Recensie

Recensie Boeken

Ondanks 400.000 burgers met Surinaamse wortels, neemt de belangstelling voor de voormalige kolonie af

Jan Pronk Als veeljarig minister voor Ontwikkelingssamenwerking was hij als geen ander nauw betrokken bij het regeringsbeleid ten opzichte van Suriname. Over zijn ervaringen schreef Pronk een vuistdik boek.

Paramaribo, 25 november 1975: Onafhankelijkheidsfeest van Suriname.
Paramaribo, 25 november 1975: Onafhankelijkheidsfeest van Suriname. Foto National Fotopersbureau

De tijd dat Suriname voortdurend in de Nederlandse media werd besproken – ook lang na de onafhankelijkheid in 1975 nog veelal als binnenlands nieuws – ligt achter ons. Zo ook de tijd dat het land Chefsache was in de Haagse politiek. Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok vergaloppeerde zich in 2018 door het land als failed state aan te duiden. Dat leverde hier wat rumoer op en Blok bood de Surinaamse regering zijn excuses aan, maar dat was het dan wel. Ondanks het feit dat Nederland zeker 400.000 burgers met (deels) Surinaamse wortels heeft, is de belangstelling voor de voormalige kolonie al lang tanende. Op statelijk niveau staan beide landen ver van elkaar.

Logisch, zou je zeggen. Dat is de bedoeling van dekolonisatie. De wrange ironie is echter dat de verwijdering tussen beide landen vooral te danken is aan een onverwacht fiasco, een bittere erfenis van de in minder dan twee jaar geregelde soevereiniteitsoverdracht die een modeldekolonisatie had moeten zijn. De opkomst van Desi Bouterse, eerst als couppleger, later als wettig gekozen president, zijn verantwoordelijkheid voor moordpartijen en betrokkenheid bij drugshandel en witwaspraktijken ten spijt.

Weinig Nederlandse politici zijn zo bij deze geschiedenis betrokken geweest als Jan Pronk, die driemaal minister voor Ontwikkelingssamenwerking was en ook in allerlei andere hoedanigheden een zwaar stempel drukte op het PvdA- en regeringsbeleid inzake Suriname.

Na een lange, ook internationale carrière heeft Pronk zich aan het schrijven gezet, zoals hijzelf zegt als een vorm van rekenschap afleggen. Hij publiceerde in dit verband al over zijn betrokkenheid bij Rwanda/Congo; op zijn agenda staan nog Indonesië, Bosnië, Soedan, ontwikkelingsbeleid en globalisering. Pronk was, en is, een man met een missie.

Diepe invloed

Dat Suriname voor hem belangrijk is gebleven is niet vreemd, evenmin dat hij de behoefte voelt rekenschap af te leggen. Op geen andere staat ter wereld heeft Nederland zo’n diepe invloed gehad – zeker niet op Indonesië; wel op de Antillen, maar de eilanden hebben zich met succes tegen de onafhankelijkheid verzet. En Pronk is een van de architecten geweest van het Nederlandse dekolonisatiebeleid, dat anders dan in Indonesië in harmonie en onder beloftes van langdurige betrokkenheid vorm moest krijgen.

Inderdaad verliep de soevereiniteitsoverdracht betrekkelijk harmonieus, als een proces aan de onderhandelingstafel. Maar er leefden grote twijfels over de levensvatbaarheid van de republiek Suriname, twijfels die in de volgende decennia niet werden weggenomen. In die context moet de uitspraak van Stef Blok ook worden begrepen – Pronk wijst die overigens verontwaardigd af (‘Blok zei maar wat’) en heeft zeker een argument waar hij wijst op de kwaliteiten van Suriname als multi-etnische samenleving.

Pronk schreef meer dan vijfhonderd bladzijden over deze geschiedenis en vooral ook over zijn betrokkenheid erbij. De eerste helft van het boek beschrijft minutieus de onderhandelingen in 1974 en 1975, de tweede helft de ontwikkelingen tot 2000, en in het bijzonder de opkomst van Bouterse en de cycli van verwijdering en toenadering tussen beide staten – waarbij, onder Bouterse als president, de verwijdering vrijwel onomkeerbaar zou worden. Hij spaart in zijn kritiek het Nederlandse beleid niet. Dat begint al met de Nederlandse betrokkenheid bij de militaire coup in 1980. Zeer terecht fulmineert hij tegen het embargo op de relevante archieven; pas in 2060 (!) zal de precieze toedracht kunnen worden vastgesteld. Onbegrijpelijk.

Deskundig

Suriname. Van wingewest tot natiestaat – het is geen verrassende, wel passende titel, want hoe informatief ook, het vuistdikke boek biedt weinig nieuws. Nauwelijks nieuwe, en zeker geen opzienbarende feiten. Maar evenmin persoonlijke observaties en anekdotes die de geschiedenis kleuren – Pronk doet zijn reputatie recht bijzonder deskundig en gedreven te zijn, maar weinig geïnteresseerd in small talk. Zijn expliciete waardering voor mannen – vrouwen komen in het hele verhaal vrijwel niet voor – als Den Uyl en premier Henck Arron wordt wel uitgesproken, maar ook zij komen nauwelijks tot leven. Het blijft allemaal zakelijk.

Hoewel, zakelijk? Rekenschap afleggen komt voor Pronk toch vooral neer op uitleggen waarom hij deed wat hij deed – en dat dit meestal de juiste keuze was. Mij hindert allerminst dat de ik-vorm het boek domineert, dat hoort bij Pronks aanpak. Wel stelt het me teleur dat zijn verhaal niet getuigt van diepe zelfreflectie. Mij gaat het niet om het feit dat hij critici als Anil Ramdas of – in eerlijkheid – mijzelf stelselmatig en overigens met alle egards weerspreekt. Het gaat ook niet om zijn integriteit. Het gaat wel om de vraag waarom hij zelfs 45 jaar na dato nog zo zeker is dat deze dekolonisatie onvermijdelijk was en dat Nederland slechts handelde in Surinaams belang. Of, persoonlijker, waarom het terloops vermelde feit dat zijn eerste bezoek aan Suriname dateert van medio 1974, dus ruim nadat hij had geconcludeerd dat het hem onbekende land zo snel mogelijk onafhankelijk moest worden, zelfs achteraf geen twijfel oproept of hij het wel bij het rechte eind had. Iets meer twijfel had een spannender boek opgeleverd.