Rekenkamer: Wiebes kan 90 miljoen compensatiegelden aan oliemaatschappijen niet verklaren

NAM Minister Wiebes betaalde 90 miljoen euro aan oliemaatschappijen als compensatie voor het eerder sluiten van de Groningse gaswinning. Onduidelijk berekend en onvoldoende verantwoord, stelt de Algemene Rekenkamer.

Minister Wiebes woensdag tijdens de toelichting van het nieuwe steunpakket voor de coronacrisis.
Minister Wiebes woensdag tijdens de toelichting van het nieuwe steunpakket voor de coronacrisis. Foto Bart Maat/ANP

De Algemene Rekenkamer is kritisch op de vergoeding van 90 miljoen euro die minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) betaalde aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Dat geld ontving de NAM vorig jaar vanwege het eerder beëindigen van de gaswinning in Groningen. Het is volgens de Algemene Rekenkamer onduidelijk hoe dat bedrag tot stand is gekomen en waarvoor het bedoeld is.

Dat blijkt uit het woensdag gepubliceerde jaarlijkse Verantwoordingsonderzoek, waarbij de uitgaven van publiek geld worden gecontroleerd.

Minister Wiebes kondigde vorig jaar aan om de gaskraan in Groningen in 2022 dicht te draaien, acht jaar eerder dan gepland was. Ter compensatie kwam de minister de NAM, een joint venture tussen Shell en ExxonMobil, tegemoet met 90 miljoen euro. Dat geld is bedoeld als compensatie voor de opgelegde lagere gaswinning in Groningen en voor de gewijzigde inzet van de gasopslag in Norg. Daar werd eerst Gronings gas opgevangen, maar nu buitenlands gas.

Volgens de Algemene Rekenkamer is onduidelijk hoe het voorschot van 90 miljoen euro berekend is. Ook ontbreekt informatie over welk deel van het geld wordt besteed aan de compensatie en welk deel aan de gewijzigde inzet van de gasopslag. Daardoor is het lastig voor het parlement om deze betaling aan de oliemaatschappijen te controleren.

Dat vindt de Algemene Rekenkamer zorgelijk omdat zij het belang onderstreept „van goede verantwoording over de besteding van publiek geld”. Ook „beveelt” de Algemene Rekenkamer om in een definitief akkoord over versnelde beëindiging van de Groningse gaswinning „duidelijk en afdwingbare prestatieafspraken te maken met Shell en ExxonMobil”.

Lees ook: Minder bevingen, maar meer schademeldingen in Groningen

De Tweede Kamer was herhaaldelijk kritisch op de minister over dit voorschot en liet een parlementair advocaat kijken naar de transactie. Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) wil dat de vergoeding van Wiebes aan de NAM wordt teruggedraaid. „Minister Wiebes moet na de kritiek van de Rekenkamer het voorschot terugvorderen en heeft in de Tweede Kamer heel wat uit te leggen”, schrijft Nijboer op Twitter.

Uitgaven gevolgen gaswinning vertienvoudigd

Uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer werd ook duidelijk dat de uitgaven aan de gevolgen van de gaswinning in Groningen enorm gestegen zijn: van 81 miljoen euro in 2018 naar 825 miljoen euro vorig jaar. Dat geld werd onder meer besteed aan schadevergoedingen voor gedupeerde bewoners en een bijdrage aan het Nationaal Programma Groningen, om bewoners van het aardbevingsgebied perspectief te bieden.

Daarentegen daalden de aardgasbaten vorig jaar naar 578 miljoen euro. Dat was in 2013 nog 13,3 miljard euro. Zestig jaar gaswinning uit het Groninger gasveld heeft de Staat ruim 400 miljard euro opgeleverd, blijkt uit cijfers die het CBS vorig jaar publiceerde.

Ook op een subsidieprogramma om juist van het gas af te gaan, is de kritiek van de Algemene Rekenkamer stevig. Het Programma Aardgasvrije Wijken van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is bedoeld om 50.000 woningen in tien jaar tijd aardgasvrij te maken. In de periode 2018-2019 is daar ongeveer 150 miljoen euro aan besteed. Daarvoor moesten vorig jaar ruim 2.000 woningen van het gas af zijn, maar de Algemene Rekenkamer constateert dat eind 2019 „slechts enkele woningen daadwerkelijk aardgasvrij zijn gemaakt”.

Toezicht ontbreekt

Ook is onduidelijk welke doelen met het programma worden nagestreefd. Volgens de Algemene Rekenkamer noemt het ministerie van BZK telkens andere doelen en worden deze in de loop van de tijd verzwakt. Bovendien ontbreekt toezicht op het programma. „Het lijkt erop dat bij de start van het Programma Aardgasvrije Wijken sprake was van ‘geld zoekt plan’”, schrijft de Algemene Rekenkamer, die zich afvraagt of de plannen voor het aardgasvrij maken van woningen niet ook zouden doorgaan zonder de bijdrage van het Rijk.

Voor 2050 moeten zo’n zeven miljoen huizen en één miljoen gebouwen, zoals scholen en kantoren, van het gas af. In het klimaatakkoord is afgesproken dat dit in de loop van 2030 bij de eerste anderhalf miljoen huizen moet zijn gebeurd.

Lees ook: Alle gebouwen van het gas – is dat in 2050 gelukt?