Recensie

Recensie Media

Magistrale reis door Michael Jordans rijk vol rancune (●●●●●)

The Last Dance Tiendelig portret van basketballer Michael Jordan, en de bewoners van zijn wereld.

Michael Jordan na de eerste NBA-titel voor de Chicago Bulls in 1991.
Michael Jordan na de eerste NBA-titel voor de Chicago Bulls in 1991. Foto Andrew D. Bernstein/Getty Images

In 1994, tijdens de honkbalpauze van ’s werelds beste basketballer Michael Jordan, verscheen de bescheiden sportdocumentaire Hoop Dreams, alom gezien als een van de mooiste in het genre. Over twee basketbaltieners uit Chicago die het net niet halen op weg naar hun droom, de profcompetitie NBA. „Mensen roepen: vergeet ons niet als je de NBA haalt”, zegt Arthur Agee, die zich langzaam vereenzelvigt met een bestaan in de maatschappelijke middenmoot. „Dan zeg ik: ‘En als ik het niet haal, vergeten jullie mij dan niet?’”

De glorietijd van basketbal in Chicago levert een kwart eeuw later opnieuw een monumentale documentaire op. Zij het dat het tiendelige ESPN-epos The Last Dance, te zien op Netflix, handelt over de top van de voedselketen waar Michael Jordan huishield. Hij won met de tot dan kleurloze Chicago Bulls drie NBA-titels voor hij ging honkballen omdat zijn vermoorde vader gezegd had dat hij zijn hart moest volgen. Dat werd niks, en toen deed His Royal Airness het nog een keer over in de NBA.

Versneden met beelden van zijn slotseizoen bij de Bulls is het verloop van zijn carrière opgebouwd langs portretten van teamgenoten en tegenstanders, de bewoners van zijn wereld. Wee degene die hem tartte. In zijn rijk houdt rancune lang stand. The Last Dance wordt even sleets bij de zoveelste door hemzelf opgeklopte vete, maar in Jordans drang tot kleineren schuilt de platte essentie: winnen, of niets. Eén van de Jordan-duiders, Mark Vancil, roemt hem als speler bij wie falen niet opkwam: „Waarom zou ik denken aan missen als ik nog niet geschoten heb?”

Het nieuwe zit in de beelden achter de schermen uit het seizoen 1997-’98. Het is het jaar waarin de Bulls-directie besloot na dat seizoen te breken met coach Phil Jackson. Jackson had dankzij Jordan onwaarschijnlijk veel succes. Zo gaan de twee in hun laatste jaar op voor de zesde titel in acht jaar. Zit het er nog in? Scottie Pippen, superspeler in de schaduw, voelt zich ondergewaardeerd en voert strijd, de excentrieke Dennis Rodman is soms kwijt.

Nostalgische jaren-90-trip

De docuserie is een nostalgische jaren ’90-trip met ruimvallende pakken en een ontbolsterende markt voor sportmerchandise, doorspekt met de hiphop van toen, en snaren van nu. Een opzwepend videodocument dat de maniakale sportbeleving van ‘MJ’ blootlegt, waarbij om van alles gegokt wordt.

Jordans tranen wellen op aan het slot van aflevering zeven, als hij onder een magistrale montage zijn tirannieke gedrag in de context plaatst van glorie voor de Bulls. „Als dat betekende dat ik een beetje op je ass moest zitten, deed ik dat.” Maar: „Iedereen zal zeggen: hij vroeg me nooit iets te doen wat hijzelf niet deed.” Zijn stem stokt. „Als je zo niet wil spelen, speel dan niet zo.” Hij leunt voorover. Wat hem emotioneert wordt niet platgeslagen met een vraag. „Break.”

We mogen dichtbij komen. De superster Jordan is een echo uit een toegankelijker sporttijdperk, maar hij was ook wegbereider van de wereld waarin toegang tot sporters business werd. Volgens maker Jason Hehir had Jordan „nul” invloed op de regie en zat zijn bedrijf „ver weg”. Critici – onder wie geïnterviewde spelers – zien in de weglatingen Jordans hand terug. Laat dat zo zijn, dan is The Last Dance slechts imperfect afgezet tegen de irreële verwachting van een zuiver journalistieke studie. Het is uiteraard zijn verhaal, en als dat zo’n documentaire oplevert, vooruit dan maar.

Na bijna negen uur sportheroïek, uitzinnige menigtes en onvoorstelbare roem, is weer even de jonge Jordan in beeld. Vers aangekomen in Chicago vanuit North Carolina zegt hij dat hij de Bulls „gerespecteerd” wil maken. Zo jongensachtig, hij had Arthur Agee kunnen zijn. Na een trek aan zijn sigaar, zegt de 57-jarige Jordan: „Het begint met hoop.”