Opinie

Coronacrisis maakt van de boa de nieuwe wijkagent

De boa’s staan op de drempel van het politiebestel, als onmisbare, nieuwe ‘politiehandhavers’, schrijft in de Veiligheidscolumn.
BOA spreekt in een Rotterdams park burger aan op het samenscholingsverbod.
BOA spreekt in een Rotterdams park burger aan op het samenscholingsverbod. Foto Merlin Daleman

Het zal u niet ontgaan zijn: politiemensen zijn terug in buurten, parken en dorpen. Zichtbaar aanwezig, preventief, vermanend en waarschuwend met een beroep op het gezond verstand, en af en toe verbaliserend. Geheel in de stijl van de regering die het deuntje „die leg je niet de wetten op, die laat je in hun waarde” als centraal uitgangpunt heeft gekozen voor de naleving en handhaving van de Covid-19-maatregelen. De politie in stad en dorp ziet toe op de naleving van de coronamaatregelen, er is heel even meer dan noodhulp.

Wijkpolitie

Al wat eerder zag ik CDA-prominent Ferd Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, in de zendtijd voor politieke partijen pleiten voor de versterking van de politiezorg in buurten en wijken, voor een nieuwe wijkpolitie. Hetzelfde geluid laat Chris van Dam horen, Tweede Kamerlid voor het CDA met politiezaken in zijn portefeuille. Maar ook Grapperhaus ventileert in interviews het belang van de versterking van politiezorg in buurten. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en zijn toenmalige politiechef Frank Paauw gingen hem voor met periodieke gesprekken in buurten met bewoners over hun zorgen en veiligheidsproblemen.

Het is de revival van een politievisie die in de jaren tachtig ontstond. „Kennen en gekend worden”, kleinschalig werken, vertrouwen opbouwen, aansluiten bij de informele socialecontrolemechanismen in wijken. Die aandacht voor buurten verbond zich in de afgelopen decennia moeiteloos met de aanpak van de problematiek van wapenbezit, bendevorming, wietplantages, van radicalisering en rekrutering voor de georganiseerde criminaliteit.

Verdwenen

Maar de werkelijkheid is dat de sterke wijkoriëntatie van de politie intussen allang op haar retour is. Want na de reorganisatie van tien jaar geleden zijn politiemensen langzaam maar zeker verdwenen uit de wijken. Er kwamen te veel andere taken, te veel landelijke prioriteiten: bewaken en beveiligen, meer behoefte aan zwaarbewapende capaciteit, georganiseerde criminaliteit, ondermijning, cybercrime, bedreiging van bestuurders en gemeenteraadsleden, liquidaties, autobranden, noem het maar op. Waar haal je de mensen vandaan voor al dat nieuwe werk?

Inderdaad, uit de wijken en de dorpen. Daar zaten vroeger de aantallen! Het netwerk van kleine politiebureaus dat juist voor deze kleinschalige politiezorg was ingericht, is inmiddels wegbezuinigd. Aangifte doet u het liefst via internet.

Onmisbaar

Weer terug de wijk in dus, nu voor de coronacrisis. Er wordt meer menskracht ingezet, maar dat kan maar heel beperkt. Dus wordt er een beroep gedaan op lokale handhavers, boa’s. Die waren in de gemeenten al ruimschoots aanwezig en vervingen de elders ingezette politiemensen.

Zij krijgen nu een belangrijke rol bij het toezicht op de coronamaatregelen. Sterker: ze zijn daarvoor onmisbaar. De lokale politiezorg kan niet meer zonder hen en die afhankelijkheid wordt in crises voor iedereen duidelijk. Dat was ook al zo bij de handhaving van de vuurwerkverboden bij Oud en Nieuw. Er werden massaal handhavers ingezet en ze kwamen hier en daar behoorlijk in de problemen.

De handhavers hebben intussen de aandacht van de minister; hij moet reageren op de vraag van hun vakbond, de Nederlandse BOA Bond, om een betere bescherming en om meer bewapening. Die vraag lag er al even, maar werd actueel na geweld tegen gemeentelijke handhavers die coronamaatregelen handhaafden.

Boa-emancipatie

Maar let op: het gaat niet alleen om pepperspray of wapenstok. Het gaat om de identiteit en de positie van de lokale handhaving. Er is een emancipatiebeweging gaande in boaland en die loopt al even. Ze werd acuut toen boa’s vorig jaar klem kwamen te zitten bij de handhaving van vuurwerkverboden in gemeenten.

Nu opnieuw dragen handhavers mede de handhaving van de coronamaatregelen. Ze zijn lokaal onmisbaar geworden. De handhavers kloppen op de poort van het politiebestel, op weg van een groep eenvoudige toezichthouders die niemand serieus neemt naar een eerbare professie. Ik hoorde al de term ‘politiehandhavers’ vallen: een nieuw woord, betekenisvol voor de richting van de ontwikkeling van de gemeentelijke handhavers.

De minister van Justitie en Veiligheid doet er goed aan om bij de beantwoording van de vraag naar de bewapening van lokale handhavers breder te kijken, naar de gemeentelijke politiezorg en de rol van de ‘politiehandhavers’ daarin. Want daar gaat het om: een nieuwe vorm van gemeentelijke politiezorg, voor een deel gemeentelijk gefinancierd wellicht, en als het even kan ingekaderd in het politiebestel.

Huurderspopulatie

Met die nieuwe, versterkte gemeentelijke capaciteit zou de minister de wijken weer in kunnen. Een vernieuwde versie van de jarentachtigvisie op het politiewerk. De herinnering eraan is nog vers en de expertise nog aanwezig, dus het zou kunnen.

Maar er is een klein probleem: de wijken van de van de jaren negentig, de tijd dat die visie werd ingevoerd, zijn niet langer de wijken van 2021. Wie het recente rapport van de woningcorporaties over de ontwikkelingen in de huursector leest, slaat de schrik om het hart.

De liberalisering van de sector heeft geleid tot een huurderspopulatie waarin de problemen zijn opgestapeld. Lage zelfredzaamheid, financiële problemen, economische problemen, dementie, nieuwkomerproblematiek, instroom vanuit de ggz, multiprobleemgezinnen, allerlei rugzakjes, criminaliteit. Een vergaarbak van problemen verzameld in de wijken waarnaar Grapperhaus terug wil.

Afwentelberoep

Het zijn in geen enkel opzicht ‘prachtwijken’. Toenmalige minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie; PvdA) had destijds gelijk om daar een breed palet aan maatregelen op in te zetten. Het siert Grapperhaus dat hij zich richt op de wijken. Het toont dat hij bezorgd is over de veiligheid en het welzijn van minderbedeelden onder ons. Maar ik zou hem willen aansporen tot behoedzaamheid.

Als er aan de liberalisering van de huursector niets wordt gedaan, als de adviezen uit het rapport in opdracht van corporatiekoepel Aedes, niet worden opgevolgd, zie ik de bui al hangen: ‘Lost u het maar op, politie!’ De politie als beroepsgroep waar de hele bak met problemen op wordt afgewenteld. Niet doen. Dat leidt tot „heilloze repressie”, zoals een inmiddels afgevloeide generatie hoofdcommissarissen het noemde en dat is wat anders dan „die leg je niet de wetten op, die laat je in hun waarde”.

Formuleer eerst de set van condities die een terugkeer van politie en ‘politiehandhavers’ tot een succes kan maken en onderhandel na de verkiezingen van volgend jaar in de formatie over die condities. Misschien is het dan een begaanbare weg.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar politie en mensenrechten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.