Recensie

Recensie Boeken

Dit boek is het magnum opus van John Steinbeck

John Steinbeck John Steinbecks klassieker East of Eden vertelt de welhaast bijbelse geschiedenis van twee pioniersfamilies in Californië. Dit kernverhaal over de menselijke ziel is nu in een briljante vertaling verschenen.

Illustratie: Anne Caesar van Wieren

Een van de bekendste Bijbelverhalen is slechts een handvol verzen lang: ‘En Adam bekende Eva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn en zeide: “Ik heb een man van de Here verkregen.” En zij voer voort te baren zijn broeder Abel. En Abel werd een schaapherder en Kaïn werd een landbouwer. En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands den Here offer bracht. En Abel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen en van hun vet. En de Here zag Abel en zijn offer aan. Maar Kaïn en zijn offer zag hij niet aan. Toen ontstak Kaïn zeer en zijn aangezicht verviel. En de Here zei tot Kaïn: “Waarom zijt gij ontstoken en waarom is uw aangezicht vervallen? Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? En zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.”’

Iedereen – bijbelvast of niet (ik) – weet wat er volgt: Kaïn doodt Abel en vlucht naar het land Nod, dat ten oosten van Eden ligt. Het is hét universele verhaal over hunkering naar liefde, over krenking en jaloezie, herkenbaar voor iedereen die in deze wereld leeft, en zeker voor wie een competitieve relatie heeft met een broer of een zus. (En ja, ik denk dan direct aan mijn eigen broer, het verlies en de gebrekkige ouderliefde die onze relatie gecompliceerd heeft, de verwijten, maar ook de onverbrekelijke band.)

Het is een complex verhaal. Ambigu. De Here vervloekt Kaïn, die nooit meer vruchtbare grond zal vinden om te bewerken, maar vervloekt ook allen die Kaïn kwaad willen doen. En terwijl Abel begraven ligt, is het Kaïn die zich zal voortplanten. Wat zegt dat? En is Kaïns (overtrokken) reactie op het ongevoelige favoritisme van de Here alleen Kaïn aan te rekenen? En wat te denken van ‘gij zult heersen over de zonde’? Is ‘gij zult’ wel de correcte vertaling van de oorspronkelijke tekst? Hoe veranderen vertaalkeuzes de betekenis van het verhaal?

Verloren fortuin

Het zijn centrale vragen in John Steinbecks magnum opus Ten oosten van Eden (1952), nu uitgebracht in de uitmuntende nieuwe vertaling van Peter Bergsma. Een roman die zeer openlijk geënt is op het verhaal van Kaïn en Abel. Het hart van het boek wordt gevormd door twee broedergeschiedenissen, die van Adam Trask en zijn halfbroer Charles, en later die van Adams eigen tweeling-zonen Aron en Caleb. In beide gevallen wordt er gehunkerd naar de liefde van een vader, wordt er een offer gebracht dat niet op waarde wordt geschat – in Charles’ geval een mes, in Calebs geval een grote som geld die een verloren fortuin moet goedmaken – en wordt het kwade bloed afgereageerd op de onschuldige broer.

Dat alles ligt ingebed in de grotere, uitwaaierende geschiedenissen van twee families die pionieren in de Salinasvallei van Noord-Californië, het gezin van de volwassen Adam Trasks en de naburige familie Hamilton, maar ook in de grotere Amerikaanse geschiedenis tussen grofweg de Amerikaanse Burgeroorlog en het eind van de Eerste Wereldoorlog. Een ongegeneerde, zeer geslaagde poging tot een Great American Novel.

Elke pagina verraadt dat dit voor Steinbeck, Nobelprijswinnaar en schrijver van sociaal-realistische klassiekers als Of Mice and Men (1937) en The Grapes of Wrath (1940), een persoonlijk boek is, dat hij niet voor niks typeerde als ‘the big one’. Hij voert zichzelf op als de enigszins gefictionaliseerde verteller die terugkijkt op een tijd die hij vanaf de zijlijn heeft meegemaakt – Steinbecks moeder was Olive Hamilton, dochter van een van de belangrijkste personages, de Ierse immigrant Samuel Hamilton. Bovendien zien we in het boek Steinbecks geboortegrond, de Salinasvallei, veranderen. In liefdevolle natuurbeschrijvingen, waarin het landschap bijna letterlijk persoonlijkheid krijgt, volgen we de seizoenen, de jaren met te veel of juist te weinig regen. En we zien de pioniersstadjes groeien en moderniseren in adembenemend detail.

Dit boek moet steeds herlezen worden, steeds opnieuw worden overdacht en heroverwogen

Sadisme

En toch begint alles in Connecticut, waar de zachtaardige Adam en de sadistisch aangelegde Charles geboren worden. Hun vader, Cyrus, is een man wiens leven op bedrog is gestoeld; iemand die kort diende in het leger en zich sindsdien heeft voorgedaan als veteraan van alle belangrijke slagen in de Burgeroorlog. En die zich aldus de hogere kringen in Washington heeft binnen gebluft.

Cyrus’ grootste gave is het suggereren van de leugen, zodat mensen de leugen zelf fabriceren. ‘Niemand kon hem een leugenaar noemen’, schrijft Steinbeck. ‘En dat kwam voornamelijk doordat de leugen in zijn hoofd zat, en elke waarheid die er uit zijn mond kwam de kleur van de leugen had.’

Lees ook de recensie van Steibecks vorig jaar vertaalde Muizen en mensen: De eenzaamste kerels ter wereld (●●●●●)

Cyrus, die meer van Adam houdt en zelfs bang is voor Charles, dwingt Adam het leger in te gaan, omdat de soldaat ‘de heiligste van alle mensen is’, al wordt ‘een soldaat overladen met vernederingen, opdat hij als de tijd daar is niet al te gebelgd is over de laatste vernedering, een zinloze en smerige dood’. Dit is voor Adam het begin van ontberingen en omzwervingen, eerst als soldaat, later als landloper die zich leert ‘scheren met een glasscherf’. Charles transformeert in een gramstorige eenzaat, woonachtig in een huis waar een ‘somber, ritselend verval’ inzet en waar de keuken – muren, ramen, plafond – met het vet uit de braadpannen is gevernist.

Bordeel

Cyrus overlijdt, net als eerder zijn echtgenotes, Adam keert terug naar Connecticut, en de beide broers blijken een onvermoed fortuin te hebben geërfd. Die rijkdom verandert weinig, totdat een meisje dat is afgetuigd door haar souteneur in hun leven komt. Adam verzorgt haar, wordt verliefd op haar, zal haar trouwen en meenemen naar de Salinasvallei. En hij zal dat bezuren.

Deze Cathy is een fascinerend en afschrikwekkend stuk kwaadaardigheid, al zal de oppervlakkige passant dat niet snel opmerken: ‘Alsof de natuur een valstrik verhulde had Cathy van meet af aan een onschuldig gezicht.’ Maar wie zich niet laat foppen is Samuel Hamilton, de door velen geliefde, filosofisch aangelegde pater familias die met zijn vrouw Liza een groot, goed gezin in leven houdt op het slechtste stukje grond dat er in de Salinasvallei te vinden is.

Hamilton, meer uitvinder dan zakenman, en al helemaal geen boer, wordt ingeschakeld om Adam te helpen diens verworven stuk grond te transformeren tot een Hof van Eden. Maar hoe fraai de grond ook is, de ontmoeting met Cathy geeft hem te denken. ‘Er heerst een soort zwart geweld in deze vallei’, zegt hij. ‘Ik weet het niet… ik weet het niet. Het is alsof er een of andere oude geest rond-spookt vanuit de dode oceaan eronder die de lucht met ongeluk bezoedelt.’ De wijze waarop Cathy na de geboorte van de tweeling de benen neemt om onder een andere naam en via machinaties een bordeel in het nabijgelegen Salinas in handen te krijgen, rechtvaardigen dat gevoel dubbel en dwars.

Chinese bediende

In de tweeling, Caleb en Aron, herhaalt de geschiedenis zich, maar met variaties. (Heel het leven is variaties op thema’s.) Waar Aron bij een mierenhoop gefascineerd het mierenleven bestudeert – de aanvoer van voedsel, de sociale structuren – is Cal het soort jongen dat de mierenhoop kapot zou trappen om toe te kijken hoe de mieren ‘koortsachtig probeerden te redden wat er te redden valt. […] Wat charmant was aan het blonde vernuft van Aron werd verdacht en onaangenaam aan Cal met zijn donkere gezicht en toegeknepen ogen. En omdat hij deed alsof, was zijn optreden niet overtuigend. Waar Aron welkom was, werd Cal afgewezen wanneer hij precies hetzelfde deed of zei.’ Cal, schrijft Steinbeck, ‘bezat handlangers, en gezag en enige bewondering, maar vrienden bezat hij niet. Hij leefde alleen en liep alleen.’

Andermaal Kaïn en Abel.

En dan hebben we het nog helemaal niet over de fascinerende bijfiguren gehad. Arons bruid-in-spé Abra, een moderne vrouw in wording, in een omgeving waar vrouwen door de bank genomen onzichtbare motoren op de achtergrond zijn. En vooral de Chinese filosoof-bediende Li, die het gewoon is zich te verschuilen in het uitbeelden van raciale stereotypen, inclusief krompraat, maar uit zijn schulp kruipt, meer gezinslid dan bediende wordt, en op latere leeftijd zelfs Adams vriendelijk kijvende huisgenoot.

Bijbelse vertaalfout

Het is Li die het verhaal van Kaïn en Abel als kernverhaal over de menselijke ziel ontleedt: ‘De grootste angst die een kind kan hebben’, zegt hij, ‘is dat er niet van hem gehouden wordt, en afwijzing is de hel die het vreest. […] Met afwijzing komt woede, en met woede een soort misdrijf als wraak voor de afwijzing, en met het misdrijf schuldgevoelens – en ziedaar het verhaal van de mensheid.’

Illustratie: Anne Caesar van Wieren

En het is Li die, na uitvoerige studie, tot de conclusie komt dat er een fatale vertaalfout is gemaakt in Engelstalige bijbels. Het woord timshel betekent niet ‘gij zult’, maar ‘gij moogt’. Omdat ‘gij moogt’ een keus inhoudt, een alternatief, wordt de mens groot, meent Li: ‘Dat verleent hem aanzien bij de goden, want ondanks zijn zwakheid en zijn vuil en de moord op zijn broer heeft [Kaïn] toch nog die geweldige keuze. Hij kan zijn koers kiezen en zich erdoorheen slaan en winnen.’

Sociopaat

Het is ook een hamer om het op het oog schematische van de roman mee aan diggelen te slaan. Kaïn en Abel, Cain and Abel, C en A. De duistere kant, zo lijkt het, wordt vertegenwoordigd door de C-personages, Cyrus, Charles, Cathy, Caleb, het licht door Adam, diens stiefmoeder Alice, door Aron en Abra. Hen tot aangeboren goed en kwaad reduceren is te makkelijk, zo blijkt als je Steinbecks personages beter leert kennen.

Cathy – sociopaat, manipulatief, berekenend, genoegen scheppend in het lijden van anderen – is iemand die iets ‘mist’, die geen toegang heeft tot essentiële menselijke emoties, tot warmte. Iemand die alleen koude kleuren ziet en zich van het bestaan van warme nooit een voorstelling zal kunnen maken. En toch heeft zelfs zij een opflakkering van menselijkheid.

Lees ook: Dit zijn de 125 beste boeken van 2019 (volgens NRC)

En dan Caleb, een rusteloze, broedende jongen, geneigd tot slapeloosheid en nachtelijke wandelingen. Caleb vreest dat hij zijn moeder is en bidt: ‘Lieve Heer, laat me zijn zoals Aron. Maak me niet gemeen. Dat wil ik niet zijn. Als u zorgt dat iedereen me mag, nou, dan zal ik u alles geven wat u maar wenst, en als ik het niet heb, nou dan zal ik zorgen dat ik het krijg. Ik wil niet gemeen zijn. Ik wil niet eenzaam zijn. Om Jezus’ wille, Amen.’ Die soms zijn broer kwelt en hem soms beschermt. Die mens is, in zijn krenking onvergeeflijke dingen doet die hem toch vergeven moeten worden. Die mens is.

Boek als kathedraal

En nu ik het voorgaande teruglees, zie ik hoe lastig het is dit boek recht te doen binnen de bandbreedte van een krantenartikel. Ik heb nog nauwelijks iets gezegd over de vertaling, die het bij vlagen ondoorgrondelijke Engels van Steinbeck heeft opengewrikt zonder het geweld te doen (en wat zal Peter Bergsma er lol aan hebben gehad dat een vertaalprobleem zo’n centrale rol speelt).

Ten oosten van Eden is een boek als een kathedraal, diep en breed en hoog. Een ruimte waarin onvergetelijke personages huizen, maar waarin ook een heel mensenleven aan Amerikaanse geschiedenis ligt opgeslagen. Waar universele bijbelverhalen resoneren in familiegeschiedenissen. En waar de galm van Steinbecks stijl de woorden extra gewicht geeft, en ja, misschien zelfs een pathos die in andere romans misplaatst zou zijn.

Voor Steinbeck was dit de hoogste piek die hij als schrijver kon beklimmen, en ik voel me bezwaard dat te reduceren tot… dit. Want Ten oosten van Eden is het soort boek dat steeds herlezen moet worden, steeds weer opnieuw moet worden overdacht en heroverwogen. Een tekst die je een leven lang met je mee kunt dragen, in kameleontische betekenissen. Ik kende het boek nog niet, anders dan van de film met James Dean, maar nu ken ik het wel, en het heeft me opgetild.