‘Rachel mankeerde niets’

Over sterfte Door het coronavirus overlijden veel meer mensen dan gemiddeld. Wie zijn zij? In de rubriek ‘Over sterfte’ schrijft NRC wekelijks over het leven van een van hen. In deze aflevering Rachel, die in een verpleeghuis werkte. Ze werd 45.

Dat Rachel voor de zorg koos, verbaasde niemand: ze luisterde goed en was attent.
Dat Rachel voor de zorg koos, verbaasde niemand: ze luisterde goed en was attent. Foto privécollectie

Als de dingen anders liepen dan verwacht, kon Rachel Verbaan heel verbaasd reageren. „Ja maar, hóé dan?”, riep ze dan uit zoals alleen zij dat kon. Een collega heeft de woorden op een kaartje geschreven bij de herdenkingsplek die voor haar is ingericht. „Ergens wel toepasselijk”, zegt afdelingshoofd Adrie Jansen. „Omdat het zo onwerkelijk is dat ze er niet meer is.”

Rachel Verbaan werkte bijna dertig jaar in de zorg. De laatste jaren bij De Gooyer, een verpleeghuis van Cordaan bij de Amsterdamse Dappermarkt. Op afdeling 4 verzorgde ze twaalf bewoners met een chronische aandoening. Ook draaide ze regelmatig nachtdiensten op andere afdelingen.

Op 26 april overlijdt ze in het Amsterdam UMC. Ze is dan zo’n twee weken ziek, en heeft tien dagen op de IC gelegen. Een paar dagen later brengt het RIVM voor het eerst cijfers naar buiten over zorgmedewerkers: 13.884 mensen zijn besmet geraakt met Covid-19, negen van hen zijn aan het virus overleden.

De jongste is 45 jaar. Die persoon is Rachel, beseffen haar familieleden als ze het bericht bij de NOS zien.

Ze trok zich het leed erg aan

Niets wees erop dat ze zich zorgen maakte over haar gezondheid. Op Goede Vrijdag, haar laatste werkdag, stuurde ze nog een vrolijk berichtje naar de familie-app om haar moeder erop te attenderen dat om 12.15 uur de Matthäus-Passion zou worden uitgezonden op NPO 2. Een dag later schrijft ze: „Hi lieve familie vanaf gisteren lig ik ziek in bed met koorts en kan daarom nog niet getest worden. Ik wens jullie toch een mooi Paasweekend.” En: „Heb voldoende bouillon en paracetamol in huis.”

De Gooyer was half maart een van de eerste zorginstellingen in Amsterdam waar bewoners besmet raakten met het coronavirus. Verpleeghuizen waren nog niet gesloten voor bezoek, en bij de verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen – geregeld door regionale en landelijke netwerken – kregen ziekenhuizen prioriteit. Alleen bij patiënten die positief waren getest of symptomen vertoonden, moesten zorgmedewerkers volgens de richtlijnen van het RIVM maskers en handschoenen dragen, vertelt afdelingshoofd Jansen. Schorten met lange mouwen waren soms niet beschikbaar.

Het werken in coronatijd viel Rachel zwaar. Een paar keer belde ze na het werk huilend haar moeder, dan zei ze dat het „een hel van een dag” was geweest. Ze trok zich het leed van de bewoners erg aan, weet Jansen. „Ze vond het bijvoorbeeld ontzettend zielig dat ze hun familie moesten missen en dat er bij een overlijden maar twee naasten afscheid mochten komen nemen.”

Rachel was negen maanden toen ze naar Nederland kwam. Ze werd op 18 juni 1974 geboren in Noakhali, een district in het zuidoosten van Bangladesh. Nadat haar moeder was overleden, bracht haar biologische vader haar naar het Leger des Heils. In Nederland kwam ze in Waddinxveen terecht. Later verhuisde het gezin – Rachel had twee oudere broers, een jongere zus en later ook twee pleegbroers – naar Badhoevedorp.

Dat Rachel voor de zorg koos verbaasde niemand. Ze was ervoor gemaakt, zegt haar familie. School interesseerde haar niet zoveel, ze was vooral druk met het sociale gebeuren eromheen. Ze kon aandachtig luisteren en was heel attent. Als er iemand jarig was, was zij de eerste die een felicitatie stuurde. De datums wist ze uit haar hoofd, vertelt broer Marnix Verbaan. „En haar huis stond vol met ingelijste foto’s van de familie.”

De kans is groot dat Rachel op haar werk besmet raakte

Niet dat ze altijd poeslief was, zegt Verbaan. „Ze had het hart op de tong en liet zich de kaas niet van het brood eten.” Als de familie op Eerste Kerstdag bij elkaar kwam en er aan tafel een discussie ontstond, dan hoorde zij het vaak eerst even aan. „Maar dan ineens stond ze op om het met één zin te beslechten. ‘Zo, en nu ga ik een nieuw glas wijn inschenken’, zei ze dan.”

Op haar werk werd die doortastendheid gewaardeerd. Adrie Jansen: „Toen er werkgroepjes werden gevormd om over het beleid in het verpleeghuis na te denken, zei ik: Rachel, ik wil jou daarin hebben.” Jansen denkt dat ze vooral door haar vrolijkheid en humor geliefd was bij de bewoners. „Ik kende Rachel ruim een jaar, en in die tijd heb ik haar niet één keer chagrijnig gezien.”

De kans is groot dat Rachel op haar werk besmet raakte. „Al weet je het natuurlijk nooit helemaal zeker”, zegt Peter Schrooders, man van Rachels zus en arts infectieziektebestrijding bij de GGD. Dat ze zo snel zó ziek werd, kan er volgens hem op wijzen dat ze veel virusdeeltjes heeft binnengekregen. „Rachel was jong en gezond. Haar mankeerde niets.”

Kunstlong

Wat zeker is, is dat ze in het ziekenhuis tot het uiterste zijn gegaan om haar te redden. Schrooders: „Alle registers gingen open. Vanwege haar goede gezondheid en jonge leeftijd is ze op een gegeven moment bij hoge uitzondering aan een kunstlong gelegd. Het bloed wordt dan door een machine gepompt die zuurstof toevoegt. Een risicovolle procedure, want door de ontstollingsmiddelen neemt de kans op een lek in je lichaam toe.”

Lees ook: Zijn toekomst was beangstigend geweest

Veel Covid-19-patiënten beginnen rond de negende dag van hun ziekenhuisopname te herstellen, zegt Schrooders. Maar de tijd die de artsen voor Rachel hoopten te kopen, bleek er niet meer te zijn. Op 26 april, een zondagochtend, kreeg ze een hersenbloeding. „Daaraan is ze uiteindelijk overleden, een complicatie van de behandeling met de kunstlong. Maar haar longen waren er door het coronavirus al zo slecht aan toe, dat de kans heel klein was dat ze het had gered.”

Van boosheid is bij de familie geen sprake. „De coronacrisis is overweldigend groot”, zegt Schrooders. Door over Rachel te vertellen, willen ze begrip vragen voor al die mensen die net als zij keihard blijven doorwerken in de zorg voor ouderen en kwetsbaren. Ze zijn trots op haar. Broer Marnix: „Ze was niet het type dat had gezegd: ik loop nu een risico, dus de oudjes kunnen m’n rug op.”