Reportage

Coronacrisis in de winkelstraat: klanten kopen nu chocola om de patissier te troosten

Winkelstraat Deventer Corona is een ramp voor winkelgebieden. Zaken die open zijn gebleven, trekken nauwelijks klanten. In Deventer bieden horeca en detaillisten de problemen samen het hoofd.

Patisserie Rubia van Cynthia van der Giessen is begin april geopend, toen de coronacrisis net begonnen was.
Patisserie Rubia van Cynthia van der Giessen is begin april geopend, toen de coronacrisis net begonnen was. Foto Bram Petraeus

Wanneer een platenaficionado vóór jou letter voor letter door de bakken aan het struinen is, moet je tegenwoordig niet nét naar een album van ZZ Top op zoek zijn. Dan moet je wachten tot je medebezoeker in platenzaak Plato uitgestruind is. In de lange smalle ruimte kun je elkaar niet passeren zonder elkaar aan te raken.

„Ja, het is een pijpenlaatje, die winkel van ons”, lacht filiaalhouder Bert Dijkman (57) zuinig. Het formaat maakt zijn zaak voor klanten charmant én houdt de huur betaalbaar. „Maar die coronaregels zijn hier natuurlijk nauwelijks te handhaven.”

Toch waren er in de eerste weken van de lockdown dagen dat Dijkman ervan droomde dat hij weer eens tegen de ruimtelijke beperkingen van zijn zaak zou aanlopen. „Het was totáál uitgestorven. Op straat en dus ook in de winkel.” Op hun beste dag, de zaterdag, lag de omzet vijf keer zo laag als normaal.

Wie op zoek is naar winkeliersdrama’s, hoeft in het winkelhart van Deventer niet ver te zoeken. Net nu de strijd tegen leegstand zijn vruchten begon af te werpen – die nam af van 15 procent in 2015 tot 8 procent in 2018 – springen de bordjes met ‘te huur’ en ‘te koop’ opnieuw in het oog.

Winkeliers in de binnenstad die het failliet van klantentrekker V&D en de meedogenloze opmars van de grote webwinkels hadden overleefd, leken half maart toch knock-out in de touwen te hangen.

Op een zonnige voorjaarsochtend, eind maart, waren moedeloze boekhandelaars te zien, van veelgeprezen antiquariaten die de faam van Deventer als ‘boekenstad’ hoog houden. Bakken vol boeken stonden op de stoep. Klanten mochten ze meenemen voor een bedrag dat ze zelf in een envelop door de brievenbus mochten gooien. Maar zou je zonder betalen met een stapel boeken zijn weggelopen, dan was er geen winkelier in de buurt geweest om je te betrappen.

Bijna alle winkels hebben het door corona moeilijk, maar voor kledingwinkels is het probleem extra nijpend: De kledingvoorraad raakt over datum

Taartjes en bonbons

In dit decor liep die weken ook patissier Cynthia van der Giessen (25) naar de zaak die ze sinds kort de hare mocht noemen. Drie jaar had ze gezocht naar de plek waar ze haar luxe patisserie kon realiseren. „Ieder pand wees ik af. Tot dit vrijkwam.”

Haar oog viel op een grote, hoge ruimte in de chicste hoek van de stad, vlakbij de restaurants op horecaplein Kleine Poot. Daar zou ze haar winkel met een ‘kleinschalige horecafunctie’ kunnen combineren én groepen ontvangen voor workshops.

Sinds Kerst vorig jaar werkt ze iedere dag aan de verbouwing en de inrichting. Hier een nieuw wandje, daar een decoratieve garde. De keuken in het midden, voor het maken van de taartjes. Bonbons zouden als kunstwerkjes worden geëxposeerd om bezoekers te verleiden.

Echt iedereen die iets afrekent, begint erover dat het zo sneu voor me is

Cynthia van der Giessen patisserie Rubia

Op 1 april, net op tijd voor Pasen, zou patisserie Rubia de deuren openen. De bestelde vitrines stonden nog vast in Italië, maar verder was ze er klaar voor. Er zou natuurlijk een groot feest zijn voor vrienden en familie, met veel chocola. Het kwam er niet van.

De kopjes koffie met iets lekkers zouden de helft van haar omzet moeten zijn, maar de tafels om die te nuttigen moest ze direct na de opening weer opbergen. Nu komen klanten mondjesmaat langs om snel een doosje chocola te halen. Om háár te troosten, in plaats van andersom, zoals de bedoeling is van een patisserie. „Echt iedereen die iets afrekent, begint erover dat het zo sneu voor me is.”

Ook sneu: omdat ze nog geen omzet kan tonen, maakt Van der Giessen op geen enkele regeling aanspraak. Ze heeft haar hoop gevestigd op het moment dat ze weer kopjes koffie mag serveren.

Eigenaar Kristianne Dijkstra van kleding- en cadeauzaak Hoge Ramen ging in de eerste coronaweken niet zonder „pot pillen” naar bed.

Foto Bram Petraeus

Pop-upstores overleefd

Binnenstadveteraan Kristianne Dijkstra (53), al 33 jaar eigenaar van kleding- en cadeauzaak Hoge Ramen, ging in die eerste weken niet zonder „pot pillen” naar bed. „Toen ik hier begon, was de Kleine Overstraat een no-goarea waar uitgaanspubliek ’s nachts shoarma kwam halen en met elkaar op de vuist ging. Ik heb sindsdien de ‘Oil & Vinegar-hype’ overleefd – dat iedereen ineens olijfolie uit een vat wilde tappen, ik heb de pop-upstores en de conceptstores zien komen en gaan. Maar dit is echt iets anders.”

Met name de zorgen om haar zeven medewerkers werden haar bijna te veel. „Januari, februari, maart, dat zijn de investeringsmaanden. Je koopt voor een jaar aan voorraad in en nét toen de goede maanden zouden beginnen, stortte de hele boel in elkaar.”

Haar medewerkers kregen haar weer op de been. „Die kwamen gewoon naar de winkel toe, zelfs al verkochten we maar één ansichtkaart op een dag. We dronken in die eerste dagen eindeloos koffie, gingen dan even wat doen en vonden dat het daarna al weer snel tijd voor lunch. Het was eigenlijk reuzegezellig.” Net als in veel andere winkels besloot het team tot een grote schoonmaak. Zelfs de vloeren werden opnieuw gesaust.

Intussen zat medewerker Claudia Bouwmeester (32) hele dagen zoveel mogelijk nieuwe producten toe te voegen aan de webshop. Ze liet het team nieuw gearriveerde kledingstukken aantrekken en hen op straat fotograferen voor Instagram. Bouwmeester: „Onze klanten willen onze kleding toch even bij iemand aan zien. En dan niet bij een model in zo’n gestileerde foto van het merk.”

Wat eerst een bedreiging leek en de afgelopen jaren niet meer dan een leuke bijverdienste, blijkt nu de redding van de winkel. „We verdelen de verkochte producten onderling en gaan zoveel mogelijk bij onze klanten langs. En bij iedere bestelling een kaartje met wat hartelijks erop. Want ik vind: de webshopervaring moet precies hetzelfde zijn als die in de winkel zelf. En onze klanten waarderen het zó.”

De webshop zorgt nu voor een derde van de inkomsten. Eerder was dat nooit meer dan 10 procent.

In de smalle platenzaak Plato zjin de coronaregels „te handhaven”, zegt filiaalhouder Bert Dijkman.

Foto Bram Petraeus

Leven in de straten

Traiteur Pasta Fresca deed nooit aan thuisbezorgen, maar ziet nu hoe de bestellingen een belangrijk deel van de terugval in inkomsten uit de winkel compenseren. „We hadden in maart maar 17 procent omzetverlies”, vertelt eigenares Angela Lankhorst. „Terwijl je ten minste 20 procent moet hebben om in aanmerking te komen voor loonkostencompensatie vanuit de overheid.”

Het enige wat haar frustreert is dat andere ondernemers de deur de eerste weken van de lockdown gesloten hielden om voor overheidssteun in aanmerking te komen. „We zijn met elkaar verantwoordelijk dat er een béétje leven in de straten blijft.”

Juist door dit soort verhalen loopt binnenstadsmanager Peter Brouwer driftig zwaaiend naar ‘zijn’ ondernemers en trots als een pauw door Deventer. „Afgelopen zaterdag was het op sommige plekken in de stad alweer zó druk dat we ’m even begonnen te knijpen.” Vergis je niet, zegt hij meermaals, „ik heb de afgelopen maanden om de tafel gezeten met ondernemers in tranen. Mensen die het werk van een heel leven in gevaar zagen komen.”

Brouwer prijst de veerkracht van ‘zijn’ ondernemers. „Op zondag 15 maart, om vijf over half zes, toen wisten we: dit wordt lastiger dan alles wat we ooit met elkaar hebben meegemaakt. Maar 48 uur later hadden we al een website staan, ‘Bezorgen in Deventer’, met meer dan honderd winkels en restaurants. We konden direct de terrasmeubels centraal opslaan en lieten voor op straat posters en stickers drukken met de coronaregels.”

Op de verslagenheid en gelatenheid volgde volgens hem betrekkelijk snel vastberadenheid. Het geheim, volgens Brouwer: „We zijn onszelf al in 2015 als één grote winkel gaan beschouwen. Met 600 ondernemers, 6.000 medewerkers en 300.000 bezoekers op één vierkante kilometer.” Pandeigenaren, ondernemers, provincie en gemeente storten sindsdien allemaal een vast bedrag in een pot; jaarlijks samen 2,5 miljoen euro. In principe wordt dit geld ieder jaar opgemaakt.

Met dit geld zorgt Brouwer – die na een loopbaan bij Yves Rocher, AKO en Bruna werd aangezocht om in de stad van zijn jeugd de teloorgang van de binnenstad te keren – dat het centrum er aantrekkelijk uitziet en organiseert hij evenementen zoals de Modedagen. Die zullen overigens dit jaar online plaatsvinden.

Dit jaar wordt nog meer geld anders besteed. „We laten ondernemers samen online cursussen volgen, bijvoorbeeld om een webshop te leren draaien. Veranderingen die normaal wel vijf jaar kosten, lukken nu in enkele maanden.”

Terrassen open

De samenwerking uit zich op meer fronten. Eerder deze maand begon Deventer te experimenteren met terrassen op de Brink. Niet alleen de rand, maar het hele plein kwam nu vol tafels en stoelen te staan, en er kwamen centrale afgiftepunten voor de consumpties. ‘Proefzitters’ mochten het proberen. De burgemeester van Deventer zei dat de terrassen wat hem betreft wel weer open mochten.

Bij kleding- en cadeauzaak Hoge Ramen kijken ze reikhalzend uit naar 1 juni, de dag dat de horeca weer open mag. Want in de Overstraten die de Brink met de rest van het winkelhart verbinden is het nog altijd érg rustig en horeca brengt de loop pas echt op gang. Eigenaar Kristianne Dijkstra: „Ik hoop wel dat we met zijn allen nog even wachten met de sale, of zelfs besluiten de sale dit jaar helemaal uit te stellen.”

Dat ziet binnenstadmanager Brouwer dan weer niet zo snel gebeuren: „Ik snap de vraag heel goed, maar we blijven een land van koopjesjagers. En we concurreren niet alleen met elkaar hier in Deventer, maar via internet met de hele wereld. In theorie zullen veel klanten de zaak willen steunen door buiten de sale te kopen, maar in de praktijk maakt uitverkoop van klanten toch weke diertjes.”

Twee maanden na het begin van de lente kijken de meeste ondernemers weer iets optimistischer naar de toekomst. Ook bij platenzaak Plato, waar het op sommige dagen met de bestellingen al „een gekkenhuis” was. Al merkt filiaalhouder Dijkman dat zijn klanten eenmaal in de zaak wel érg doelgericht te werk gaan. „Ze weten precies wat ze willen hebben en gaan daarna snel weer weg. Het echte struinen door de bakken of het kletsen over nieuwe releases, dat is er voorlopig niet meer bij.”