Ombudsman: gebruik stroomstootwapen terughoudend

Incidenten De Nationale Ombudsman onderzocht het stroomstootwapen en adviseert terughoudendheid: „We weten nog niet welk effect stroomstoten kunnen hebben op de lichamelijke gezondheid”
Agenten gebruiken het stroomstootwapen volgens de richtlijn om zwaardere middelen of zwaar lichamelijk geweld te voorkomen.
Agenten gebruiken het stroomstootwapen volgens de richtlijn om zwaardere middelen of zwaar lichamelijk geweld te voorkomen. Foto Koen van Weel / ANP

Politieagenten moeten terughoudend en zorgvuldig omgaan met stroomstootwapens. Daarvoor pleit de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen dinsdag na onderzoek. Hij komt met vijf richtlijnen voor het wapen waarmee agenten op korte afstand iemand met een elektrische schok tijdelijk onschadelijk kunnen maken. De politie herkent zich in de aanbevelingen, maar geeft aan dat deze de afgelopen twee jaar al zijn ingevoerd.

Aanleiding van het onderzoek zijn twee klachten die de Ombudsman eind 2018 kreeg over de inzet van het wapen in een ggz-instelling. De politie gebruikte het stroomstootwapen meermaals om een jongeman in een psychose en een demente man van 73 „onder controle te brengen”, terwijl agenten het wapen volgens de richtlijn mogen inzetten om zwaardere middelen zoals schieten met een pistool of zwaar lichamelijk geweld te voorkomen. „We weten nog niet welk effect één of meer stroomstoten kunnen hebben op de lichamelijke gezondheid van kwetsbare mensen, zoals ouderen, mensen met een zwak hart of in een psychose”, schrijft de Ombudsman. „Daarnaast is er de psychische schade. In de gevallen die ik onderzocht, is daar onvoldoende rekening mee gehouden.”

Lees ook: De taser komt. Wat zijn de risico’s?

Wat voornoemde richtlijnen betreft: volgens de Nationale Ombudsman moeten agenten de gezondheidsrisico’s kennen en betrokkenen altijd achteraf informeren over de inzet van het wapen. „De noodzaak tot informatieverstrekking is nog extra dringend wanneer de betrokkene zelf niet in staat is om te bevatten of te delen wat er is gebeurd, zoals bij de door ons onderzochte incidenten het geval was”, staat in het rapport. Ook pleit de Nationale Ombudsman ervoor dat betrokken agenten goed zijn getraind, stilstaan bij de effectiviteit van het wapen en het gebruik ervan achteraf evalueren om lessen te kunnen trekken voor toekomstig gebruik. De komende vijf jaar krijgen zo’n 17.000 politieagenten de beschikking over een stroomstootwapen.

Behoorlijk en rechtmatig inzetten

De pilot met het stroomstootwapen ging begin 2017 van start. 320 politieagenten kregen een korte opleiding over hoe het wapen te gebruiken en mochten er vervolgens over beschikken. Volgens de ombudsman zijn er sindsdien dingen verbeterd, zo gebruiken agenten het wapen minder snel tegen burgers die niet worden verdacht van een strafbaar feit en bovendien is de opleiding verbeterd. Maar: „De vraag is of dit voldoende is om te zorgen dat de politie het stroomstootwapen straks behoorlijk en rechtmatig inzet”, aldus Van Zuthpen.