Eén genvariant houdt Peruanen klein

Biologie Inwoners van Peru behoren tot de kleinste mensen ter wereld. Mogelijk biedt dit een evolutionair voordeel.

Vissers in Pimentel in Noord-Peru. Peruaanse mannen zijn gemiddeld 1,65 meter groot en vrouwen 1,53 meter. Nederlanders zijn gemiddeld zo’n 15 cm langer.
Vissers in Pimentel in Noord-Peru. Peruaanse mannen zijn gemiddeld 1,65 meter groot en vrouwen 1,53 meter. Nederlanders zijn gemiddeld zo’n 15 cm langer. Foto Mariana Bazo/Reuters

Veel Peruanen dragen een piepkleine genetische verandering die sterk correleert met lichaamslengte. Mensen die deze genvariant van één van hun ouders hebben geërfd, zijn gemiddeld 2,2 centimeter kleiner dan de gemiddelde Peruaan; mensen die de variant van beide ouders kregen, zelfs 4,4 centimeter. Dat hebben Peruaanse, Britse en Amerikaanse onderzoekers vorige week geschreven in het tijdschrift Nature.

De vondst is opmerkelijk, want lichaamslengte wordt bepaald door duizenden genen – én door de leefomstandigheden. Combinaties van duizenden genvarianten verklaarden in eerdere studies samen een verschil van een paar centimeter.

Peruanen behoren tot de kleinste mensen ter wereld: mannen zijn gemiddeld 1,65 meter groot en vrouwen 1,53 meter. In Nederland halen mannen gemiddeld 1,81 meter en vrouwen 1,67 meter. Eerder onderzoek in Peru legde een verband tussen lengte en afkomst.

De huidige Peruaanse bevolking is een mengeling van de inheemse Zuid-Amerikaanse bevolking en de Europeanen, Afrikanen en Aziaten die vanaf de zestiende eeuw in het land arriveerden. Vooral mensen met veel inheems bloed zouden kleiner zijn, maar een verklaring daarvoor is nooit gevonden. Sommige onderzoekers zochten de oorzaak vooral in sociaal-economische factoren.

Aan het Nature-onderzoek deden ruim 3.100 Peruanen mee. Er bleek inderdaad een verband te zijn tussen lengte en afkomst. Mensen van 100 procent inheemse afkomst waren maar liefst 15 centimeter korter dan mensen met 100 procent Europeaans bloed – zelfs als er was gecorrigeerd voor sociaal-economische factoren.

De onderzoekers ontdekten bij korte mensen relatief vaak een variatie in één bepaalde ‘letter’ van de dna-code. Die letter ligt in het gen dat codeert voor fibrilline. Dat is een vezelachtig eiwit dat bijdraagt aan de structuur en stevigheid van weefsels. De gevonden genvariant levert fibrillinevezels op die minder dicht op elkaar gepakt zitten. Daarnaast speelt fibrilline een rol bij de ontwikkeling en reparatie van weefsels. De onderzoekers vermoeden dat daar de link ligt met de kortere lichaamslengte van dragers van die genvariant – bijna 5 procent van de Peruaanse bevolking.

„Dit onderzoek ziet er heel grondig uit”, reageert de Nederlands-Australische onderzoeker Peter Visscher, lid van de KNAW en hoogleraar kwantitatieve genetica aan de Universiteit van Queensland (Australië). Visscher was zelf niet bij dit Nature-onderzoek betrokken.

„Ik ben niet verbaasd dat er genvarianten zijn die een invloed van 2 centimeter hebben op lichaamslengte. Wat me wel verbaast, is hoe algemeen die genvariant is, en dus ook hoeveel van de Peruaanse lengtevariatie die genvariant verklaart.”

In eerdere, Europese studies zijn andere genvarianten gevonden, die samen zo’n 24 procent van de lengteverschillen tussen Europeanen konden verklaren. Diezelfde varianten verklaren maar 6 procent van de lengtevariatie in Peru. „Dat verschil komt waarschijnlijk door een combinatie van factoren”, verklaart Visscher, „waaronder verschillen in genfrequenties tussen Europa and Peru, en interacties tussen genen. ‘Lengte’ als eigenschap is misschien in Europa niet precies hetzelfde als in Peru.”

Het veel voorkomen van een genvariant die mensen zo veel korter maakt, vindt Visscher opmerkelijk omdat dergelijke grote ‘afwijkingen’ mensen over het algemeen minder gezond maken. De auteurs van de Nature-studie vroegen zich dan ook af of klein-zijn in Peru een evolutionair voordeel is. „Er kunnen voordelen aan zitten”, legt Visscher uit, „en die hoeven niet per se met lengte te maken hebben. Wellicht beïnvloedt deze variant niet alleen lengte, maar bijvoorbeeld ook vruchtbaarheid.”

Op Groenland, zo schrijven de auteurs nu in Nature, is een genvariant gevonden die mensen kleiner maakt, maar ook helpt bij het verteren van vetzuren. Dat zou een voordeel zijn voor inheemse Groenlanders, die veel vette vis en zeezoogdieren eten. Ook Visscher noemt studies die erop wijzen dat korte mensen in het voordeel zijn op Groenland, Sardinië en het Indonesische eiland Flores. Een van die studies op Flores is van Visscher zelf en verscheen in 2018 in Science.

De huidige inheemse bewoners van Flores zijn gemiddeld 1,45 meter lang. De prehistorische Flores-mens Homo floresiensis was zelfs maar een meter hoog. De huidige Flores-bewoners zijn geen afstammelingen van de uitgestorven H. floresiensis; op Flores is klein-zijn dus twee keer onafhankelijk van elkaar ontstaan, schrijven Visscher en zijn collega’s in Science. Dat doet vermoeden dat klein-zijn op een eiland een voordeel is. Ook het artikel van Visscher legt een link met het verteren van vetten.

In Peru komt de bewuste genvariant meer voor naarmate je dichter bij de kust komt, aldus de auteurs in Nature. Wellicht is er ook daar, net als op Flores, Groenland en Sardinië, een link met een dieet van voedsel uit de zee.