Opinie

Hollywood wast zichzelf divers

Coen van Zwol De Netflix-serie Hollywood is een fata morgana over een inclusieve wereld in 1948. De werkelijkheid was zoveel grimmiger dat de show vrij belachelijk is.
Coen van Zwol

Oscargala 1948. De jonge Rock Hudson zoent zijn zwarte vriend Archie openlijk als hij de Oscar voor beste script wint met speelfilm Meg. Die ook beste regie – half-Filippino Raymond – en beste film verovert – de vrouwelijk studiobaas Avis en haar homoseksuele rechterhand Dick. Anna May Wong (beste vrouwelijke bijrol) fluistert met brekende stem dat zij niet als „oriëntaals karikatuur” wint, maar als echte vrouw. De zwarte actrice Camille Washington viert haar Oscar met: „Mijn vader werkte in een kolenmijn. We kunnen alles bereiken!”

Dat Oscargala is de apotheose van Netflix’ populaire miniserie Hollywood, want wat er daarna gebeurt! Homoseksueel Amerika komt in 1948 massaal uit de kast, racisme en seksisme lossen – poef! – in het niets op. Rock Hudson hoeft zijn geaardheid niet te verbergen tot hij in 1985 aan aids sterft.

First lady Eleanor Roosevelt zegt het in Hollywood: niet de politiek, maar films veranderen de wereld. Als ze „niet gewoon de wereld tonen zoals hij is, maar zoals hij kan zijn”. Hollywood wordt zeer gemengd ontvangen. Utopian, aspirational, uplifting zijn zo de steekwoorden van ‘show runner’ Ryan Murphy (Glee). In zijn fata morgana maakt een inclusieve en vrijgevochten groep filmmakers anno 1947 filmhit Meg, die alle taboes doorbreekt.

Film mag best een loopje nemen met de geschiedenis. Tarantino cremeerde Hitler in Inglourious Basterds en flambeerde de Mansonsekte in Once Upon A Time … in Hollywood. Dus waarom Hollywood niet? Wel, het is een wat dwaze vertoning met het echte Oscargala van 1948 ernaast. Winnaar (beste film, regie, vrouwelijke bijrol) was die avond Gentleman’s Agreement van Elia Kazan. Over Amerikaans antisemitisme, zo’n taboe dat de Holocaust nooit ter sprake komt en geen Jood herkenbaar is als zodanig. Gregory Peck speelt een journalist die undercover gaat als Jood en zo’n antenne voor uitsluiting ontwikkelt dat hij ook zijn rijke, liberale vriendin erop betrapt. Ook film noir Crossfire (5 nominaties) ging over een antisemitische moord – in het boek was het op een homoseksueel, maar dat was te brisant. Crossfire vertrok met lege handen, want regisseur en scenarist waren communisten en Hollywood had net de zwarte lijst in werking gesteld.

In Netflix’ Hollywood bestaat er geen Koude Oorlog en is James Baskett in 1948 ook niet de eerste zwarte acteur met een Oscar, zij het een speciale. Als wijze Uncle Remus namelijk, die Zip-A-Dee-Doo-Dah zingt in Walt Disneys Song of the South, een film over een blije katoenplantage waar slaven hun plek nog kennen. Die Oscar kreeg Baskett na een lobby van communistenvreter en roddelkoningin Hedda Hopper: links Hollywood vond de film toen ook al racistisch.

Veel boeiender toch? Geschiedenis herschrijven is altijd overschrijven: je wast onherroepelijk pagina’s wit. Of in dit geval: divers. Prima als dat intelligent of satirisch gebeurt, maar het vrij belachelijke Hollywood herhaalt in speech na nobele speech de mythe dat wie knap, goed en getalenteerd is – die drie gaan altijd samen – Hollywood verovert en de wereld tot betere plaats maakt. Beide aannames zijn hoogst dubieus.

Coen van Zwol is filmrecensent.