stoffen, linnen vooral, voor de mode-industrie.”

Bo: „Wij hebben elkaar leren kennen in december. In korte tijd hebben we elkaar vrij veel gezien. Eind januari kwam corona meer in het nieuws. We hadden het er al grappend over: als we straks in quarantaine gaan, doen we dat wel samen he? De avond voordat het RIVM zei dat alle bijeenkomsten moesten worden afgelast, zijn we nog naar een borrel van vrienden gegaan. De volgende dag zijn we bitterballen gaan eten in hotel New York en bier gaan drinken.

„Toen ik niet meer met de trein kon komen, ben je mij komen halen met de auto. Ik heb mijn spullen gepakt voor een week en daarna zijn we teruggereden voor meer. Ik werk op de laptop vanuit huis. Eerst werkten er een paar freelancers met me. Dat is nu even gestopt. Ik werk nu veel met particulieren en dat werk gaat gewoon door. Aannemers worden weer goedkoper in een crisis, dus misschien neemt het werk zelfs toe.”

Vakantiegevoel

Rosan: „Half acht worden we wakker. Bo haalt elke ochtend een croissantje, gewoon bij de Appie.”

Bo: „Er is geen kip als je ’s ochtends gaat.”

Rosan: „Dat geeft wel heel erg een vakantiegevoel. Daarna ga ik naar mijn werk.”

Bo: „Ik ga achter mijn computer zitten. Dan maak ik lunch. Tussendoor ga ik wel weer even naar de supermarkt. In Arnhem is de Albert Heijn helemaal top, in Rotterdam kon ik in het begin bijna geen paperclip meer kopen.”

Rosan: „Arnhemmers zijn nuchterder.”

Bo: „Ik had op een gegeven moment geen wc-papier meer. Toen heb ik Rosan gevraagd om een paar rollen mee te nemen.”

Rosan: „Ik bekijk heel veel draadjes overdag. Ik heb het geluk dat de fabrieken in China weer draaien. Speciale coatings worden vaak in Italië gedaan en dat ligt wel stil. Ik ben afgelopen februari begonnen met het afgaan van de beurzen in Parijs om ideeën op te doen voor mijn nieuwe collectie. Alle informatie die we daar hebben verzameld, is niet meer bruikbaar. Wat willen mensen dragen na corona?”

Bo: „Ik maak tekeningen, schrijf proposities. Samen met, onder anderen, mijn broertje [Torre Florim van Nederlandse band De Staat] kon ik met de renovatie van het oude poppodium Doornroosje beginnen, daar komt een broedplaats in voor muzikanten. Voor de coronacrisis heb ik er bewust voor gekozen me te richten op de cultuursector. Die ligt nu helemaal op zijn gat, helaas. Ik maak me niet echt zorgen, we moeten gewoon omarmen waar we mee bezig zijn.

„Zelf speel ik helemaal niks. Ik heb vroeger nog een gitaar geruild met mijn broertje voor een cd van Rage Against The Machine. Hij leerde zichzelf meteen heel goed gitaar spelen, dus toen wist ik ook: ik kan beter iets anders gaan doen, voor mij wordt dit niets.”

Groningen

Rosan: „We kennen elkaar via datingapp Happn.”

Bo: „Ik reed met de trein door Arnhem.”

Rosan: „Ik heb de app waarschijnlijk pas weer geopend toen ik aankwam bij familie in Groningen. Dat is leuk, dacht ik, iemand uit Groningen! Maar dat bleek dus helemaal niet zo te zijn.”

Bo: „Dat vond ik hilarisch. Zij vond Rotterdam te ver. Ik ben nu mijn hele huis aan het verbouwen, zei ze, ik zie je over een half jaar. Twee weken later kwam ze terug.”

Rosan: „Haha ja, we waren beton aan het storten. Nou heb ik wel tijd voor een kopje koffie, dacht ik toen. Inmiddels hebben we een paar weken op proef samengewoond. We zaten de hele week in elkaars space, dat was wel even wennen.”

Bo: „Vooral voor haar, want ik zat in haar space. Maar dat ging eigenlijk prima.”

Rosan: „Ik ben zo gewend om alles alleen te doen. Maar dan ontdek je dat het toch wel leuker is samen.”

Bubbel

Bo: „De avonden zijn heel leuk. Ik kook altijd.”

Rosan: „Ik doe helemaal niks meer, haha.”

Bo: „Ik doe overdag boodschappen. Het schijnt dat zij ook prima kan koken, maar ik heb het nog nooit geproefd. We trekken een fles wijn open en zetten de avond pratend voort op de bank. We hebben misschien twee keer Netflix aan gehad.”

Rosan: „Op dinsdag, woensdag en vrijdag ga ik nog naar mijn paard. Wedstrijden kunnen niet meer, maar we mogen wel naar de manege om te trainen.”

Bo: „Ik blijk allergisch voor paarden, ik krijg tranende ogen als ze thuiskomt.”

Rosan: „We hebben ook een keer een wandeling gemaakt, spelletjes gespeeld. Het is heel minimalistisch, maar heel gezellig.”

Bo: „Rosan is om acht uur thuis en dan is het al snel tijd voor bed, haha. Het zou ook wel leuk zijn om weer een keer uit eten te gaan of bier te drinken met vrienden, maar echt missen doe ik het nog niet. We kennen elkaar net, dat scheelt. Elk moment is nog spannend.”

Rosan: „Het was anders wel minder snel gegaan. Door corona is het in een stroomversnelling terechtgekomen.”

Bo: „Ik heb de afgelopen weken nog geen enkel moment gehad dat ik naar huis wilde of alleen wilde zijn. Maar goed. ik zit overdag natuurlijk ook al de hele dag alleen.”

Rosan: „Het is alsof je met zijn tweeën in een bubbel zit.”

Bo: „We zijn gewoon met vakantie.”

Rosan: „Wij hebben elkaars familie nog helemaal niet ontmoet, dat is wel gek. We doen alles in omgekeerde volgorde.”

Bo: „Familie en vrienden zijn nu toch wel heel benieuwd.”