Analyse

China stelt geen groeidoel vast voor dit jaar

Economische groei Door het coronavirus is het economische klimaat ongekend slecht. De „onzekerheid” is te groot voor een voorspelling.

Een handelaar in Guangzhou. China legt grote nadruk op stimulering van de binnenlandse consumptie om de economie er weer bovenop te helpen.
Een handelaar in Guangzhou. China legt grote nadruk op stimulering van de binnenlandse consumptie om de economie er weer bovenop te helpen. Foto Alex Plavevski/EPA

China stelt dit jaar voor het eerst sinds 1990 geen officieel groeipercentage vast voor de Chinese economie. Premier Li Keqiang zei vrijdag bij de opening van het jaarlijkse Volkscongres in Beijing dat „de grote onzekerheid rondom de Covid-19-pandemie en het internationale economische en handelsklimaat” zo’n voorspelling te onzeker maken.

Normaal maakt de premier behalve de groei over het afgelopen jaar – 6,1 procent in 2019 – ook de verwachte groei voor het lopende jaar bekend. Dat streefcijfer blijkt dan aan het eind van het jaar vaak nog iets overtroffen. In het eerste kwartaal van 2020 kromp de economie volgens officiële Chinese cijfers met 6,8 procent. De groei voor heel 2020 komt waarschijnlijk niet uit boven de 3 procent.

Uit het ontbreken van een streefcijfer blijkt niet alleen dat het economische klimaat ongekend slecht is. Li geeft zo ook aan dat China er bij deze crisis niet voor kiest de groei koste wat kost hoog te houden. Tijdens de economische crisis van 2008 deed China dat wel. Toen kwam het land met een uitgebreid pakket aan stimuleringsmaatregelen. Dat is China als een steen op de maag komen te liggen. De economie stabiliseerde wel, maar het geld belandde vooral bij staatsbedrijven. Dat leidde tot geldverslindende projecten die vaak bar weinig economisch rendement opleverden.

Die weg wil China nu niet opnieuw inslaan. Zo verklaarde premier Li bijvoorbeeld dat het nadrukkelijk verboden is om geld dat beschikbaar komt voor de stimulering van plaatselijke economieën te steken in het bouwen van nog imposanter gebouwen voor de lokale overheid.

Lees ook het interview met een jonge Chinese werknemer: Xu is terug op haar werk in Wuhan, maar de argwaan over corona blijft

Speciale obligaties

Het overheidstekort laat China wel verder oplopen. Vorig jaar beliep dat 2,8 procent van het bruto binnenlands product, voor dit jaar mag het boven de 3,6 procent uitkomen. Verder mogen de lokale overheden meer obligaties uitgeven. De staat komt zelf met speciale Covid-19-obligaties ter waarde van 128 miljard euro. Het is de bedoeling dat lokale overheden met het geld dat beschikbaar komt proberen te zorgen dat de lokale werkgelegenheid en de bestaanszekerheid van de bevolking op peil blijven.

Verder legt China grote nadruk op stimulering van de binnenlandse consumptie om de economie er weer bovenop te helpen. Dat is geen gemakkelijke opgave, want juist door het coronavirus en de angst voor een tweede golf zijn veel Chinezen voorlopig zuinig. Daardoor vertonen zowel de binnenlandse consumptie als de investeringen en de exportcijfers een dalende lijn.

China zet niet in op stimulering van de export als hoofdmotor voor de groei

Ook neemt de officiële werkloosheid dit jaar toe. China houdt rekening met 6 procent, tegenover 5,2 procent in 2019. Het land wil 9 miljoen nieuwe banen in de steden creëren – de laagste doelstelling sinds 2013. Officiële werkloosheidscijfers geven overigens maar een heel beperkt beeld, omdat daarbij mensen in los-vaste banen niet worden meegenomen.

China zet niet in op stimulering van de export als hoofdmotor voor de groei. Dat was al langer niet meer zo, maar door de coronacrisis wordt dat het komende jaar nog minder het geval. De hoop is dat de binnenlandse markt sneller zal aantrekken dan de buitenlandse, omdat het virus in China voorlopig beter onder controle is dan in grote delen van de rest van de wereld.

Ziektekosten

Covid-19 maakt stimuleren van de binnenlandse economie nog moeilijker. De sociale zekerheid is slecht geregeld, en ziektekosten kunnen een grote kostenpost vormen. Verzekeringen dekken ziektekosten vaak maar tot een bepaald bedrag. Veel mensen sparen daarom voor grote uitgaven als ziektekosten, een huis en de opleiding van hun kinderen. Overheden proberen de consumptie nu ook te bevorderen door de uitgave van coupons voor de aanschaf van bepaalde producten, maar dat geeft voorlopig een matig resultaat.

Premier Li richt zich in zijn plannen nadrukkelijk op de stimulering van het private midden- en kleinbedrijf. Deze sector is het zwaarst getroffen door de crisis. Het is ook de banenmotor bij uitstek, veel meer dan de inefficiënte staatsbedrijven. Maar juist het mkb heeft slecht toegang tot officiële leningen van staatsbanken, die hun geld nog steeds het liefst naar staatsbedrijven sluizen. Die bedrijven laat de staat immers niet snel omvallen.

Sinds 2008 is de staatssector in de praktijk alleen maar dominanter geworden. De politieke steun voor de Communistische Partij van China is beter gegarandeerd met staatsbedrijven die per definitie trouw zijn aan de Partij dan met private ondernemers en ondernemingen. Nu is het de bedoeling dat grote commerciële banken hun leningen aan het mkb met 40 procent verhogen, en dat ze inning van schulden en uitstaande leningen vertragen om deze bedijven te sparen.