Aikido

Gijsbert G. van Ziel, vioolbouwer, staat er op zijn visitekaartje. Ik kwam hem tegen toen ik een wandeling maakte door het Vroesenpark, waar hij een groep mensen trainde met behulp van stokken. Dat hij vioolbouwer was, wist ik toen nog niet, en van het stokkenspel begreep ik weinig.

„Hier is mijn kaartje, bel me maar, dan leg ik het uit”, zei hij. En zo zat ik een paar dagen later in zijn atelier aan de Gerard Scholtenstraat. Op de werkbank lag een gewonde viool, met een hoekje er af. „Het kost een uur, dan is het gerepareerd”, zei Gijsbert. Trots toonde hij een nieuwe altviool die net af was. „Een maand over gedaan. Daarna gepolijst en gelakt.”

Maar goed, de stokken. Wat deden ze daar in het park? „Aikido. Dat is van oorsprong een Japanse krijgsdiscipline met een filosofische inslag”, vertelde de ambachtsman. „Het grappige is, er is een overeenkomst met vioolbouwen. Bij aikido beweeg je in cirkels, zoals een viool is ópgebouwd uit cirkels.”

„Buiten coronatijd trainen we in een sportzaal, nu is het beter in de open lucht. Normaal gesproken hebben we ook lichamelijk contact. Je krijgt een slag of een prik met een stok. Of er wordt met je gegooid.” „Gegooid?”, herhaalde ik geschrokken. „Ja”, glimlachte Gijsbert, „het is niet voor softies. Wat je leert is mee te bewegen met de krachten die op je af komen. Er niet tegenin gaan, maar ze beheersen.”

„Zoals je dat met dagelijkse problemen ook zou moeten doen?”, gokte ik. „Precies”, antwoordde Gijsbert enthousiast. „Ik ben 34 jaar geleden met aikido begonnen omdat ik nogal verlegen was. Nu kan ik daar beter mee omgaan. Door aikido sta je steviger in je schoenen.”

De trainer herinnerde zich hoe hij in Madrid, waar hij werkte bij een vioolbouwer, op het metrostation een junk achter zich aankreeg, die op zijn geld uit was. „Ik draaide me op het perron naar hem om, legde mijn handen op m’n broekzakken, en keek hem aan. Dat was alles. En er gebeurde niets. Ik had hem laten zien: dit zijn mijn handen, ik ben er klaar voor, nu jij weer. Dat is aikido: telkens je beste positie zoeken.”

„Gebeurtenissen accepteren, en ze daarna ombuigen in je eigen richting. Het is eigenlijk net het poldermodel”, concludeerde Gijsbert.