Recensie

Recensie Uit eten

Gered door 300 afhaalmaaltijden, nu weer echt koken

Van de kaart mag er weer op uit en beschrijft hoe de horeca voorzichtig opstart. Deze week De Loohoeve in Schoonloo van Jeroen en Marleen Brouwer.
Foto Sake Elzinga

De gele mosterdbloemetjes in de berm dansen in de wind, terwijl het verkeer langsraast. In de verte hangen een toekan en een gele M boven de halflege P&R Hoogkerk aan de A7 vlak onder Groningen. Rond vijf voor vier ’s middags draait een blauwe Mitsubishi Colt de parkeerplaats op. De motor blijft draaien, alleen het raam gaat naar beneden. „Wilt u het op de bijrijdersstoel of in de achterbak”, vraagt Marleen Brouwer.

Ze neemt weer plaats op de rand van de kofferbak van haar Volvo stationwagen, voor een tiental papieren, witte tasjes. Naast de auto wappert een eenzame vlag: De Loohoeve – hotel & restaurant.

Schoonloo, waar De Loohoeve zit, is nogal een gat – tussen Westerbork en Nooitgedacht, nog geen driehonderd inwoners. Dus reed ze afgelopen weken iedere zaterdag eerst naar Assen en dan door naar Groningen om afhaalmaaltijden aan te bieden. Voor de Tolberter in zijn grote grijze VW Tiguan is het al de vierde keer dat hij komt afhalen. Zijn hatchback gaat automatisch open en dicht. Na krap twintig minuten is ze los. Geen record.

De ruim 300 afhaalmaaltijden per week hebben Jeroen en Marleen Brouwer van sterrenzaak De Loohoeve gered tijdens de lockdown. „Anders hadden we nu niet meer bestaan.” Maar de leukigheid is er wel af, merkt Marleen. De aantallen lopen terug. Daarom zijn ze dolgelukkig dat het restaurant sinds vorige week weer voorzichtig draait. De Loohoeve heeft namelijk acht hotelkamers. Hotels mogen gasten ontvangen, ze mogen die gasten ook te eten geven. Dus mogen er officieel zestien gasten in het restaurant worden verzorgd, zolang ze blijven slapen. Sinds 8 mei is de Loohoeve zodoende weer drie dagen per week open.

Vanaf de parkeerplaats wordt de route nauwkeurig aangegeven met pijlen op de grond. Bij de ingang staat een automatische alcoholdispenser op een hoge, houten sokkel. Stickers op de grond gebieden afstand te houden. Speels vormgegeven posters met tekeningetjes herinneren gasten eraan in de elleboog te hoesten, geen handen te schudden en te toiletteren op de hotelkamer.

Als we moeten plassen moeten we even een hand opsteken en wachten op een teken dat de route vrij is

Over het algemeen worden de instructies netjes opgevolgd. „Zet een paar pijltjes op de grond en mensen lopen exact zoals ze moeten”, zegt Jeroen enigszins verbaasd. Die dorpse gehoorzaamheid heeft echter ook een keerzijde. Eind maart stond de politie voor de deur na een telefoontje van een vrachtwagenchauffeur die mensen op het terras had zien staan (het personeel). Op 8 mei weer, na een anonieme tip dat er auto’s op de parkeerplaats stonden en het licht brandde. Vanavond rijdt er twee keer een politieauto voorbij. Die stopt niet.

Chic stoffertje

Binnen staan zeven tafels ver uit elkaar met wit linnen ingedekt. Twee stoelen aan de verre zijde, langs de aanlooproute een extra tafel ertegenaan. Daarop worden de borden en glazen met zwarte latex handschoentjes gezet. De gasten moeten die vervolgens zelf naar zich toe halen, zodra de bediening een stap terug heeft gedaan. Als we moeten plassen moeten we even een hand opsteken en wachten op een teken dat de route vrij is. Als je wilt kun je zelf voor het hoofdgerecht met een chic stoffertje de broodkruimels op een zilveren blikje vegen.

Er hangt een opgetogen wedstrijdspanning in de zaak: we mogen weer. „Kunnen wij u iets inschenken?” „Nou doe maar een glaasje champagne”, klinkt het handenwrijvend. „Het interesseert me helemaal niets dat ik zelf m’n bord moet pakken. Het is de eerste keer sinds de lockdown dat we de deur weer uit zijn. Wat een feest”, zegt een jongedame uit Groningen met een grote grijns. „We kijken hier al twee weken naar uit!”, zegt haar vriend glunderend.

Bart en Liesbeth Gielens – helemaal aan de andere kant van de zaak – hebben zich ook zitten verkneukelen. Helemaal omdat ze goed moesten afwegen of ze zich deze uitspatting wel konden permitteren. Ze zitten zelf in de horeca – ze beheren vakantiewoningen in Limburg – en zijn hard geraakt door de crisis. „Iedereen is begripvol totdat ze zelf geraakt worden”, zegt Liesbeth. Ze is voornamelijk bezig geweest met het verplaatsen van reserveringen. „We waren er gewoon klaar mee. We moesten eruit.” „Als je besluit om jezelf dat te gunnen, dan kun je het maar beter echt goed doen”, vult Bart aan. Vandaar dat ze helemaal naar Drenthe zijn gereden.

Wie hier ook zo naar hebben uitgekeken, zijn Marleen en Jeroen Brouwer zelf. Het was geweldig dat die afhaalmaalijden zo’n succes waren, maar vooral het inpakwerk was Jeroen behoorlijk beu. „Het moet allemaal makkelijk op te warmen zijn, dus veel stoofvlees. En dan nog staan mensen het thuis op de hoogste stand in de magnetron uit te drogen.” Nu kan hij weer echt koken, verfijnde smaken, op mooi servies. Ze kunnen de gasten weer zien lachen. Daar is het uiteindelijk om te doen.

Lees ook: Het nieuwe horecaleven

Er is nog iemand die weer kan lachen: uw restaurantrecensent.

Van de amuse – een merengue van ansjovisvocht met doradetartaar – tot de cremeux van aardbei met cabernet-sauvignon-azijn en witteasperge-ijs; het niveau bij de Loohoeve is als vanouds. Noordzeekrab met koolrabi en een ronkende, zelfgemaakte XO-saus. Piepend verse ricotta als vet-arme, maar romige drager van Thaise-kruiden-olie bij de rauwe makreel – verrassend pienter. Net als de met lardo gelardeerde lamslende in een gemarmerde jus met zoute yoghurt. De licht-vlezige, doch fruitige Noord-Italiaanse corvina slaat een prachtige brug tussen de lactische zuren in de saus en de florale tonen van het lamsvlees. Het meest heb ik misschien wel genoten van de zeetong opgerold met een farce van zeetong in een diep, diep umami-bad van champignon-bouillon met basilicum-olie. Het ware meesterschap toont zich in het uitermate spaarzaam gebruik van de hazelnoot – precies genoeg om het notige van de paddestoel te accentueren.

Amen.