Opinie

Euforie: koffie op het terras

Dagboek Coronavirus

Als een kind op de ochtend van zijn verjaardag, zo werd ik wakker. Ik wist bijna zeker dat het beloofde grote cadeau er zou zijn, maar scheutjes onzekerheid mengden zich door mijn opwinding, want misschien waren mijn ouders het vergeten of misschien hadden ze, ondanks het feit dat ik honderd keer heel precies had uitgelegd wat ik wilde, het verkeerde gekocht. Ik sprong mijn bed uit en opende de luiken en de grote ramen die uitkeken op Piazza delle Erbe. Hele emmers zonlicht werden in mijn gezicht gesmeten. Ik hoorde stemmen.

Gisterenavond hebben we een voorschot genomen op de heropening. Stella’s zus Sara en haar man Andrea kwamen naar het centrum en voor het eerst sinds drie maanden gingen we eten bij Stella’s moeder. Het was een historisch, grotesk, paranoïde en ontroerend mooi diner. We zaten zonder schoenen in de buitenlucht op het balkon een meter uit elkaar op een rij met kartonnen wegwerpbordjes op onze schoot. De moeder was aan de uiterste buitenkant geparkeerd tussen de cactussen. Er was een complexe choreografie uitgedokterd van wie welke doorgang nam in het geval dat er iets uit de keuken gehaald moest worden. Na de toost werden de glazen panisch ontsmet.

Er stonden tafeltjes buiten op Piazza delle Erbe. Aan de tafeltjes zaten echte mensen echte koffie te drinken. Ik hoorde het getik van lepeltjes in kopjes. Een beetje te uitbundig maakte ik Stella wakker. We gingen naar de bar van Pucci op Piazza Soziglia. Nadat zij van een afstandje alle ontsmettingsprocedures had bestudeerd en in grote lijnen goedgekeurd, mochten we van haar gaan zitten. Van pure euforie ging ik foto’s zitten maken van hoe zij met haar mondkapje op haar kin haar eerste koffie dronk op het terras terwijl Genua voorbijliep met een onzichtbare glimlach. Dit was de bevrijding.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.