Opinie

Voortijdig opstappen van weer een Kamerlid schaadt politiek

monica den boer

Commentaar

Het Tweede Kamerlid Monica den Boer (D66) houdt het voor gezien. Deze dinsdag is haar laatste dag aan het Binnenhof. Zij heeft het ambt van volksvertegenwoordiger in totaal 2,5 jaar bekleed. Niet echt lang voor iemand die „geen groter voorrecht kan bedenken dan Kamerlid te zijn”, zoals zij in haar afscheidsbrief aan Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) schrijft.

Den Boer heeft voor zichzelf de conclusie getrokken „meer wetenschapper dan politicus te zijn”. Volgende maand begint zij dan ook als hoogleraar aan de Nederlandse Defensie Academie. En zo gooit het zoveelste Tweede Kamerlid het aan haar of hem verstrekte kiezersmandaat te grabbel.

Monica den Boer die op plek 20 van de kandidatenlijst stond, vergaarde bij de verkiezingen van maart 2017 het voor D66-begrippen niet onaanzienlijke aantal van 13.582 voorkeurstemmen. Slechts zeven anderen van haar partijgenoten op de lijst behaalden toen meer stemmen. Toch heeft zij er voor gekozen haar termijn niet vol te maken. Omdat het niet geworden is wat zij er van verwachtte. Of in haar eigen bewoordingen in de brief aan de Kamervoorzitter: „Tot mijn spijt heb ik in mijn portefeuilles geen baanbrekende resultaten kunnen boeken”.

Hiermee geeft zij blijk van een wel zeer beperkte om niet te zeggen lichtzinnige taakopvatting. Alsof een volksvertegenwoordiger er alleen maar zit voor baanbrekende resultaten. Een Kamerlid is vooreerst controleur en medewetgever. Dat kan in voorkomende gevallen baanbrekend zijn, maar een allesbepalend criterium is het zeker niet.

Het voortijdige vertrek van Den Boer steekt des te meer omdat zij deel uitmaakt van een fractie en een partij die altijd de betekenisvolle rol van het individuele Kamerlid heeft benadrukt. Zo stond het ook ooit in de geboortepapieren van het toen nog met een apostrof geschreven D’66. Vandaar de sympathie voor een districtenstelsel waardoor het Kamerlid een meer rechtstreekse band aangaat met de kiezer. De nu vertrekkende Den Boer had zo’n band maar verbreekt deze nu eenzijdig.

Zij is helaas niet de enige. Los van de twaalf Tweede Kamerleden die in november 2017 naar het kabinet verhuisden, hebben nu al 26 verkozenen de Tweede Kamer voortijdig verlaten. Soms kunnen daar legitieme redenen aan ten grondslag liggen die veelal in de privésfeer zijn te vinden. Een speciale categorie vormen ook de Kamerleden die kiezen voor een andere functie in het openbaar bestuur zoals burgemeester of wethouder. Voor zo’n overstap valt nog wel enigszins begrip op te brengen, hoewel het te denken geeft dat de recruteringsvijver voor politieke ambtsdragers blijkbaar steeds leger wordt.

Tweede Kamerleden zitten niet alleen veel korter, maar stappen ook tussentijds vaker op om ‘iets anders’ te gaan doen. Het versterkt het beeld van een parlement als doorgangshuis of praktijkgerichte bestuursacademie. Wat ook de reden van de voortijdige vertrekkers moge zijn, voor het aanzien van de Tweede Kamer - het belangrijkste rechtstreeks gekozen orgaan binnen de trias politica - blijft de indruk van een levendige duiventil funest.