Reportage

De fase nu: een lappendeken van vuistregels

Gedragswetenschap Versoepeling van coronamaatregelen leidt tot twijfel en ruis. Langs, op gepaste afstand, bij de RIVM-gedragsunit.

Aanwijzingen in het Duits en Nederlands in een winkelstraat in het centrum van Venlo, waar grote aantallen Duitsers met Hemelvaart traditioneel de grens oversteken om te winkelen.
Aanwijzingen in het Duits en Nederlands in een winkelstraat in het centrum van Venlo, waar grote aantallen Duitsers met Hemelvaart traditioneel de grens oversteken om te winkelen. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Het coronaregime minder knellend maken maar wél het draagvlak ervoor behouden. Dat is de evenwichtskunst die premier Rutte en minister De Jonge moeten uitvoeren nu de onvrede over de maatregelen groeit.

Zo protesteerden deze week horecaondernemers luidruchtig omdat ze naast de omzet van het Pinksterweekend vissen. Hun pogingen de openingsdatum van 1 juni te vervroegen tot vóór Hemelvaart waren tevergeefs. Maar daar staat sinds dinsdag tegenover dat ze bij het maximum aantal van dertig mensen personeel nu niet meer hoeven mee te rekenen.

En dat huisgenoten in cafés en restaurants geen 1,5 meter afstand hoeven te houden, maakt de logistiek ook eenvoudiger. Al is het weer de vraag hoe (en of) een caféhouder gaat uitzoeken wie echt huisgenoten zijn.

Via zulke repressief-tolerante tweaks hoopt het kabinet sinds enkele weken de teugels net genoeg te kunnen vieren. „In het begin was er een simpele richtlijn”, zegt Reint Jan Renes, gedragspsycholoog en lid van de Gedragsunit, een groep wetenschappers die vanuit het RIVM de Rijksoverheid bijstaat. Maar het directieve, eenduidige ‘blijf thuis’ maakt nu plaats voor „complexe adviezen waarbij mensen op diverse niveaus zelf keuzes moeten maken die niet exact zijn voorgeschreven”.

Neem de kapper die wél mag werken en níet op de kleinkinderen mag passen

In een nagenoeg uitgestorven RIVM in Bilthoven vertellen Renes en zijn naaste collega’s in de unit – Mariken Leurs, hoofd van het Centrum Gezondheid en Maatschappij bij het RIVM, en hoogleraar gezondheidspsychologie Marijn de Bruin – over hun werk: advies bij vereiste gedragsveranderingen en de communicatie daarover, en wetenschappelijk onderzoek. Voor dat laatste kunnen ze ook een beroep doen op een adviesraad van vijftien hoogleraren psychologie en gedragswetenschappen die sinds eind maart stand-by zijn.

De unit is ook medeverantwoordelijk voor de landelijke peiling naar ‘gedrag en welbevinden’, die nu twee keer is uitgevoerd en waarvan de jongste resultaten vrijdag werden gepubliceerd. Ze laten onder meer zien dat afstand houden steeds meer moeite kost.

Lees ook: RIVM: afstand houden lukt steeds minder goed

In de nieuwe fase van de crisis ontstaat ruis, ruimte voor twijfel en eigen interpretaties. En komen inconsistenties aan het licht. Neem de kapster die nu wel aan het werk mag, maar niet op haar kleinkinderen mag passen. Of de bewoners van een studentenhuis die wel samen in de tuin mogen zitten (‘huishouden’), maar niet op de stoep (‘samenscholing’). Of wie weet mag het toch, gezien Ruttes uitspraak dat „met vier of vijf mensen in een park zitten” geen probleem meer is, mits op afstand?

Handen wassen: een studie

Intussen is er ook een zekere maatregelmoeheid onder burgers. Niet voor niets beginnen de persconferenties steevast met inclusieve geluiden, complimenten aan de samenleving als geheel: dat we de versoepeling „zelf [hebben] verdiend” (Rutte) door ons aan de „afspraken” te houden, en dat we er „met elkaar” voor hebben gezorgd dat we nu „het virus op de hielen zitten” (De Jonge). En natuurlijk hebben we dat niet als makke schapen gedaan; het is goed dat we hier „onze mening geven”.

De mantra blijft: handenwassen en afstand houden. Daar is breed draagvlak voor, blijkt uit RIVM-peilingen. De Gedragsunit ontdekte echter iets opvallends: vrijwel iedereen zegt te doen aan handenwassen, maar dat ligt veel genuanceerder. Slechts twee op de drie mensen doen het naar eigen zeggen gedurende die aanbevolen twintig seconden. Handenwassen na wc-bezoek of als je thuiskomt nadat je in de bus hebt gezeten is voor de meesten vanzelfsprekend. Maar voordat je naar buiten gaat of als je bij iemand thuiskomt, zou het ook moeten, maar gebeurt het veel minder. Dat vraagt dus om uitgebreider advies dan alleen „vaker handenwassen”.

Of neem die 1,5 meter: in huis en op straat houden mensen zich er (nog) relatief eenvoudig aan, maar in de supermarkt of op het werk blijkt het moeilijker, fysiek en psychologisch.

„In verschillende omstandigheden voelt die 1,5 meter anders”, zegt Renes. „Het betekent ook dat de basisregels tegen virusverspreiding onder druk komen te staan juist op plaatsen waar het nu misschien nog vrij rustig is maar waar het door de versoepeling drukker wordt.”

En niet alles is in een protocol te gieten. Het gaat er dus om vuistregels te bedenken, „als verkeersregels op de snelweg waarbinnen iedereen eigen beslissingen kan nemen en het aantal ongelukken beperkt blijft”.

Foto Robin Utrecht
Cirkels helpen bij het afstand houden, Hemelvaartsdag in het Het Park in Rotterdam.
Foto Robin Utrecht
Cirkels helpen bij het afstand houden. Hemelvaartsdag in Het Park in Rotterdam.
Foto’s Robin Utrecht

Eenrichtingsverkeer

Misschien heeft het zin om in elke stad eenrichtingverkeer voor voetgangers in te voeren, zodat je elkaar niet op de stoep passeert – sommige steden experimenteren ermee. Maar het is geen universele oplossing.

Veel problemen hebben bovendien „geen simpele oplossing”, zegt Mariken Leurs. „Neem de toenemende drukte in tram, trein of bus. Om het openbaar vervoer te helpen ontlasten zou je winkels pas om tien uur ’s ochtends kunnen laten openen. Maar dat betekent dat op een later tijdstip meer mensen tegelijk in de winkels zijn. Dan lijken ruimere openingstijden juist logischer. Maar dat is economisch weer moeilijk: dan moet je personeel langer doorbetalen.”

In sommige landen is gedragswetenschap al langer een zichtbaar beleidsinstrument. Het Britse Behavorial Insights Team (BIT), ook bekend als ‘Nudge Unit’, heeft een grote reputatie. Zo verdubbelde het aantal tijdige betalingen na het sturen van een sms naar mensen met uitstaande boetes. Het BIT maakt nu werk van gedrag rond Covid-19.

In Den Haag was gedragswetenschap al informeler ingebed. De Gedragsunit plus adviesraad was eind maart binnen twee dagen formeel opgetuigd. België doet iets soortgelijks, waarbij de communicatie („motiveren werkt beter dan moetiveren” tijdens deze „volksmarathon”) overigens iets vrolijker lijkt.

De Gedragsunit „zet nu vol in” op onderzoek naar ‘subgroepen’, zegt Marijn de Bruin. Laaggeletterden, mensen met een migratie-achtergrond of met een kwetsbare gezondheid ervaren de situatie en regels wellicht anders.

Interview met Rapper Boef: ‘Uiteindelijk ben ik een zakenman. Ik kan niet eten van respect’

Moeilijk bereikbare jongeren

Hetzelfde geldt voor jongeren, die moeilijk bereikbaar heten te zijn. Dus hielpen de gedragswetenschappers bij filmpjes met rapper Boef. Hij praat daarin met een jongen die hersteld is na erg ziek te zijn geweest (boodschap: jongeren zijn niet onkwetsbaar voor corona) en ‘interviewde’ hij een RIVM-medewerker over complottheorieën („In landen zonder 5G is óók corona, dus er is geen verband”).

Wetenschappelijk is deze crisis intussen ook heel interessant, zeggen de drie. Theoretische modellen – bijvoorbeeld over wat angstgevoelens zeggen over de vraag hoe lang mensen maatregelen volhouden – blijken in de praktijk echt bruikbaar. De Bruin is nieuwsgierig naar wat er in de plaats komt voor oude rituelen – krijgt elk huis nu een fonteintje naast de voordeur? En, zegt Leurs, „het staat in geen voorschrift, maar met het handenschudden is óók het drie keer zoenen afgeschaft. Dat zie ik niet snel terugkomen. En daar zal niet iedereen rouwig om zijn.”