Opinie

Een generatie die verdwijnt

Lotfi El Hamidi

Ach, al die pre-coronaplannen in mijn agenda. Zo had ik deze maand een bezoek aan de Sint-Janskathedraal in Den Bosch ingepland, waar Witte Pater Jan Heuft een lezing zou geven. Heuft (80) is al een halve eeuw actief als missionaris in Algerije en heeft het nodige meegemaakt. Een inspirerende man, wars van zieltjeswinnerij, zijn leven toegewijd aan het helpen van de meest kwetsbaren. Ik had hem graag horen spreken en de hand geschud.

Zijn verhaal, recentelijk opgetekend in NRC, deed mij denken aan de Franse monniken van Tibhirine, een dorpje in het Algerijnse Atlasgebergte, waar zij onbaatzuchtig goede werken verrichtten en in harmonie met de islamitische bewoners leefden. Totdat extremisten het dorp bedreigen en de monniken moeten besluiten of ze vertrekken of blijven.

De kloosterlingen weigerden partij te kiezen in de bloedige burgeroorlog tussen het regime en islamitische extremisten, en besloten te blijven. Niet om moedwillig de martelaarsdood op te zoeken, maar vanwege hun solidariteit met de dorpelingen, met wie zij zich onlosmakelijk verbonden voelden. ‘Een goede herder verlaat zijn kudde niet bij het naderen van de wolf’ – een houding die de monniken in 1996 met de dood moesten bekopen.

Heuft heeft die donkere periode overleefd. Nu hij ziek is bestaat de kans dat hij alsnog in het land van Augustinus sterft. Dat is niet de bedoeling, zei hij vorig jaar, „maar als dat per ongeluk gebeurt, moeten ze daar mijn graf maar graven”.

Een generatie is aan het verdwijnen, realiseerde ik me onlangs bij de begrafenis van mijn oma, mijn laatste grootouder. Aan de wens om in Marokko begraven te worden, kon niet worden voldaan – het land houdt de grenzen niet alleen voor buitenlanders maar ook voor de eigen onderdanen, levend en dood, nog altijd gesloten. Oma was daarvan op de hoogte, en had geen enkel bezwaar om in dit beloofde land begraven te worden. Dit is immers ook Gods land, vertelde ze. Een troostende gedachte.

Nooit gedacht dat uitgerekend zij de eerste van de familie zou zijn die op Nederlandse bodem begraven zou worden. En misschien is dat net de zet die nodig is om mijn generatie ervan te overtuigen hier de laatste rustplaats te reserveren, in plaats van in het land van de voorouders omdat de traditie het voorschrijft.

In de moskee is de laatste jaren te zien hoe op de voorste rijen een wisseling van de wacht plaatsvindt. De vrome oude garde sterft uit, hun kinderen en kleinkinderen moeten nu verder vorm geven aan de gemeenschap, en aan dit land.

„Waar het om gaat is of je een goed mens bent”, zei Jan Heuft in NRC. Het lijkt zo’n simpele opdracht. Het is niets minder dan monnikenwerk.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.