Oppositie wil duidelijke coronastrategie kabinet

Coronadebat De linkse oppositie vraagt zich nog steeds af wat de strategie van het kabinet is bij de aanpak van het coronavirus. Woensdag in het debat zal ze daar wéér naar vragen.

Lodewijk Asscher (PVDA) en Jesse Klaver (Groenlinks) willen weten welke criteria het kabinet hanteert om de coronamaatregelen te versoepelen of juist weer aan te scherpen. Foto Bart Maat / ANP
Lodewijk Asscher (PVDA) en Jesse Klaver (Groenlinks) willen weten welke criteria het kabinet hanteert om de coronamaatregelen te versoepelen of juist weer aan te scherpen. Foto Bart Maat / ANP

Wat is de strategie van het kabinet? In zijn televisietoespraak aan het begin van de corona-uitbraak in Nederland, twee maanden geleden, gebruikte premier Mark Rutte (VVD) het sindsdien hevig omstreden woord ‘groepsimmuniteit’. De dagen erna was hij vooral bezig om uit te leggen dat het gecontroleerd laten rondgaan van het virus géén kabinetsstrategie is, maar een gevolg van de maatregelen.

Maar wat is de strategie dan wel?

Linkse partijen stelden die vraag de afgelopen weken herhaaldelijk in debatten met Rutte en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA), maar ze kregen geen helder antwoord. In één week publiceerden PvdA-leider Lodewijk Asscher én SP-leider Lilian Marijnissen een stuk op hun respectievelijke websites waarin ze schrijven waarom die vraag fundamenteel is.

In een gesprek op zijn werkkamer noemt Asscher dinsdag de antwoorden van het kabinet, of eigenlijk het gebrek daaraan, „onbevredigend”. Hij wil twee dingen van het kabinet weten: wat zijn de afwegingen om maatregelen te versoepelen, en wat is het doel van de tot nu toe genomen maatregelen? „Ik krijg soms de indruk dat er intern in het kabinet discussie over is, of dat er angst bestaat voor gezichtsverlies bij het bijstellen van doelen. Maar de consequentie vind ik ernstig, omdat je vertraging oploopt, met economische risico’s en mogelijk ook risico’s voor de gezondheidszorg tot gevolg.”

Niet speculeren over complotten

Koerst het kabinet alsnog op groeps-immuniteit?, vraagt Marijnissen zich af. „Dat vind ik een risicovolle strategie, omdat een bepaalde groep in de samenleving, die niet vanuit huis kan werken, dan veel kwetsbaarder is. Die moet dan groepsimmuniteit opbouwen, met veel meer zieken en doden tot gevolg. Als ze nog op deze gedachte hinken, moeten ze dat uitspreken. Dat kun je er tenminste een eerlijk debat over hebben.”

Jesse Klaver (GroenLinks) wil niet speculeren over een eventuele heimelijke strategie, vertelt hij, eveneens in zijn werkkamer. „Als je in een crisis zit en je moet eruit, en je kunt niet duidelijk zeggen wat je strategie is, dan is dat al zorgelijk genoeg.”

Asscher doet niet aan complotten, zegt hij. Maar: „Wat je soms proeft, is dat er een gevoel bestaat van: iets anders lukt niet, dus laat het virus dan maar gaan. Als dat de strategie zou zijn, verdient dat echt een politiek debat.”

Dat wil tot nu toe niet lukken. Vooral bij het vorige debat was Rutte opvallend ontwijkend in zijn antwoorden. De Kamer wilde weten welke criteria het kabinet hanteert om versoepelingen door te voeren of juist weer terug te draaien. Wat zijn de „rode lijnen”, wilden Klaver en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) weten. „Je kunt niet zeggen: er is een dashboard en dit metertje moet precies daar staan en dat metertje moet daar staan”, antwoordde Rutte.

Groot was daarom de verbazing toen zo’n dashboard precies was wat Rutte en De Jonge deze week aankondigden. Klaver: „Dit gebeurt elke keer. De oppositie zegt iets en de reactie van het kabinet is: kan écht niet. Het debat erop zegt het kabinet: we hebben nog eens nagedacht…” Zo ging het bij de mondkapjes in het openbaar vervoer, zegt Klaver, bij het sluiten van de scholen en bij het verbreden van de expertteams die het kabinet adviseren.

Dol op brieven, hekel aan bellen

Alle drie de linkse leiders hebben grote zorgen over de manier waarop het kabinet wil onderzoeken bij wie het virus begint en bij wie diegene in de buurt is geweest. De GGD is daarvoor verantwoordelijk, en liet onlangs weten de omgeving van een met corona besmette persoon met een brief te benaderen. In het actualiteitenprogramma Nieuwsuur zei een GGD-directeur dat die methode beter bij de Nederlandse volksaard past dan een telefoontje.

Asscher: „Ik vind dat je heel achterdochtig moet zijn met argumentaties die gebaseerd zijn op de volksaard. Het is voor mij een nieuw inzicht dat Nederlanders dol zijn op brieven en een hekel hebben aan bellen.” Als er brand is, zegt Asscher ook, stuur je de brandweer toch geen brief. „Dan bel je.” Klaver: „Een brandhaard uittrappen doe ik liever niet op mijn slippers. Dan wil ik stevige schoenen aan, maar die ontbreken.”

In de Kamerdebatten over het coronavirus heeft Asscher al twee keer een motie ingediend waarin hij het kabinet oproept de afwegingen te delen op basis waarvan het besluit wordt genomen om maatregelen te verscherpen of te versoepelen. Allebei de keren staakten de stemmen: 75 Kamerleden van de coalitie waren tegen, de voltallige oppositie was voor. Deze woensdag wil Asscher dezelfde motie wéér indienen. „Als de stemmen drie keer staken, wordt een motie verworpen. Dit is mijn laatste kans.”