Wat was er eerst: de eikel of het ei?

Ewoud Sanders

Woordhoek

Wat stond er op 20 mei 1688 in de krant? De Oprechte Haerlemsche Courant, een van de oudste kranten ter wereld, meldde die dag dat de Staten van Holland en Friesland hadden besloten om „noch eenige Oorlog schepen” te laten bouwen. En in een advertentie kondigde „boeckverkooper” Barent Bos aan dat hij een prachtige collectie ging veilen met „veele voortreffelijcke, rare, uytnemende en seer wel geconditioneerde Boecken in verscheyde Faculteyten en Talen”.

In Delpher, een geweldige databank met daarin ruim honderd miljoen (!) pagina’s uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften, kon je al kranten lezen uit de zeventiende eeuw, maar tot nu toe waren die niet of nauwelijks doorzoekbaar op woorden. Dat komt doordat de tools waarmee dergelijke teksten automatisch worden overgezet niet overweg kunnen met het lettertype waarin die kranten werden gezet: het gotische en later een romeins lettertype dat afwijkt van het moderne.

Dat alle bewaard gebleven Nederlandstalige kranten uit de zeventiende eeuw nu wel op woorden doorzoekbaar zijn, komt door de inspanning van tweehonderd vrijwilligers die we wat mij betreft mogen toejuichen als helden van de historische letterkunde. In vijf jaar tijd tikten zij met de hand alle artikelen in zesduizend kranten uit: bij elkaar ruim achttien miljoen woorden! Het gaat om een crowdsourcingsproject van de Koninklijke Bibliotheek, in samenwerking met onder andere het Meertens Instituut, onder leiding van senior onderzoeker Nicoline van der Sijs.

Vanaf nu is het dus mogelijk om bijvoorbeeld te onderzoeken hoe vaak het woord boeckverkoper in die kranten voorkomt (ruim 4.600 keer). Daarbij kun je een onderscheid maken tussen onder meer het soort bericht (advertentie of artikel) en het verspreidingsgebied (in welke plaats). Ik vond zeven advertenties voor woordenboeken, waaronder een bericht van François Halma dat zijn Frans-Nederlands woordenboek informatie bevat „noyt in eenige voorgaende Woordenboecken gesien”. Wel vraagt hij om geduld: „Alhoewel dit sware en moeyelijcke Werck wat langer slepende blijft, vergt hy de Liefhebbers noch wat gedult af, onder versekering, dat hun wachten door de Rijckheyt en Deugt van het Werck wel dubbelt vergoet sal werden.”

Onderdelft

Gehoord in een gesprek: „Het onderdelft spitten.” De situatie was er niet naar om te gaan lachen. Dat was ook arrogant geweest, we verhaspelen allemaal weleens een uitdrukking. Curieus effect van dit soort verhaspelingen: ze werken als een soort magneet. Althans, mij lukt het niet om de woorden die er meteen na komen goed te absorberen. Ik maakte hiervan kort melding op Twitter. Iemand reageerde met say stafe! „Zeggen mijn partner en ik nu vaak tegen elkaar.” Dat is een ander, gevaarlijker effect: je vindt de verhaspeling zo grappig dat je ’m opzettelijk gaat gebruiken, met als risico dat je in de war raakt als de omstandigheden de correcte vorm vereisen.

Ei of eikel?

Op de radio hoorde ik een man zichzelf omschrijven als blije eikel. Kort daarop hoorde ik een vrouw tegen haar zoontje roepen: „Wat ben je toch een blij ei!” Dit riep de vraag op: wat was er eerder, de eikel of het ei? Anders geformuleerd: is eikel een versterking van ei of is ei een eufemistische verkorting van eikel? Bij mijn weten is blij ei ouder, maar mocht iemand het beter weten dan hoor ik het graag (post@ewoudsanders.nl).

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.