Recensie

Recensie

De Skoda Superb is een stille en immens gerieflijke auto

Autotest vindt de Superb iV een onverwacht geslaagde auto. Er kleven alleen drie piepkleine bezwaren aan.
De Skoda Superb iV
De Skoda Superb iV Foto Merlijn Doomernik

Er kleven drie piepkleine bezwaren aan de Skoda Superb plugin-hybride, en merkwaardig genoeg hebben ze alle drie van doen met klepjes. Het plastic laadklepje in de grille irriteert met ondermaats slap hang- en sluitwerk. Storend is het afdekklepje boven de al slecht toegankelijke grot voor de draadloze telefoonoplader, die bovendien onhandig is geplaatst vóór de versnellingshendel. Probeer je smartphone maar eens te bevrijden met de automaat in stand P; die raakt bekneld tussen plateau en pook. Tenslotte heeft deze Skoda nog een tankklepje dat met een knop van binnenuit moet worden ontgrendeld. Waarom bezondigt uitgerekend het meest praktische merk op aarde zich aan zulke omslachtige praktijken?

Daarmee hebben we de klachten wel gehad. De eerste Skoda-plugin is onder zijn officiële naam Superb iV een onverwacht geslaagde auto. Onverwacht door de bekwaamheid waarmee de grote verbouwing van een vijf jaar oud model tot stand kwam, zonder voel- en zichtbare concessies aan de ruimte. Bij deze dus geen moeilijke accubulten die in kofferbakken van achteraf geëlektrificeerde Ford- en Mercedes-stations een minder adequate voorbereiding op het hybridetijdperk demonstreren. De vorstelijke beenruimte achterin bleef intact en het laadvolume is met 1.800 liter nog steeds giga. Ondanks een forse gewichtstoename ten opzichte van gewone Superbs blijft de 1.730 kilo zware iV met zijn systeemvermogen van 218 pk wat hij altijd was, een stille en immens gerieflijke auto.

Pure milieuwinst

Zijn andere verdienste: hij doet bijna wat de fabrikant belooft. De elektrische actieradius benadert in de e-mode, die de benzinemotor euthanaseert zolang de stroomvoorraad dat toestaat, de toegezegde 55 kilometer. Ik haalde op een vroege, koude ochtend 50 en daar zit vermoedelijk nog wel iets meer in – zij het niet op de snelweg, waar na maximaal 38 kilometer de koek echt op is. Toch zijn die paar kilometer op woon- werktrajecten pure milieuwinst. Hoe ambivalent je ook bent over de plugin-formule, de stroombonus drukt de benzinerekening aanzienlijk, al helemaal omdat de Superb het met een leeggereden batterij niet per ommegaande op een zuipen zet.

Nu heeft hij uiteraard het tij erg mee. Zuinig rijden was nog nooit zo makkelijk. Je hoeft je alleen maar aan de maximumsnelheid te houden, die sinds maart op snelwegen twintig tot dertig kilometer lager ligt. Verder hoef je op de rechterbaan niet langer bang te zijn voor boze blikken. Werd je vroeger met je spaartempo een saboteur gevonden, nu ben je per direct de oogappel van vader staat. In één klap word je ambassadeur van drie oer-Nederlandse deugden; sparen, geld verdienen, en de natuur beschermen met een air van zichtbare rechtschapenheid. De Superb iV is in dat perspectief het ideale bindmiddel voor dit verscheurde land. Riant maar niet polariserend, moreel verdedigbaar voor links en rechts. En kassa! Binnen een straal van vijftig kilometer rond je thuisadres rijd je zonder moeite consequent elektrisch, zolang je op B-wegen blijft en op de snelweg voornamelijk in file-achtige situaties met lage snelheid onderweg bent. Een week verbruik ik in kalm regioverkeer, bijladend waar ik kan, geen druppel brandstof.

Grootmoedig vergeef ik hem zijn capitulatie voor de geforceerde infotainment-hospitality van moedermerk VW. Hij heet je via het dashboard ‘welkom!’ bij het instappen, alsof hij een hotel is, en ondermijnt je vertrouwen in Skoda’s legendarische nuchterheid met de communicatieve dwangneurose van het infotainmentsysteem, dat als een overijverige butler informeert of het van dienst mag zijn. ‘Wat zou u willen doen?’ Niets, Skoda! Rijden, ver van huis, naar een plek zonder pedante anderhalvemeterwatchers op jacht naar hun volgende corrigeermoment. Maar na een week stug volgehouden klimatologische voorbeeldigheid zijn uitgerekend zij het die de zen-gevoelens ruw verstoren. Bij een vreemde bakker in een andere provincie loop ik naar de toonbank om een broodje uit te zoeken. „Mijnheer”, bitst een mevrouw, „hebt u de looproute gezien?” Ik kijk naar de vloer. Er is geen looproute. Zij bedoelt te zeggen: daar mag jij niet staan, want daar moet ik langs. Heer, was beschaving maar een virus. Op slag kan ik die slijmerige Skoda wel omhelzen.

Dan keer ik met een volle accu en een eetlepel benzine huiswaarts op een roze wolk van ecologische liefdadigheid. Châpeau: over 160 kilometer 1 op 24 met een van de grootste stations op de markt, die dankzij de lage BPM voor auto’s met A-milieulabel bovendien concurrerend is geprijsd. Goedkoper dan de Golf van afgelopen week, en dat voor veel meer auto.